U bent hier

Het lokaal waarin uw transformatoren staan opgesteld (professionnels)

a. Plaats van het lokaal 
b. Toegang tot het lokaal 
c. Gebruik van het lokaal 
d. Leidingen en afvoerkanalen 
e. Deuren 
f. Muren 
g. Ventilatie

a. Plaats van het lokaal (uitsluitend voor nieuwe projecten)

  • Plaats uw transformatoren in een lokaal op het gelijkvloers of op niveau -1, zodat ze toegankelijk zijn voor de brandweerdiensten.

Top

b. Toegang tot het lokaal

  • Toegang tot het lokaal is verboden, behalve voor opgeleid en ervaren personeel.
  • Het toegangsverbod voor onbevoegden moet duidelijk worden uitgehangen.
  • Bescherm uw lokaal tegen het binnendringen van vloeistoffen, conform de voorschriften van het AREI. 

    Het lokaal moet zo ontworpen zijn dat de indringing van vloeistoffen wordt verhinderd (obstakels, isolatie, …).

    Houd u aan de voorschriften van het AREI voor exclusieve ruimten van de elektrische dienst.

    Indien toch water zou doordringen in het lokaal, per ongeluk of door het blussen van een brand bijvoorbeeld, moet het niveau van het water altijd onder het niveau van de vitale onderdelen van de elektrische installatie blijven. U kunt de transformator bijvoorbeeld op een verhoog zetten.

    Indien vloeistoffen binnendringen in het lokaal moet u in elk geval een beroep doen op de brandweerdienst om het water af te voeren. Zo vermijdt u elk risico op elektrocutie.

Top

c. Gebruik van het lokaal

  • In het lokaal mogen uitsluitend transformatoren en hoog- en laagspanningsinstallaties worden ondergebracht. 
  • Er mag geen ander materiaal in het lokaal worden geplaatst.  

Top

d. Leidingen en afvoerkanalen

  • In het lokaal liggen alleen de leidingen die nodig zijn voor de elektrische installatie. 

    Leidingen die u niet kunt omleggen, mogen door het lokaal lopen indien ze ingesloten zijn in een koker die lekken in het lokaal vermijdt.

    Hiervoor is een afwijking nodig. Vraag deze afwijking aan uw gemeente indien u een aangifte van klasse 3 hebt, of aan Leefmilieu Brussel indien u een vergunning hebt van klasse 1A, 1B of 2. U kunt de afwijking aanvragen per post, waarbij u de technische redenen toelicht waarom u de gebruikelijke voorwaarden niet kunt naleven. Deze afwijking geldt niet voor gasleidingen, die altijd verboden zijn in het lokaal.

  • In het lokaal is geen “sterfput” of ander waterafvoersysteem aanwezig.

Top

e. Deuren

  • De toegangsdeuren van het lokaal openen naar buiten toe.
  • De toegangsdeuren van het lokaal die uitgeven in het gebouw hebben een brandweerstand van minstens ½ uur. 

    De brandweerstand van de toegangsdeuren en de wanden is vastgelegd door norm NBN 713.020.

    U moet deze norm of een gelijkwaardige norm naleven behalve indien:

    • uw gebouw ook gebonden is aan een wetgeving die andere brandweerstandswaarden oplegt voor deuren en wanden. Dan  dient u zich hieraan te houden.
    • de DBDMH strengere verplichtingen  heeft opgelegd. U dient zich hieraan te houden.
  • Doe de deur nooit met de sleutel op slot. Van binnen uit moet de deur op elk moment kunnen worden geopend. 

Top

f. Muren

  • De muren, de vloer en het plafond zijn uitgevoerd in beton of metselwerk.
  • Al deze wanden hebben een brandweerstand van minstens 1 uur.

Top

g. Ventilatie

  • Het lokaal moet geventileerd worden zodat de temperatuur nooit hoger oploopt dan 40°C. 
  • Voorzie een onafhankelijke hoge en lage ventilatie, eventueel mechanisch. 

    Mechanische ventilatie is noodzakelijk indien ventilatie rechtstreeks of onrechtstreeks naar buiten onmogelijk is of niet volstaat om de temperatuur onder de 40°C te houden.

    Voor nieuwe projecten

    In het geval van mechanische ventilatie zijn de ventilatoren afgesteld door een temperatuursonde. Ze beginnen pas te werken wanneer de temperatuur in het lokaal hoger oploopt dan 40°C.

  • De ventilatie moet rechtstreeks naar buiten gebeuren. 

    Indien de ventilatie de lucht niet rechtstreeks naar buiten afvoert, moet de lucht onrechtstreeks worden afgevoerd langs onbrandbare leidingen (brandweerstand 1 uur) met brandwerende kleppen.

    Indien ventilatie rechtstreeks of onrechtstreeks naar buiten niet mogelijk is om technische redenen, moet u een mechanische ventilatie voorzien.

    Indien ook dit niet mogelijk blijkt, kunt u een afwijking krijgen om lucht af te voeren langs een ander lokaal, onder de volgende voorwaarden:

    De statische transformatoren :

    • werden geïnstalleerd  voor de invoegetreding van het AREI (1 oktober 1981);
    • geen diëlektrische vloeistof bevatten

    EN het tussenliggende lokaal :

    • voldoende groot is;
    • rechtsreeks naar buiten wordt geventileerd;
    • de luchtverversing in het transformatorlokaal mogelijk maakt, zodat de temperatuur er onder de 40 °C kan worden gehouden;
    • verbonden is met het transformatorlokaal door verluchtingsgaten met brandwerende kleppen die automatisch geactiveerd worden bij brand;
    • geen:
      • generatoraggregaat;
      • stationaire batterijen;
      • vloeistoffen, ontvlambare stoffen of dampen bevat.

    Administratieve stappen om een afwijking te krijgen:

    U moet de afwijking officieel aanvragen bij de overheid die uw vergunning heeft afgeleverd (de gemeente of Leefmilieu Brussel) en een gunstig advies krijgen van de DBDMH.
    In uw aanvraag moet u:

    • uitleggen waarom u het lokaal niet kunt verluchten volgens de wettelijke voorschriften;
    • de luchtverversing berekenen;
    • een overzicht geven van de lokalen op dezelfde verdieping van het gebouw met vermelding van hun bestemming;
    • een overzicht geven van uw brandpreventiemaatregelen.
  • De ventilatieroosters moeten regelmatig worden gereinigd voor een optimale ventilatie.

Top

Datum van de update: 06/09/2018