U bent hier

Uw schouwspelzaal - uw tent Algemene voorwaarden (professionnels)

a. Het ontwerp en het beheer van uw schouwspelzaal of tent
b. De opvangcapaciteit naleven
c. De veiligheid waarborgen: brandpreventie en evacuatie

a. Het ontwerp en het beheer van uw schouwspelzaal of 

De autoriteit die instaat voor het beheer van uw vergunning (de gemeente of Leefmilieu Brussel) kan een gedeeltelijke afwijking toestaan van de voorwaarden die u moet naleven, weliswaar enkel bij bepaalde uitzonderingen en om dwingende redenen die te maken hebben met de structuur van het gebouw of met het beheer ervan (bijvoorbeeld wanneer het gaat om een geklasseerd gebouw).
U kunt aanspraak maken op een tijdelijke afwijking indien u:

  • een veiligheidsstudie doet zoals, bijvoorbeeld, een dynamische evacuatiesimulatie EN
  • een gunstig advies krijgt van de DBDMH.
  • Onderhoud regelmatig uw zaal of tent en de bijhorende installaties en toestellen. 

Zitplaatsen

  • Installeer zitplaatsen op tribunes of balkons enkel op vaste of inschuifbare structuren die speciaal daarvoor voorzien zijn.
  • Eis van de bouwer en van de installateur een stabiliteitswaarborg van de structuren. 
  • De stoelen moeten stevig vastgemaakt worden aan de vloer of per rij bevestigd worden (behalve in eventuele loges of parterreloges).
  • Installeer de zitplaatsen, op de begane grond of op tribunes en balkons, volgens de volgende voorwaarden:

1.  de zitplaatsen worden gevormd door individuele stoelen of zijn voorzien van een fysieke afscheiding;
2.  de vrije doorgang tussen de stoelrijen moet minstens 45 cm bedragen;

U mag een doorgangbreedte van 40 cm ipv. 45 cm voorzien indien een trede van minstens 15 cm hoog de rijen op de tribunes of balkons van elkaar scheidt. 

3.  indien het aantal zitplaatsen naast elkaar beperkt is:

  • tot 10 plaatsen per rij in geval van een enkele toegangsgang;
  • tot 20 plaatsen per rij in geval van twee toegangsgangen.
  • De stoelen zijn gemaakt uit moeilijk ontvlambare materialen.

De gangen, deuren en trappen die dienen als evacuatiewegen naar buiten

  • De hoogte van de gangen, deuren en traphallen moet minstens 2 meter bedragen. 
  • De breedte van de gangen, deuren en trappen moet evenredig zijn met het aantal plaatsen dat ze bedienen.

De vereiste breedte voor deuren, trappen en gangen berekenen in functie van het aantal plaatsen dat ze bedienen

Voorbeeld

Verplichte minimumbreedte

80 cm

 

Verplichte breedte afhankelijk van het aantal plaatsen dat een gang bedient

minstens 1 cm per plaats

Een gang die 10 rijen bedient met 10 plaatsen = 100 plaatsen = minimumbreedte van 100 cm

Indien neergaande trap

breedte per plaats maal 1,25 

100 plaatsen X 1,25 = 125 cm

Indien opgaande trap

breedte per plaats maal 2 

100 plaatsen  X 2 =  200 cm

Aandacht ! Indien de zaal zowel neer- als opgaande trappen heeft, dan geldt de grootste breedte.
  • De inrichtingen voor ticketcontrole mogen de vrije breedte van de evacuatiewegen (gangen en trappen) niet verkleinen.
  • De deuren draaien naar buiten en gaan heel gemakkelijk open.      

    Deuren die uitkomen op de openbare weg. Die mogen naar binnen draaien indien:

    • ze volledig tegen een vast gedeelte van het gebouw openklappen bij een evacuatie EN
    • ze daar stevig aan vastgemaakt kunnen worden.

Borstweringen en leuningen

  • Installeer stevige leuningen langs weerszijden van de trappen en aan de toegangen naar de tribunes of balkons.
  • Voorzie de tribunes of balkons van stevige borstweringen over de hele omtrek van de verhoogde delen.

De uitgangen

  • De uitgangen voor de toeschouwers moeten verplicht uitkomen op de openbare weg. Ze mogen niet door aanpalende ruimtes lopen (een bar bijvoorbeeld), noch door een aanpalend eigendom.

De noodsignalisatie

  • De noodsignalisatie moet overal in de zaal zichtbaar zijn.
  • Plaats een lichtgevend opschrift  'uitgang' boven elke uitgang. Dat moet blijven branden tot alle toeschouwers de zaal hebben verlaten.

    Het opschrift 'uitgang':

    • Staat in het groen op een witte achtergrond OF
    • in het wit op een groene achtergrond
  • Geef duidelijk de richting van de nooduitgangen aan met pijlen (in groen op een witte achtergrond of wit op een groene achtergrond) indien de inrichting van de zaal dat vereist.
  • Groen licht mag enkel gebruikt worden om nooduitgangen aan te geven.   

    Voor podium- of schermspots mag ook groen licht gebruikt worden.

  • Installeer noodverlichting in alle delen van de zaal die toegankelijk zijn voor het publiek. De verlichting gaat automatisch aan zodra de normale verlichting uitvalt. Ze moet minstens een half uur kunnen branden.

    De noodverlichting moet voldoen aan de volgende (of gelijkwaardige) normen:

    • NBN C71 .1000 : installatie en instructie voor controle en onderhoud
    • NBN C71.598-222 : autonome blokken
    • NBN L13.005 : fotometrische en colorimetrische voorschriften
    • EN 1838-1999 : art. 4 bepaalt de fotometrische voorschriften voor noodverlichting

Verwarming

  • De zaal wordt verwarmd en verlucht met een installatie op warme lucht of warm water.

Top

b. De opvangcapaciteit van de zaal naleven    

  • Respecteer de voorziene opvangcapaciteit van de zaal zoals opgenomen in het advies van de DBDMH bij uw milieuvergunning.

    Om het maximale aantal personen te berekenen dat in een zaal kan, moet u rekening houden met

    • de oppervlakte van de zaal (a) en
    • de breedte van de nooduitgangen (b).
    Aandacht !   
    Hebt u beide maximumhoeveelheden berekend, kies dan het kleinste aantal.

     

    Het maximaal aantal toegelaten personen in een zaal berekenen op basis van de oppervlakte van de zaal (a)

    Type zaal

    Toegelaten aantal personen per m2

    Zalen zonder tafels of mobiele of vaste stoelen

    2 personen per m2 publiek toegankelijke oppervlakte

     

    Zalen met vaste stoelen

    Som van:

    • het aantal personen dat op stoelen zit +
    • het aantal personen dat op banken zit, door minstens 50 cm per persoon  te rekenen +
    • 2 personen per m2 zone waar je kunt rechtstaan

     

    Zalen met tafels met vaste of verplaatsbare stoelen

     

    Som van:

    • 1 persoon per m2 oppervlakte afgebakend door de plaatsen met tafels en stoelen

     +

    • 2 personen per m2 verplaatsingszone waar je kunt rechtstaan

     

    Het maximaal aantal toegelaten personen in een zaal berekenen op basis van de breedte van de nooduitgangen (b)

    Breedte uitgedrukt in cm van de evacuatiewegen (gangen, deuren enz.) tot aan de openbare weg

    Toegelaten aantal personen

     

    Alle breedtes van de evacuatiewegen optellen

    Aandacht ! Houd altijd rekening met de smalste breedte voor dezelfde
    evacuatieweg
    (bv.: vernauwing van een gang)

    1 persoon per cm

    Indien neergaande trap

    de som van de breedtes delen door 1,25

    (hetzij 0,8 persoon per cm)

    Indien opgaande trap

    De som van de breedtes delen door 2

    (hetzij 0,5 persoon per cm)

Voor nieuwe gebouwen

  • Bereken de breedte van de nooduitgangen, rekening houdend met een beperkende factor die te maken heeft met 'doorgangseenheden' van 60 cm.   

    Zo moet u bijvoorbeeld 3 doorgangseenheden rekenen voor een nooduitgang van 200 cm zonder trap.  Indien de nooduitgang van trappen is voorzien, moet die reeds beperkte breedte nog worden gedeeld:

    • door 2 voor opgaande trappen (hetzij 100 cm, dus 1 doorgangseenheid);
    • door 1,25 voor neergaande trappen (hetzij 160 cm, dus 2 doorgangseenheden).

    Raadpleeg bijlage 1 van de 'Basisnormen voor de preventie van brand'

Top

c.  De veiligheid waarborgen: brandpreventie en evacuatie

Veiligheidsverantwoordelijke

  • Stel een 'veiligheidsverantwoordelijke' aan voor de schouwspelzaal. Hij moet de veiligheid van de bezoekers verzekeren. Hij moet dus aanwezig zijn bij elke vertoning die publiek toegankelijk is.

        Hij moet controleren:

  • voor en na elke vertoning of de nooduitgangen werken en vrijgemaakt zijn;
  • of de maximale capaciteit van de zaal nageleefd wordt;
  • of het podiummateriaal en de podium- en zaaldecors het ontstaan of verspreiden van een brand niet kunnen bevorderen.
  • De veiligheidsverantwoordelijke grijpt onmiddellijk in bij een brand met de eerste interventiemiddelen en belt de hulpdiensten.

Brandbestrijdingsmateriaal

  • Installeer, na overleg met de DBDMH, uitrusting die bestemd is om elk beginnend vuur in de kiem te smoren. Onderhoud dit materiaal en bescherm het tegen vorst.
  • Installeer voldoende waarschuwings- en alarmmiddelen, die gemakkelijk toegankelijk zijn en duidelijk staan aangegeven. De toeschouwers en het personeel moeten de alarmsignalen goed kunnen horen.

Decors

  • Bewaar alle decors, rekwisieten en meubels die dienen voor de voorstelling, maar niet gebruikt worden, in een speciale ruimte die niet toegankelijk is voor het publiek en opgetrokken is uit metselwerk of beton. De deuren van deze ruimte moeten een brandbestendigheid van minstens een half uur hebben (Rf ½ u.).
  • Maak de decors vast op een manier dat ze geen gevaar vormen voor het publiek. 
  • Gordijnen, verticale doeken en zwevende decors mogen de uitgangen niet -bedekken, noch de vlotte doorgang belemmeren.
  • Gebruik geen permanente of tijdelijke decors gemaakt uit materialen die schadelijke stoffen zouden kunnen vrijgeven onder invloed van warmte.
  • U mag enkel lichtgevende decoratie en kunstverlichting op elektriciteit gebruiken.

Evacuatieplan en -wegen

  • Hang het actuele evacuatieplan op vlak bij de ingang van de schouwspelzaal. Het moet duidelijk de locatie van de uitgangen vermelden en de wegen die ernaartoe leiden.
  • De evacuatiewegen moeten bekleed zijn met speciale materialen.

    De materialen moeten eigenschappen bezitten die voldoen aan:

    • voor verticale wanden en plafonds, klasse A1 (NBN S21.203) of een gelijkwaardige norm;
    • voor vloeren, klasse A2 (NBN S21.203) of een gelijkwaardige norm.

Verplichte veiligheidscontroles

  • Controleer maandelijks het materiaal voor brandbestrijding, waarschuwing en alarmering of laat het controleren door uw veiligheidshoofd of gemachtigde.
  • Houd een dagboek bij:
    • Noteer er de controledatums in en de gemaakte vaststellingen;
    • Houd het ter beschikking van de Burgemeester en van de bevoegde ambtenaar.
  • Laat de elektrische installaties regelmatig controleren door een erkende instelling.  Bewaar de attesten en houd ze ter beschikking van de toezichthoudend ambtenaar.

Top

Datum van de update: 09/11/2018