U bent hier

Wanneer moet u een wijziging van uw milieuvergunning aanvragen?

U dient een wijziging van uw milieuvergunning aan te vragen zodra u het voornemen opvat om uw inrichting te wijzigen, uit te breiden, te verbouwen of te verplaatsen.

De administratie analyseert elke aanvraag tot wijziging van een milieuvergunning van geval tot geval. Het moet de nieuwe milieu-impact meten die de wijziging met zich meebrengt voor uw installatie. De administratie kan op basis van deze analyse:

  • uw aanvraag aanvaarden of
  • u vragen een nieuwe aanvraag voor een milieuvergunning in te dienen.

In de praktijk kunnen 4 situaties zich voordoen. Die zijn van toepassing als Leefmilieu Brussel beheerder is van het dossier van de wijziging van de milieuvergunning. Als de gemeente de bevoegde overheid is (milieuvergunning of inrichting van klasse 2) kan het dat die situaties ook van toepassing zijn. U wordt echter aangeraden contact op te nemen met de milieudienst van uw gemeente om dit te checken.

  1. De wijziging heeft weinig of geen impact op het milieu.

    In sommige gevallen hoeft u Leefmilieu Brussel geen kennis te geven van de doorgevoerde wijzigingen daar ze geen invloed uitoefenen op uw ingedeelde inrichting. Bijvoorbeeld: een gevel wordt opnieuw geschilderd ...

    In andere gevallen moet u Leefmilieu Brussel kennis geven van de doorgevoerde wijziging.

    Kenmerken van de wijziging

    Voorbeelden

    1.

    De wijziging leidt niet tot een toename van de hinder.

    of

    De wijziging leidt tot een toename van de hinder die echter niet groot is (weinig impact)

     U vervangt een stookketel, een tank, een noodstroomaggregaat, airconditioning of om het even welke andere uitrusting door:

    • een gelijkwaardige uitrusting;
    • een energie-efficiëntere uitrusting;
    • een inrichting met een kleiner vermogen.

     

     

    De wijziging vermindert de hinder of verbetert de milieuprestaties van het geheel van de inrichting.

    De wijziging van een gebouw waar:

    • de parkings dezelfde uitgangen behouden en niet worden gewijzigd;
    • technische inrichtingen die betere milieuprestaties leveren vervangen de oude inrichtingen.

    De wijziging heeft betrekking op:

    • de plaatsing van een bezinker;
    • de inkuiping van een tank;
    • de verhoging van een schoorsteen om de afstand ten opzichte van de buurtbewoners te vergroten;
    • het verder plaatsen van een lawaaierige machine door tussenmuren;
    • de afschaffing van slecht geplaatste parkeerplaatsen ...

    Het bestuur neemt alleen maar akte van de wijziging.

    Eventueel kan uw vergunning worden gewijzigd om de exploitatievoorwaarden van uw vergunning aan te passen aan de nieuwe situatie.

  2. De wijziging leidt tot een toename van de hinder voor het milieu.

    Een inrichting wijzigen kan leiden tot een ernstige toename van de gevaren of de hinder voor het milieu en voor de omwonenden. De ambtenaar die belast is met het dossier, maakt geval per geval een analyse van de gevolgen van de wijziging voor het milieu en voor de omwonenden.  Is er een ernstige toename van de hinder, dan moet u een nieuwe milieuvergunning aanvragen die "uitbreiding van de vergunning" wordt genoemd.

    Deze toename van de hinder kan al dan niet overduidelijk zijn.

    Kenmerken van de wijziging

    Voorbeelden

    1.

    De wijziging leidt tot een overduidelijke toename van de hinder.

     

    • uitbreiding van de uren van een lawaaierige activiteit;
    • verplaatsen van een oprit/afrit van een parking van een drukke en brede winkelstraat naar een rustige en smalle straat in een woonbuurt ...
    • verplaatsing van een schoorsteen of van een lawaaierige inrichting van de ene naar de andere kant van de site …
    • toename van de ondoordringbaarheid van de site;
    • toename van de diepte van een ondergrondse parking

    2.

    U voegt een inrichting toe die behoort tot een hogere klasse dan die van de vergunning.

    • toevoeging van een verfspuitcabine (klasse 1B) aan een onderhoudsgarage van klasse 2;
    • toevoeging van een drukkerij met een motorvermogen van meer dan 20 kW (klasse 1B) aan een klein gebouw dat tot nu toe alleen inrichtingen van klasse 2 had

    3.

    U voegt een inrichting toe die niet behoort tot een hogere klasse dan die van de vergunning maar die, als gevolg van de toevoeging aan de bestaande inrichtingen, tot gevolg heeft dat de hele inrichting deel gaat uitmaken van een hogere klasse.

    • bij toevoeging van 2 parkeerplaatsen aan een parking met 199 plaatsen bedraagt het totale aantal plaatsen 201. De parking moet een nieuwe vergunning van de klasse 1A krijgen;
    • bij toevoeging van een machine van 5 kW aan een werkplaats met een vermogen van 17 kW bedraagt het totale motorvermogen van de werkplaats meer dan 20 kW zodat een vergunning van de klasse 1B vereist is;
    • toevoeging van een stookolietank van 20.000 l op een site die reeds vergund is voor een stookolietank van 40.000 l ...

    U moet een nieuwe milieuvergunning aanvragen die "uitbreiding van de vergunning" wordt genoemd.

    4.

    De wijziging verergert de hinder maar niet op overduidelijke wijze.

    • uitbreiding van de inrichtingen;
    • vervanging van een stookolieketel door een gasketel;
    • productie van afvalstoffen;
    • risico van ongevallen;
    • cumulatie met andere projecten;
    • verontreiniging;
    • geluidsoverlast;
    • toevoeging van een inrichting van de klasse 2 aan een vergunning van de klasse 1A of 1B ...
    • kantoren die worden verbouwd tot woningen;
    • een verwarmings- of verluchtingsinrichting wordt verplaatst van het dak naar de kelderverdieping;
    • ontmanteling van een gebouw
    • volledige afbraak van een gebouw met ingedeelde inrichtingen en reconstructie met andere indeling

    5.

    U voegt een inrichting toe en beschikt al over een geldige vergunning voor deze klasse maar de nieuwe inrichting leidt tot een toename van de hinder.  De toename van deze hinder bepaalt of u een nieuwe milieuvergunning dient aan te vragen.

    • toevoeging van een machine van 5 kW aan een werkplaats voor houtbewerking van 17 kW op een site met een werkplaats voor metaalbewerking van meer dan 20 kW

    => de werkplaats voor houtbewerking gaat over naar de klasse 1B, maar de basisvergunning is al een vergunning van de klasse 1B.

    De houder van de milieuvergunning moet een effectenbeoordelingsnota bij zijn aanvraag tot wijziging voegen.

    Deze nota heeft als doel aan de ambtenaar informatie te verstrekken over de risico's van verergering en hun verhoudingen. Eventueel moet men aantonen dat de voorgestelde wijziging niet leidt tot een wezenlijke toename van de hinder.

    In dit laatste geval neemt het bestuur alleen maar akte van de wijziging. Zo nodig past het de voorwaarden van de milieuvergunning aan, onder meer op basis van de effectenbeoordelingsnota.

  3. U verhuist uw inrichtingen. => Als u uw inrichtingen overbrengt naar een nieuw adres, dient u een nieuwe milieuvergunning aan te vragen. 

    U moet enkel kennis geven van de wijziging van houder van de vergunning indien:

    • u verhuist naar een uitbatingsplaats waarvoor er nog een geldige milieuvergunning bestaat, en indien
    • deze vergunning betrekking heeft op dezelfde inrichtingen als uw inrichtingen. 
  4. U heeft nieuwe ingedeelde inrichtingen of voegt inrichtingen toe aan de bestaande inrichting.

    Heeft u een inrichting waarvoor u geen vergunning nodig had maar die nu opnieuw is ingedeeld, dan moet u:

    • een milieuvergunning aanvragen of
    • een aangifte doen indien het gaat om inrichtingen van klasse 3 of 1C.

    Voegt u een ingedeelde inrichting toe aan uw inrichtingen, dan moet u eveneens een milieuvergunning aanvragen.

    Bijzonder geval

     Als gevolg van de wijziging moet er ook een stedenbouwkundige vergunning worden aangevraagd.

    Gelijktijdige aanvraag van stedenbouwkundige vergunning en van wijziging met als gevolg:

    • een aanvraag van uitbreidende vergunning (geval 2) of
    • een nieuwe aanvraag van milieuvergunning (geval 4)

     Er zijn twee situaties mogelijk:

    1.

    De aanvraag van stedenbouwkundige vergunning heeft hetzelfde voorwerp als de wijzigingsaanvraag.

    Heeft uw aanvraag van milieuvergunning betrekking op inrichtingen van de klasse 1A of 1B, dan wordt uw project beschouwd als een "gemengd" project.  Is dat niet het geval, dan wordt uw aanvraag van milieuvergunning behandeld volgens de klassieke procedure.

    2.

    De aanvraag van stedenbouwkundige vergunning heeft een ander voorwerp dan de wijzigingsaanvraag.

    Uw aanvraag van milieuvergunning wordt behandeld volgens de klassieke procedure, zonder gemengdheid.

 

Datum van de update: 27/11/2019