U bent hier

Uw lokalen: inrichting en veiligheid (professionnels)

a. Uw werkplaats beveiligen en hinder vermijden
b. Parkeer- en toegangszones
c. Uw werkplaats omvormen of wijzigen
d. Uw installaties onderhouden

a. Uw lokalen: inrichting en veiligheid 

Waarom moet u bijzondere voorzorgen treffen?

Uw werkplaats vertoont steeds een potentieel explosie- of brandrisico (ontvlambare producten, gasflessen…).

Volg om uw medewerkers, uw klanten, ... te beschermen de veiligheidsvoorschriften dan ook steeds nauwgezet op.

Uw werkplaats vormt een risico voor het milieu doordat het accidenteel morsen van koolwaterstoffen, solventen, olie, rem- of koelvloeistoffen, ... nooit kan worden uitgesloten. U moet dan ook verhinderen dat afvalwater in de riolering of op de openbare weg worden geloosd.

Voor de hele werkomgeving

  • Verbied het publiek toegang tot de werk- en opslagzones en hang dit verbod duidelijk op buiten deze zones en lokalen.
  • Plaats werkende brandblussers nabij de werkposten en uitgangen.
  • Breng in de werkplaats en op voor het publiek zichtbare plaatsen pictogrammen aan die op het rookverbod wijzen.   
  • Verlucht de werkplaats zodat er geen toxische of explosieve atmosfeer kan ontstaan.
  • De vloer van de garage is in goede staat, glad, ondoorlatend en onbrandbaar.
  • Houd zaagsel of een ander absorberend product in de werkplaats bij de hand om gemorste vloeistoffen onmiddellijk te verwijderen.
  • Verwijder nutteloze voorwerpen (verpakking, gebruikte onderdelen, ...) regelmatig uit de werkplaats.
  • Zet niets voor de nooduitgangen. De deuren van de nooduitgangen moeten naar buiten openen en moeten altijd vrij zijn.

 

De veiligheid van de bodem en het water verzekeren

  • Loos geen afvalwater van de werkplaats in het oppervlaktewater of in een verliesput.
  • Loos geen mechanisch verbrijzelde vaste afvalstoffen in het oppervlaktewater of in de riolering. 

    Het gemorste water mag geen stoffen bevatten die het rioolwater toxisch kunnen maken.

    Het geloosde water mag in geen geval:

    • meer dan 0,5 g/l koolwaterstoffen bevatten;
    • noch afgewerkte minerale oliën;
    • of ontvlambare producten, oplosmiddelen of vluchtige stoffen.
  • Vermijd infiltratie van afvalwater in de bodem.

 

U beschikt over twee technische oplossingen  om de normen inzake lozing van afvalwater te respecteren:

1.

  • Verwijder iedere mogelijkheid tot lozing van afvalwater in de riolering rond de werkzones (vb. bruggen).
  • Maak de vloer van de werkplaats schoon met een schrobmachine of
  • Strooi absorberend materiaal (zagemeel of korrels) uit en veeg dat vervolgens droog op.
  • Het doordrenkte zagemeel, de doordrenkte korrels en het residu van de schrobmachine zijn gevaarlijke afvalstoffen. Geef ze mee met een vergunde operator in het Brussels Hoofstedlijke Gewest.

2.

  • Zuiver al het afvalwater met een  slibafscheider en een koolwaterstofafscheider

    Onder invloed van bacteriën worden koolwaterstoffen afgebroken in bijzonder toxische en in water oplosbare veel lichtere moleculen.

    Ook al dan niet afgewerkte motorolie, remvloeistoffen, en zuur dat in accu's wordt aangetroffen bevatten moeilijk afbreekbare toxische stoffen.

    Alvorens afvalwater waarin dergelijke stoffen aanwezig zijn te lozen, dient u het dus te zuiveren.

    Twee systemen voor het zuiveren van afvalwater: slibafscheider en koolwaterstofafscheider

    1. De slibafscheider: houder waarin slib en water door decanteren van elkaar worden gescheiden 


    2. De koolwaterstofafscheider: laat toe om het afvalwater te zuiveren tot een concentratie van 100 mg/l koolwaterstoffen.
    Wettelijke vereisten:
    -  de scheiders moeten voldoen aan de normen EN 858-1 en EN 858-2 of gelijkwaardige kenmerken bezitten;
    -  de uitgang van de installatie moet door een veiligheidsvlotter worden afgesloten wanneer de hoeveelheid koolwaterstoffen de capaciteit van de installatie overschrijdt;
    -  de nieuwe afscheiders moeten voorzien zijn van een sonde met akoestische en visuele waarschuwing om het grenspeil van de koolwaterstoffen te controleren. 

  • Laat het slib zodra de slibafscheider voor de helft is gevuld en/of wanneer de koolwaterstofafscheider vol is verwijderen door een vergunde operator voor gevaarlijke afvalstoffen in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.  
  • Voorzie voor de nieuwe installaties een meetput voor het punt waarop het water wordt vermengd met huishoudelijk afvalwater; die meetput moet voldoende groot zijn om monsters te kunnen nemen. 

 

Voor de waszones

  • De waterafvoerleidingen en de ondergrondse putten (inspectieputten, meetputten) zijn ondoorlatend.
  • Zuiver al het afvalwater met een slibafscheider en een koolwaterstofafscheider in het geval van:
    • het wassen van de onderkant van de carrosserie of de motor;
    • u meer dan 10 voertuigen per dag wast.
  • Plaats voor nieuwe installaties een coalescentiefilter op de koolwaterstofafscheider. 

    De coalescentiefilter laat toe om het afvalwater te zuiveren tot een concentratie van 5 mg/l koolwaterstoffen.

    Wanneer moet u een coalescentiefilter op de koolwaterstofafscheider aanbrengen?

    • bij het creëren van een nieuwe installatie;
    • bij vervanging van de volledige zuiveringsinstallatie;
    • bij het wassen van de carrosserie of van motoren;

    als u meer dan 10 voertuigen per dag wast.

  • De waszone mag zich niet tegen een gemeenschappelijke muur bevinden. 

    De waszone dreigt vocht- en geluidsproblemen te veroorzaken (vooral wanneer gebruik wordt gemaakt van een hogedrukslang).

     

Voor de zones waar motoren worden getest

  • Installeer een afzuigsysteem voor uitlaatgassen. 

    De milieuvergunning kan specifieke voorwaarden opleggen met betrekking tot:

    • de locatie van de afvoerleidingen van gas en
    • hun hoogte.
  • De gassen moeten in de vrije lucht worden geloosd door leidingen die voldoende hoog uitmonden voor een goede verspreiding van de gassen en zodanig dat de buurt er geen hinder van ondervindt.
  • Betreft het een ondergrondse werkplaats, installeer het gas- en rookafzuigsysteem dan zo laag mogelijk.

 

Voor de verwarmingszones

  • Markeer een zone van minimaal 50 cm rond de verwarmingstoestellen die op de grond staan of bescherm ze met barrières.
  • Laat de verwarmingstoestellen jaarlijks onderhouden.
  • Plaats  geen ontvlambare materialen of voorwerpen in de door een vloermarkering of met barrières afgebakende zone.

Top

b. Parkeer- en toegangszones

Toegang

  • Laat een toegangsweg van minstens 80 cm breed tussen de voertuigen vrij zodat hulpdiensten kunnen interveniëren.
  • Voorzie meerdere uitgangen met het oog op een snelle evacuatie van de personen.
  • Duid de uitgangen, de nooduitgangen, de brandblussers duidelijk zichtbaar aan.
  • Organiseer het binnen- en buitenrijden van de voertuigen zodanig dat de voertuigen geen hinder veroorzaken voor voetgangers of voor het autoverkeer.
  • Parkeer geen voertuigen in de nabijheid van de nooduitgangen of brandblussers.

 

Parkeren

  • Voorzie voldoende parkeerzones buiten de openbare weg voor alle te herstellen of herstelde voertuigen alsook voor de voertuigen van bezoekers.
  • Maak de parkeerzones regelmatig schoon en onderhoud ze.
  • Organiseer het parkeren van de voertuigen zodanig dat u niet meerdere voertuigen naar de weg moet verplaatsen telkens er een vertrekt.
  • Parkeer geen voertuigen zonder geldige nummerplaat op de openbare weg.
  • Voer geen herstellings- of onderhoudswerken uit in de parkeerzones.

 

Verlichting

  • De kunstmatige verlichting van de parkeerzones in open lucht mag de buurtbewoners niet hinderen.

 

Verluchting

  • Zie toe op de verluchting van de parkeerzone: de lucht mag er nooit toxisch, explosief of hinderlijk voor de omgeving worden.

Top

c. Uw werkplaats omvormen of wijzigen

  • Vraag de toelating aan Leefmilieu Brussel alvorens: 

    Richt uw aanvraag tot :

    Leefmilieu Brussel
    Afdeling Vergunningen en Partnerschappen
    Thurn & Taxis Site
    Havenlaan 86C, bus 3000
    1000 Brussel

    Vermeld in uw brief:

    - de naam, de firmanaam en het adres van de houder van de milieuvergunning;
    - de referenties van de geldige milieuvergunning(en).

    U kunt ook het aanvraagformulier voor wijziging van een milieuvergunning invullen en naar Leefmilieu Brussel opsturen.

    Wacht altijd de officële toelating alovorens deze wijzigingen uit te voeren.

- een werkzone toe te voegen, te verplaatsen of te vervangen;

- veranderingen aan te brengen aan de opslag van gevaarlijke stoffen en van gevaarlijke afvalstoffen in de werkplaats;

- het type of de hoeveelheid gevaarlijke stoffen of afvalstoffen die in de werkplaats aanwezig zijn te wijzigen.

Top

d. Uw installaties onderhouden

  • Onderhoud uw installaties en materiaal in een goede staat van werking.
  • Respecteer de door de installateurs opgegeven frequentie voor het onderhoud. Raadpleeg ook de checklist van de verplichte controles.

 

Onderhoud van de slibafscheider en de koolwaterstofafscheider

  • Verwijder onmiddellijk de grote drijvende vaste deeltjes.
  • Laat het slib regelmatig ophalen door een door een vergunde operator in het Brussels Hoofstedlijke Gewest.
  • Laat volgende controles jaarlijks uitvoeren:
    • het slibniveau in de slibafscheider;
    • de dikte van de koolwaterstoffenlaag in de afscheider;
    • het automatisch sluitsysteem;
    • de werking van het auditieve en visuele alarm;
    • de werking van het auditieve en visuele alarm.

Top

Datum van de update: 07/02/2019