U bent hier

Uw werkmateriaal (professionnels)

a. Reserveonderdelen
b. Ontvettingsfontein voor metalen onderdelen
c. Gasflessen
d. Luchtcompressor
e. Banden
f. Airbags
g. Geconditioneerde lucht

a. Reserveonderdelen

Nieuwe reserveonderdelen

  • Voorzie een overdekte opslagruimte.
  • Sla de onderdelen in rekken op.
  • Plaats voor losse onderdelen die vloeistoffen bevatten:
    • onder de rekken opvangbakken om eventueel lekkende vloeistoffen op te vangen;
    • rekken op een vloer voorzien van de nodige hellingen om weglekkende vloeistoffen af te voeren naar een opvangsysteem dat voorkomt dat de vloeistoffen in de riolering of in het oppervlaktewater terechtkomen.   

 

Afgedankte onderdelen

De meeste afgedankte onderdelen zijn afkomstig van afgedankte voertuigen. 

Het beheer van afgedankte voertuigen wordt geregeld door het Brussels besluit van 15 april 2004.

U moet geregistreerd zijn als demonteur:

  • als u afgedankte voertuigen wilt opslaan of
  • als u gedemonteerde reserveonderdelen verkoopt.

Het is algemeen niet toegelaten afgedankte onderdelen op te slaan.

  • In het kader van uw activiteiten is het voor het gebruik van reserveonderdelen wel toegelaten om reserveonderdelen in de werkplaats op te slaan en te gebruiken van maximum:
    • 2 gedeeltelijk gedemonteerde voertuigen en 6 motoren of
    • 1 gedeeltelijk gedemonteerd voertuig en 7 motoren.
  • De vloer van de opslagzone van de motoren en gedeeltelijk gedemonteerde voertuigen is ondoorlatend en voorzien van een voldoende steile helling om lekkende vloeistoffen af te voeren naar een opvangsysteem.
  • De verkoop van losse onderdelen is niet toegestaan. 

    als u over een specifieke registratie als demonteur van voertuigen beschikt.

Top

b. Ontvettingsfontein voor metalen onderdelen 

Het ontvettingsfontein is een ingedeelde inrichting ingedeeld onder rubriek 99 als de inhoud van de kuip meer dan 10 liter bedraagt.

Ontvettingsfonteinen die gebruik maken van bacteriën of niet ontvlambare detergenten zijn minder gevaarlijk voor het milieu.

  • De reinigingsvloeistof moet dan niet afzonderlijk worden opgehaald;
  • De veiligheidsnormen in verband met het brandrisico zijn minder streng.

Voor de ontvettingsfontein wordt gebruik gemaakt van:

  • een ontvlambaar en schadelijk oplosmiddel;
  • niet-ontvlambare detergenten of bacteriën.                  

 

Beveiligen en hinder vermijden

  • Controleer steeds de stabiliteit en de lekdichtheid van het toestel.
  • Stel de fontein op in een verluchte plaats en op een veilige afstand van iedere ontstekingsbron (verwarming, laspost, slijpsteen,…).
  • Breng in de nabijheid van de ontvettingsfontein een duidelijk pictogram aan dat de aandacht op het rookverbod vestigt. 
  • Plaats het toestel in een inkuiping die voldoende groot is om de volledige inhoud van de solventen in de fontein op te vangen. 

  • Laat het gebruikte ontvettingsmiddel ophalan een vergunde operator voor gevaarlijke afvalstoffen in het Brussels Hoofstedlijke Gewest.

 

Onderhoud

  • Laat het toestel jaarlijks door een gespecialiseerd technicus onderhouden. Alle onderdelen moeten worden gedemonteerd.

Top

c. Gasflessen

Tref voor volle of lege gasflessen dezelfde voorzorgsmaatregelen (een lege gasfles bevat altijd nog een kleine hoeveelheid gas).

 

Beveiligen

  • Breng in de nabijheid van de opslagplaats van de flessen een pictogram aan dat de aandacht op het rookverbod vestigt.  
  • Breng in de nabijheid van de opslagplaats van de flessen een pictogram aan dat de aandacht op het rookverbod vestigt.  

 

Hanteren

  • Sla de flessen verticaal op en zet ze vast.
  • Gebruik aangepaste wagentjes en hijstoestellen om de flessen te hanteren.
  • Sluit de flessen na ieder gebruik en voor elk transport hermetisch.

 

Opslag

  • Sla de flessen op een droge, goed verluchte plaats en uit de buurt van corroderende stoffen op.
  • Sla incompatibele gassen afzonderlijk op: oxiderende gassen en ontvlambare gassen. Volg de opslaginstructies die op de veiligheidsinformatiebladen van de flessen staan vermeld op.
  • Sla lege flessen apart op.
  • Bescherm de flessen tegen zonnestralen en warmtebronnen.
  • Bewaar in de werkplaats nooit meer dan in totaal 300 liter samengeperste, vloeibaar gemaakte of opgeloste brandbare gassen. De hoeveelheid gassen die deze drempel overschrijden, moeten in een specifiek daartoe ontworpen opslagplaats buiten de werkplaats worden opgeslagen.
  • De flessen mogen niet in contact komen met oliën, vetten of stof.

Top

d. Luchtcompressor

Beveiligen 

  • U dient in het bezit te zijn van een attest, opgesteld door de constructeur of door een bevoegd technicus dat bevestigt dat de houder:
    • een drukproef heeft doorstaan gelijk aan anderhalf maal de maximale bedrijfsdruk;
    • een druk weerstaat die twee maal de maximale bedrijfsdruk bedraagt;
    • geen blijvende vormveranderingen (koudwaterproef) noch constructiefouten vertoont.

 

Hinder vermijden

  • Plaats de compressor op een afstand van de gemeenschappelijke muren van woningen. Desnoods:
    • dient u de compressor op een "silent bloc" te plaatsen die belet dat trillingen zich zouden verspreiden of 

      Een silent bloc is een stuk bestaande uit soepel materiaal dat de schokken en trillingen van de compressor absorbeert. De meeste nieuwe compressoren zijn voorzien van een silent bloc.

      (Silent bloc is een gedeponeerd merk van de Franse onderneming Paulstra)

    • de muur in de nabijheid van de compressor te isoleren om geluidshinder te voorkomen.

Top

e. Banden

Beveilig de opslagplaats

  • Sla de banden apart op, bij voorkeur op rekken of schappen.
  • Bij opslag van banden op de vloer:
    • breng op de vloer een markering van de opslagzone en de circulatiezones aan;
    • laat steeds een vrije ruimte van minstens 80 cm tussen de opslagzones.
  • Wanneer u meer dan 100 m2 banden opslaat, moet de rubriek 94 van de geklasseerde installaties worden toegevoegd in uw milieuvergunning

    Als u meer dan 100 m2 banden opslaat :

    • het risico op brand is groter en het advies van de BHDBDMH is verplicht;
    • uw milieuvergunning bepaalt dan de bijzondere voorwaarden.
  • Stapel de banden nooit hoger dan 2 meter.
  • Sla de banden niet op in de nabijheid van de werkzones, uitgangen of hittebronnen.

Top

f. Airbags

Beveiligen

  • Laat afgedankte airbags ophalen door een vergunde operator voor gevaarlijke afvalstoffen in het Brussels Hoofstedlijke Gewest. 

    Gebruikte airbags bevatten het bijzonder giftige en explosieve natriumacide  dat een risico van verontreiniging vormt.

  • Rook niet en gebruik geen draagbare telefoon of een andere bron van elektromagnetische golven bij het demonteren van airbags.
  • De verkoop aan particulieren van airbags in goede staat en ontdaan van de houder is niet toegestaan.

Top

g.  Geconditioneerde lucht

De uitstoot van broeikasgassen verminderen

  • U dient te beschikken over een station voor het onderhoud van geconditioneerde lucht zodat u het systeem kan leegmaken en opnieuw vullen. 

    In het onderhoudsstation kunnen de koelvloeistof en de olie die in het klimaatregelingssysteem van het voertuig aanwezig zijn, worden gerecupereerd en gevuld.

    Systeem voor de terugwinning van de koelvloeistof  (bron: Robinair)

  • U dient te beschikken over een systeem voor het opsporen van koelmiddellekken. 

    Voor het opsporen van een koelvloeistoflek kunt u gebruik maken van bijvoorbeeld:

    • Een fluorescent tracer: door een fluorescerende vloeistof aan het systeem toe te voegen kunt u het lek met UV-licht (black light) opsporen.

                   Set voor het injecteren van fluorescerende vloeistof (Bron: Educam)

    • Een elektronische detector.
  • Vul het  klimaatregelingssysteem niet als u een abnormaal laag koelmiddelpeil vaststelt. Spoor eerst de oorzaak op.

 

Het personeel opleiden

  • Al het personeel dat herstelling aan airconditioningsystemen uitvoert, kreeg een specifieke opleiding. 

    Het personeel moet een specifieke opleiding volgen in een opleidingscentrum dat door een van de gewesten of landen van de Europese Economische Ruimte werd erkend.

Top

Datum van de update: 30/10/2018