U bent hier

Bescherming tegen vervuiling (professionnels)

a. Lozing van afvalwater
b. Geluidshinder
c. Elektrische en magnetische velden
d. Inkuiping
e. Pcb's

a. Lozing van afvalwater

  • Er mag geen afvalwater worden geloosd dat afkomstig is van het lokaal waarin de transformatoren staan opgesteld. 
  • Vloeistoffen afkomstig uit een statische transformator mogen niet worden geloosd in de riolering of in de oppervlaktewateren.

Top

b. Geluidshinder

  • Meet het geluidsniveau van uw transformatoren. 

    Aangezien het niet mogelijk is de transformatoren stil te leggen om hun Lsp te meten, moet u een alternatieve methode gebruiken die gebaseerd is op de frequentie-inhoud van het geluid van de statische transformatoren.

    Er zijn 2 mogelijke oplossingen :

    Indien uw vergunning betrekking heeft op meerdere ingedeelde inrichtingen, moet de expert in akoestiek het geluid van de transformatoren optellen bij het geluid van de andere installaties om het totale specifieke geluid van het gebouw of de activiteit te bepalen.

    Houd rekening met deze waarde om de “exploitatievoorwaarden betreffende geluid” van uw vergunning na te leven.

  • De geluidsdrempels die aangegeven worden in de algemene voorwaarden van uw vergunning moeten nageleefd worden. 

    De volgende algemene voorwaarden voor geluidshinder zijn doorgaans vastgelegd in de milieuvergunning:

    1.     De toegelaten geluidsdrempels mogen niet worden overschreden

    De wet voorziet geluidsdrempels die afhankelijk zijn van het geografisch gebied waarin uw activiteit plaatsvindt, de buurt (eventuele aanwezigheid van ziekenhuizen, scholen, rusthuizen, …) en het moment van de dag of week:

    periodes

    Ma

    Di

    Wo

    Do

    Vrij

    Zat

    Zon/ feestdag

    7 uur tot 19 uur

    A

    B

    C

    19 uur tot 22 uur

    B

    C

    22 uur tot 7 uur

    C

         De geluidsdrempels zijn vastgelegd naargelang van:

    • het globaal specifiek geluid (Lsp);
    • het aantal overschrijdingen per uur (N) van de piekgeluidsdrempel;
    • de overschrijdingen ten opzichte van het omgevingsgeluid.

          Welke geluiden worden in aanmerking genomen?

    Het geluid van uw ingedeelde inrichtingen en van de uitrustgingen die er deel van uitmaken, maar ook alle andere geluiden die uw activiteit genereert:

    • het hanteren van voorwerpen, goederen, …;
    • het laden en lossen door klanten, leveranciers, …, op uw terrein of op straat;
    • het verkeer dat verband houdt met uw activiteit;
    • de werking van bijkomende installaties (ventilatie, airconditioning, …);

    Welke drempels mogen niet worden overschreden?

    a. Metingen binnen de belendende gebouwen die in gebruik zijn::

     

    Overschrijding

    Type van lokaal

    Periode

    Niveau-overschrijding (dB(A))

    Tonale overschrijding (dB)

    Impulsoverschrijding (dB(A))

    Rust

    C

    3

    3

    5

     

    A en B

    6

    6

    10

    Verblijf

    A, B en C

    6

    6

    10

    Dienst

    A, B en C

    12

    12

    15

    Opmerking: het beschouwde omgevingsgeluidsniveau om de overschrijding te bepalen, bedraagt minimum 24 dB(A).

    b.    Metingen buiten:

     

    Periode A

    Periode B

    Periode C

    Lsp (dB(A))

    45

    39

    33

    N

    20

    10

    5

    Spte (dB(A))

    72

    66

    60

    In het geval van statische transformatoren worden de metingen uitgevoerd volgens een methode die u voorstelt en die moet worden goedgekeurd door Leefmilieu Brussel.

    Voor de andere installaties worden de metingen uitgevoerd conform het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 21 november 2002 betreffende de strijd tegen het buurtlawaai en conform de voorwaarden voor de metingen.

    2.   Voorkom geluidshinder

    U moet de opgelegde drempels naleven, maar zorg er ook voor dat uw activiteiten zo weinig mogelijk geluidshinder voortbrengen, om de buurt te beschermen. Houd u dus aan de volgende goede praktijken, en stem ze af op uw situatie.

    Bij de keuze en de plaatsing van uw installaties:

    • kies de plaats waar lawaaierige installaties en activiteiten de minste hinder voortbrengen;
    • kies voor minder lawaaierige technieken en technologieën;
    • bestudeer de geluidsprestaties van de installaties en vergelijk alvorens een keuze te maken;
    • installeer bijkomende voorzieningen voor geluidsisolatie die de weerkaatsing en de verspreiding van geluiden beperken;

    Elke dag:

    • isoleer de bronnen van geluidshinder zoveel mogelijk: voer lawaaierige activiteiten uit op de plaatsen die hiervoor het meest geschikt zijn;
    • sluit de buitendeuren en de vensters van deze lokalen;
    • voer lawaaierige activiteiten uit in tijdsblok A (op weekdagen, tussen 7 en 19 uur);
    • onderhoud uw installaties regelmatig, en laat onderdelen die meer lawaai maken door slijtage of beschadiging herstellen of vervangen.

Top

c. Elektrische en magnetisch velden

  • Het elektrisch veld dat door de transformatoren wordt gegenereerd, mag bij een ongestoorde werking niet hoger liggen dan 5 kV/meter buiten het lokaal.
  • Buiten het lokaal mag de magnetische inductiewaarde bij 50/60 Hz niet meer bedragen dan:
    • bij permanente blootstelling: 100 µT (microTesla);
    • bij kortstondige blootstelling: 1000  µT (microTesla).

Bijkomende voorwaarde voor nieuwe transformatoren:  bij permanente blootstelling op plaatsen waar kinderen jonger dan 15 jaar verblijven: 0,4 µT (microTesla) over een gemiddelde van 24 uur 

Wij leggen een richtwaarde op van 0,4 µT (microTesla), als voorzorgsprinicpe en uitsluitend voor nieuwe transformatoren. Verschillende studies wijzen immers op een correlatie tussen het risico van kinderleukemie en de langdurige blootstelling aan magnetische velden. Een oorzakelijk verband is echter niet bewezen, en de stijging van het aantal gevallen van kinderleukemie is zeer laag. Er is dus niet noodzakelijk een gevaar boven de 0,4 µT. Deze waarde kan dus geval per geval worden besproken.

Deze waarde is van toepassing in alle lokalen waar kinderen van minder dan 15 jaar oud kunnen verblijven (scholen, crèches, ziekenhuizen, woningen en andere plaatsen waar kinderen regelmatig minstens 6 uur per dag kunnen doorbrengen).

Op plaatsen waar kinderen jonger dan 15 jaar kunnen verblijven, is het maximale magnetische veld dat moet worden nageleefd, vastgelegd op 0,4 µT (microTesla) over een periode van 24 uur bij permanente blootstelling. Indien u kunt bewijzen dat het in uw geval technisch en/of economisch onmogelijk is om deze richtwaarde na te leven, kunt u eventueel een vergunning krijgen met een grenswaarde van 10 µT bij permanente blootstelling over een periode van 24 uur.

Om de afwijking te bekomen moet u ons officieel een rapport overmaken van een laboratorium gespecialiseerd in elektriciteit of in elektromagnetische straling, dat de technische en/of economische onmogelijkheid bewijst om de waarde 0,4µT na te leven.  Vermeldt tevens het laagst mogelijke uitvoerbare niveau overeenkomstig het BATNEEC-principe.

Top

d. Inkuiping

Uitsluitend voor lokalen met transformatoren die 50 liter of meer diëlektrische vloeistof bevatten

  • Zorg voor een inkuiping die ondoorlatend is voor diëlektrische vloeistoffen of rust elk toestel uit met een reservoir om de diëlektrische vloeistof op te vangen in het geval van breuk. Deze voorzieningen moeten vermijden dat diëlektrische oliën afvloeien in de bodem of in de riolering.

Top

e. Pcb's

  • Gebruik geen transformatoren meer die in gewicht meer dan 0,005% pcb’s bevatten. Ze zijn ten strengste verboden (geen afwijking mogelijk).

Indien u nog in het bezit bent van een dergelijke transformator, dient u deze onmiddellijk te vervangen door een nieuwe transformator zonder pcb’s. Laat uw oude transformator afvoeren door een vergunde operator voor gevaarlijke afvalstoffen in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest

Top

Datum van de update: 05/11/2018