U bent hier

Wanneer en hoe een wijziging van uw milieuvergunning aanvragen?

U heeft een milieuvergunning en wenst uw lokalen te wijzigen of uw inrichtingen uit te breiden of te verplaatsen, of gewoon de uitbatingsvoorwaarden van uw milieuvergunning te wijzigen?

U wilt bijvoorbeeld:

  • uw onderneming vergroten;
  • machines verplaatsen of vervangen, bijkomende machines installeren;
  • schoorstenen vervangen of verplaatsen;
  • het productieproces wijzigen en bijvoorbeeld gebruik maken van nieuwe geklasseerde producten;
  • uw installatie verhuizen;
  • een onderneming verwelkomen in uw activiteit-incubator dewelke gedekt is door een milieuvergunning (voor ondernemingen die zich vestigen in een bedrijfsincubator, informeer u bij de beheerder van de incubator);
  • de werkingsuren aanpassen.

In dit geval dient u de administratie die uw milieuvergunning heeft afgeleverd op de hoogte te brengen van uw voornemen om uw inrichtingen te wijzigen of uit te breiden en de onderstaande procedure te volgen.

Opgelet ! Wacht steeds op de ontvangst van de officiële wijziging van uw vergunning alvorens te beginnen met de exploitatie van de betrokken inrichtingen.           

Wanneer moet u een wijziging van uw milieuvergunning aanvragen?

1e geval: wanneer u uw inrichtingen wilt wijzigen, uitbreiden, transformeren of verplaatsen. 

De administratie analyseert elke aanvraag tot wijziging van een milieuvergunning van geval tot geval. Het moet de nieuwe milieu-impact meten die de wijziging met zich meebrengt voor uw installatie. De administratie kan op basis van deze analyse:

  • uw aanvraag aanvaarden; of
  • u vragen een nieuwe aanvraag voor een milieuvergunning in te dienen.

In de praktijk kunnen 4 situaties zich voordoen. Die zijn van toepassing als Leefmilieu Brussel beheerder is van het dossier van de wijziging van de milieuvergunning. Als de gemeente de bevoegde overheid is (milieuvergunning of inrichting van klasse 2) kan het dat die situaties ook van toepassing zijn. U wordt echter aangeraden contact op te nemen met de milieudienst van uw gemeente om dit te checken.

  1. De wijziging heeft weinig of geen impact op het milieu.

    In sommige gevallen hoeft u Leefmilieu Brussel geen kennis te geven van de doorgevoerde wijzigingen daar ze geen invloed uitoefenen op uw ingedeelde inrichting. Bijvoorbeeld: een gevel wordt opnieuw geschilderd ...

    In andere gevallen moet u Leefmilieu Brussel kennis geven van de doorgevoerde wijziging.

    Kenmerken van de wijziging

    Voorbeelden

    1.

    De wijziging leidt niet tot een toename van de hinder.

    of

    De wijziging leidt tot een toename van de hinder die echter niet groot is (weinig impact)

     U vervangt een stookketel, een tank, een noodstroomaggregaat, airconditioning of om het even welke andere uitrusting door:

    • een gelijkwaardige uitrusting;
    • een energie-efficiëntere uitrusting;
    • een inrichting met een kleiner vermogen.

     

     

    De wijziging vermindert de hinder of verbetert de milieuprestaties van het geheel van de inrichting.

    De wijziging van een gebouw waar:

    • de parkings dezelfde uitgangen behouden en niet worden gewijzigd;
    • technische inrichtingen die betere milieuprestaties leveren vervangen de oude inrichtingen.

    De wijziging heeft betrekking op:

    • de plaatsing van een bezinker;
    • de inkuiping van een tank;
    • de verhoging van een schoorsteen om de afstand ten opzichte van de buurtbewoners te vergroten;
    • het verder plaatsen van een lawaaierige machine door tussenmuren;
    • de afschaffing van slecht geplaatste parkeerplaatsen ...

    Het bestuur neemt alleen maar akte van de wijziging.

    Eventueel kan uw vergunning worden gewijzigd om de exploitatievoorwaarden van uw vergunning aan te passen aan de nieuwe situatie.

  2. De wijziging leidt tot een toename van de hinder voor het milieu.

    Een inrichting wijzigen kan leiden tot een ernstige toename van de gevaren of de hinder voor het milieu en voor de omwonenden. De ambtenaar die belast is met het dossier, maakt geval per geval een analyse van de gevolgen van de wijziging voor het milieu en voor de omwonenden.  Is er een ernstige toename van de hinder, dan moet u een nieuwe milieuvergunning aanvragen.

    Deze toename van de hinder kan al dan niet overduidelijk zijn.

    Kenmerken van de wijziging

    Voorbeelden

    1.  De wijziging leidt tot een overduidelijke toename van de hinder.

     

     

    • verplaatsen van een oprit/afrit van een parking van een drukke en brede winkelstraat naar een rustige en smalle straat in een woonbuurt ...
    • verplaatsing van een schoorsteen of van een lawaaierige inrichting van de ene naar de andere kant van de site …
    • toename van de diepte van een ondergrondse parking
    • toevoeging van een metaalbewerkingsatelier in een school.

    U moet een nieuwe milieuvergunningsaanvraag indienen

       

    2. U voegt een inrichting toe die behoort tot een hogere klasse dan die van de vergunning.

     

    • toevoeging van een verfspuitcabine (klasse 1B) aan een onderhoudsgarage van klasse 2;
    • toevoeging van een drukkerij met een motorvermogen van meer dan 20 kW (klasse 1B) aan een klein gebouw dat tot nu toe alleen inrichtingen van klasse 2 had
    U moet een nieuwe milieuvergunningsaanvraag indienen voor het geheel van de inrichtingen

    3De wijziging verergert de hinder maar niet op overduidelijke wijze.

     

    • uitbreiding van de inrichtingen;
    • vervanging van een stookolieketel door een gasketel;
    • productie van afvalstoffen;
    • risico van ongevallen;
    • cumulatie met andere projecten;
    • verontreiniging;
    • geluidsoverlast;
    • toevoeging van een inrichting van de klasse 2 aan een vergunning van de klasse 1A of 1B ...
    • kantoren die worden verbouwd tot woningen;
    • een verwarmings- of verluchtingsinrichting wordt verplaatst van het dak naar de kelderverdieping;
    • ontmanteling van een gebouw
    • volledige afbraak van een gebouw met ingedeelde inrichtingen en reconstructie met andere indeling

    4. U voegt een inrichting toe en beschikt al over een geldige vergunning voor deze klasse maar de nieuwe inrichting leidt tot een toename van de hinder.  De toename van deze hinder bepaalt of u een nieuwe milieuvergunning dient aan te vragen.

     

    • toevoeging van een machine van 5 kW aan een werkplaats voor houtbewerking van 17 kW op een site met een werkplaats voor metaalbewerking van meer dan 20 kW

    => de werkplaats voor houtbewerking gaat over naar de klasse 1B, maar de basisvergunning is al een vergunning van de klasse 1B.

    • toevoeging van een toestel van 5 kW aan een werkplaats met een vermogen van 17 kW, brengt het totaal vermogen van de werkplaats boven de 20 kW en leidt tot een milieuvergunning van klasse 1B;

    • toevoeging van een mazouttank van 20.000 l op een site die al over een mazouttank van 40.000 l beschikt... 

    De houder van de milieuvergunning moet een effectenbeoordelingsnota bij zijn aanvraag tot wijziging voegen.

    Deze nota heeft als doel aan de ambtenaar informatie te verstrekken over de risico's van verergering en hun verhoudingen. Eventueel moet men aantonen dat de voorgestelde wijziging niet leidt tot een wezenlijke toename van de hinder.

    In dit laatste geval neemt het bestuur alleen maar akte van de wijziging. Zo nodig past het de voorwaarden van de milieuvergunning aan, onder meer op basis van de effectenbeoordelingsnota.

    Als er een aanzienlijke verergering is van de overlast, zal u een nieuwe milieuvergunningsaanvraag moeten indienen.

  3. U verhuist uw inrichtingen. => Als u uw inrichtingen overbrengt naar een nieuw adres, dient u een nieuwe milieuvergunning aan te vragen. 

    U moet enkel kennis geven van de wijziging van houder van de vergunning indien:

    • u verhuist naar een uitbatingsplaats waarvoor er nog een geldige milieuvergunning bestaat, en indien
    • deze vergunning betrekking heeft op dezelfde inrichtingen als uw inrichtingen. 
  4. U heeft nieuwe ingedeelde inrichtingen of voegt inrichtingen toe aan de bestaande inrichting.

    Heeft u een inrichting waarvoor u geen vergunning nodig had maar die nu opnieuw is ingedeeld, dan moet u:

    • een milieuvergunning aanvragen of
    • een aangifte doen indien het gaat om inrichtingen van klasse 3 of 1C.

    Voegt u een ingedeelde inrichting toe aan uw inrichtingen, dan moet u eveneens een milieuvergunning aanvragen.

    Bijzonder geval

     Als gevolg van de wijziging moet er ook een stedenbouwkundige vergunning worden aangevraagd.

    Gelijktijdige aanvraag van stedenbouwkundige vergunning en van wijziging met als gevolg:

    • een aanvraag van uitbreidende vergunning (geval 2) of
    • een nieuwe aanvraag van milieuvergunning (geval 4)

     Er zijn twee situaties mogelijk:

    1.

    De aanvraag van stedenbouwkundige vergunning heeft hetzelfde voorwerp als de wijzigingsaanvraag.

    Heeft uw aanvraag van milieuvergunning betrekking op inrichtingen van de klasse 1A of 1B, dan wordt uw project beschouwd als een "gemengd" project.  Is dat niet het geval, dan wordt uw aanvraag van milieuvergunning behandeld volgens de klassieke procedure.

    2.

    De aanvraag van stedenbouwkundige vergunning heeft een ander voorwerp dan de wijzigingsaanvraag.

    Uw aanvraag van milieuvergunning wordt behandeld volgens de klassieke procedure, zonder gemengdheid.

2e geval: wanneer u de uitbatingsvoorwaarden van uw milieuvergunning wilt wijzigen.

De administratie analyseert elke aanvraag tot wijziging van de voorwaarden van de milieuvergunning geval per geval. Ze moet de nieuwe milieu-impact van de wijziging op uw inrichting meten.

In de praktijk kunnen zich 2 gevallen voordoen:

1. De gevraagde wijzigingen zorgen voor een toename van de hinder.  

  • De administratie weigert de vraag tot wijziging van de uitbatingsvoorwaarden.

2. De gevraagde wijzigingen zorgen niet voor een toename van de hinder. 

  • De administratie wijzigt de uitbatingsvoorwaarden van uw milieuvergunning nadat ze u een ontwerp van wijziging heeft bezorgd waarover u uw opmerkingen kan meedelen.

Hoe een wijziging van uw milieuvergunning aanvragen?

Om uw aanvraagdossier samen te stellen:

  • download het formulier voor aanvraag tot wijziging van een milieuvergunning;
  • vul het in en onderteken het;
  • voeg er de eventuele bijlagen aan toe (incl. de effectenbeoordelingsnota indien dat nodig is);
  • voegt u een of meer ingedeelde inrichtingen toe waarvoor de DBDMH een advies moet verlenen, voeg dan het advies van de DBDMH bij uw aanvraag.  

Dien uw wijzigingsaanvraagdossier in bij de overheid die uw milieuvergunning heeft afgeleverd:

  • Ofwel in elektronisch formaat (dit is de eenvoudigste en snelste manier van communiceren);
  • Ofwel in papieren formaat.
Overheid die de vergunning heeft afgeleverd

“Papier” Dossier

(Indienen of Zending per post via gewone brief of via een aangetekende brief)

Elektronische Dossier

Gemeente In 3 exemplaren aan het adres van de betrokken gemeente Raadpleeg de tabel van de milieudiensten van de Gemeenten (kolom “Indiening van dossiers in elektronisch formaat”) om te weten of het mogelijk is om elektronisch te communiceren en om de praktische modaliteiten te kennen.
Leefmilieu Brussel

In 3 exemplaren aan het adres :

Site Thurn & Taxis

Afdeling Vergunningen en Partnerschap
Havenlaan 86C/3000
1000 Brussel

Verstuur uw dossier naar

permit-pemv@leefmilieu.brussels

(Respecteer de overeenkomst inzake elektronische communicatie)

Wat erna?

Indien de vraag tot wijziging een wijziging van de ingedeelde inrichtingen of plannen impliceert, hebben Leefmilieu Brussel of de gemeente 30 dagen om geval per geval een beslissing te nemen (artikel 7bis van de ordonnantie betreffende de milieuvergunningen).

Indien de vraag tot wijziging een wijziging van de uitbatingsvoorwaarden van de vergunning impliceert, zullen Leefmilieu Brussel of de gemeente u een ontwerp van wijziging van de voorwaarden bezorgen waarna u de kans krijgt uw opmerkingen hierover mee te delen (artikel 64 van de ordonnantie betreffende de milieuvergunningen).  

Opgelet: Wacht steeds op de ontvangst van de officiële wijziging van uw vergunning alvorens te beginnen met de exploitatie van de betrokken inrichtingen of ze te exploiteren volgens de nieuwe voorwaarden.
Datum van de update: 10/06/2021