U bent hier

Uw ventilator (professionnels)

a. Uw verplichtingen voor de installatie
b. Uw verplichtingen om energie te besparen

a. Uw verplichtingen voor de installatie

Voor alle installaties:

  • Breng een plaat met vermelding van het nominaal vermogen van de motor (kW) en met het debiet van het luchtvolume (m³/u) zichtbaar op de installatie aan.  

Enkel voor nieuwe installaties:

  • Laat rond het ventilatiesysteem voldoende ruimte om de installatie vlot te kunnen schoonmaken en onderhouden.

Afvoerlucht

  • Plaats de uitstootopening op het hoogste punt van het hoogste dak van het gebouw.

    Vermijd in de mate van het mogelijke afvoer tegen een muur, want dat kan hinder voor de buurt veroorzaken. In bepaalde bijzondere gevallen zal de milieuvergunning afvoer tegen een muur toestaan, wanneer dat via het dak onmogelijk is en als dat geen hinder voor de buurt oplevert. Vraag steeds op voorhand om toelating en leef strikt de voorwaarden in uw vergunning na.  

  • Installeer een terugslagklep die automatisch verhindert dat lucht het gebouw binnenstroomt of eruit wegstroomt wanneer de ventilator uitvalt.

Motor en uitrustingen

  • Kies een elektrische motor met hoog rendement.
  • Installeer voor iedere filter een differentiaalmanometer die het drukverlies stroomafwaarts van de filter en het maximaal toegelaten drukverlies aangeeft. 

    Gemiddeld 20% van het luchtdebiet dat door een ventilator wordt gepulseerd, bereikt nooit de vertrekken van bestemming (bron AIVC, Save-Duct project, 1999).

    Die verliezen blijven niet zonder gevolgen voor het verbruik en de luchtkwaliteit.

    Bij een constant debiet zullen de ventilatoren meer energie moeten leveren om de lucht te pulseren; er zal met andere woorden overconsumptie van energie plaatsvinden. Als het debiet bij voorbeeld met 20% toeneemt, stijgt het verbruik van de ventilator met 72%, zonder rekening te houden met warmteverlies wanneer het verwarmde lucht betreft.

    Wordt het debiet niet op een constant peil gehandhaafd dan daalt de luchtkwaliteit en worden de opgelegde debietwaarden niet gerespecteerd.

    Om na te gaan of de leidingen lucht- en waterdicht zijn, kijkt u naar de verbindingen tussen de onderdelen (stof is een teken) of gebruikt u technieken zoals thermografie.

    Vervang de filter zodra het maximaal drukverlies werd bereikt.

Top

b. Uw verplichtingen om energie te besparen

Voor alle installaties:

Vermijd verlies in de leidingen

  • Controleer of de ventilatieleidingen dicht zijn en geen lekken vertonen. 
  • Isoleer de toegankelijke leidingen waarlangs warme of koude lucht wordt getransporteerd. 

    In geval van klimaatregeling is isolatie van de toegankelijke leidingen verplicht, m.a.w. voor de verwarmings- en klimaatregelingsinstallaties.

    Bij nieuwe installaties is het isoleren van alle leidingen verplicht en niet enkel van de bereikbare leidingen.

    Als de lucht niet geklimatiseerd wordt (bijvoorbeeld bepaalde processen, parkings, ...) is het isoleren van de leidingen niet altijd noodzakelijk. Raadpleeg uw vergunning.

    Waarom isoleren? Om warmteverliezen en gevaar voor condensatie te beperken.
    Concreet is een niet-geïsoleerde leiding van 40 x 40 cm op 40 °C verantwoordelijk voor een energieverlies van 7500 kWh per jaar. Dat stemt overeen met zowat 750 liter stookolie…

Pas aan de werkelijke behoeften aan

  • Stel de ventilatie zodanig af dat ze aan de werkelijke bezetting en behoeften is aangepast.

    De regeling geldt voor verwarming, klimaatregeling en processen. Raadpleeg de ondernemers gids voor « overdekte en ondergrondse parkings » voor de specifieke regeling van parkingruimtes.

    Om de ventilatie te regelen kunt u bijvoorbeeld:

    -          gebruik maken van ventilatoren met een debiet dat over een bereik van 80% van het vermogen kan variëren,

    -          kloktimers of timers met variabele uren gebruiken,

    -          de ventilatie koppelen aan een systeem voor aanwezigheidsdetectie of een temperatuur/ CO2-sonde.

    De norm EN 13 779 bepaalt 6 regelingscodes: gaande van continue werking tot en met rechtstreekse regeling met verontreinigingsdetectoren.

    Een goede afstelling laat u toe het energieverbruik aanzienlijk te verminderen. Bijvoorbeeld:

    Ventilatieregime

    Regeling

    U bespaart:

    10 uur per dag,

    5 dagen per week

    u vermindert uw behoeften met 1000 m3/u

    1000 liter stookolie of 1000 m3 gas per jaar

    12 uur per dag,

    5 dagen per week

    (werkelijk gebruik van het gebouw  = van 7 tot 17u)

     

    u vermindert de gebruiksduur met 2 uur

    400 liter stookolie (40 liters ingeval van een warmteterugwinningsvoorziening) + elektriciteit

     

    Berekeningen:

    3.500 [m³/u] x 320 [u] x 0,34 [Wh/m³.°C] x (17 [°C] – 7 [°C]) / 0,92 = 4.140 kWh of 400 liter stookolie ("slechts" 40 liter in geval van een warmteterugwinningsvoorziening).

     

    Daarbij moet de elektriciteitsbesparing worden geteld die begroot wordt op: 1,5 [kW] x 320 [u] = 480 [kWh] of het equivalent van 200kg CO² of 96 m³ gas die de STEG-centrale van Drogenbos niet zou moeten verbranden

    Bron: Opleiding Duurzaam gebouw: Energie – ICEDD.

Enkel voor nieuwe installaties:

  • Gebruik bij voorkeur cirkelvormige leidingen met toebehoren met afdichtingen.

    Cirkelvormige leidingen waarvan de toebehoren voorzien zijn van afdichtingen verbeteren de dichtheid en staan garant voor een snellere montage.
    Vergeleken met rechthoekige leidingen verminderen cirkelvormige leidingen het energieverbruik van ventilatoren met ongeveer 30 %. 

Voor balansventilatiesystemen:

  • Gebruik om verse lucht voor te verwarmen of af te koelen een warmte terugwinningssysteem. Dit warmte terugwinningssysteem  moet van een automatisch regeling op de by-pass voorzien zijn om de lucht in de zomer niet te verwarmen en de voorverwarming van de verse lucht volledig te vermijden (bypass van de warmtewisselaar).

Top

Datum van de update: 06/09/2018