U bent hier

Uw stookruimte : kenmerken en uitrustingen (professionnels)

a. Brandpreventie
b. Ventilatie
c. Schoorsteen
d. Meters
e. Bijzondere voorwaarden voor de installaties van minstens 1 MW, d.w.z. de middelgrote stookinstallaties
f. Bijzondere voorwaarden voor grote ruimten (fabriekshallen)
g.Thermische isolatie 

a. Brandpreventie

Enkel voor verwarmingsketels op aardgas

  • Installeer uw stookruimte niet lager dan op verdieping -1, tenzij u hiervoor de uitdrukkelijke goedkeuring hebt van de Dienst voor Brandbestrijding (DBDMH). 

    De stookruimte moet gemakkelijk toegankelijk zijn voor de Dienst voor Brandbestrijding.

Voor alle verwarmingsketels

  • Indien uw stookruimte een vermogen van meer dan 1MW heeft, moet u zich houden aan de specifieke voorschriften van de DBDMH. Deze voorschriften staan vermeld in uw milieuvergunning.
  • Zorg voor een veiligheidsvoorziening buiten de stookruimte (of vlakbij de deur), waarmee u de elektriciteits- en brandstoftoevoer naar de installatie kunt afsluiten. 

     Deze voorziening is :

    • een drukknop of een kraan die de toevoer van de brandstof en de elektriciteit afsluit;
    • Respecteer de normen voor brandwerenheid van wanden en deuren, maar volg de regels van de DBDMH of andere wetgevingen als deze strikter zijn.
  • Respecteer de normen voor brandwerendheid van wanden en deuren, maar volg de regels van de DBDMH of andere wetgevingen als deze strikter zijn. 

    Deze normen voor wanden zijn niet van toepassing:

    • op lokalen die buiten het gebouw zijn gelegen;
    • op de stookruimtes onder het dak;
    • op buitenwanden.

    In deze gevallen zijn de normen aangepast naargelang van het advies van de DBDMH.

    De normen voor deuren gelden alleen voor de deuren tussen de stookruimte en de rest van het gebouw, en niet voor buitendeuren. 

  • De muren, de vloer en het plafond hebben een brandweerstand van minstens 1 uur.
  • De deur tussen de stookruimte en de rest van het gebouw is een branddeur met een brandweerstand van minstens een half uur.
  • Zet niets voor de deuren, die automatisch moeten sluiten. 

    De automatische afsluitvoorziening is conform de norm NBN 713.020.

    U kunt deze norm downloaden tegen betaling op de website van het Bureau voor Normalisatie.

  • Plaats brandblussers in goede staat van werking

    De verwarmingsketels op stookolie zijn soms uitgerust met een poederblusser op de brander (automatisch doven).

  • Vraag het advies van de Dienst voor Brandbestrijding over de meest aangewezen brandblusmiddelen.
  • Laat geen ontvlambare producten of stoffen in de stookruimte staan. 
  • Gebruik de stookruimte niet als opslagruimte: het is geen kelder. 

Top

b. Ventilatie

  • U moet de EPB-verwarmingsreglementering naleven of andere wetgevingen indien ze strikter zijn. Omdat uw installaties een bepaalde omvang hebben.Voorzie :
    • een hoge ventilatie voor de afvoer van vervuilde lucht naar de open lucht buiten het gebouw en
    • een lage ventilatie voor de aanvoer van verse lucht.

Deze ventilaties moeten toereikend zijn om een goede verbranding van de verwarmingsketels en een afvoer van de vervuilde lucht en de warmte te garanderen. 

De ventilatie moet conform de norm NBN B 61-001 zijn voor de verwarmingsketels die geïnstalleerd zijn na 01/01/2019 en streven naar deze norm voor de andere. Deze norm bevat het algemene geval van hoge en lage ventilaties met een rechtstreeks verbinding naar buiten of via een leiding, maar ook bijzondere gevallen van hoge ventilatie of een combinatie van lage en hoge ventilatie. 

  • Wanneer de stookplaats atmosferische verwarmingsketels op aardgas bevat met een vermogen kleiner dan of gelijk aan 120 kW mag de hoge ventilatie via de schoorsteen verlopen onder bepaalde voorwaarden.
  • Wanneer de stookplaats verwarmingsketels bevat met een totaal vermogen van minder dan 450 kW kunnen de hoge en lage ventilaties worden vervangen door een kelderraam onder bepaalde voorwaarden.

Raadpleeg de beschrijving van de ventilatie volgens de norm NBN B 61-001 voor meer informatie. 

U kan een afwijking aanvragen op de hoge en lage ventilatie, die rechtstreeks naar buiten gaat indien het vermogen van de stookruimte lager is dan 400 kW.
Opgelet: om gebruik te maken van deze afwijking moet u officieel toestemming vragen aan de overheidsinstantie die uw milieuvergunning heeft afgeleverd.
Bij uw aanvraag moet u bewijzen:

  • dat het technisch onmogelijk is deze twee ventilaties te verwezenlijken, bijvoorbeeld in het geval van een stookruimte in het midden van het gebouw
  • dat er voldoende ventilatie is.

Een van de ventilaties moet rechtstreeks in de openlucht uitkomen, aan de buitenkant van het gebouw. De andere ventilatie mag in een grote ruimte in het gebouw uitkomen en mag de brandweerstand van de wand niet verminderen.

  • Houd de ventilatieleidingen zo kort mogelijk.
  • Gebruik onbrandbare materialen voor de ventilatieleidingen. 

Top

c. Schoorsteen

  • Het afvoerpunt van de verbrandingsgassen moet in het dak gevestigd zijn en moet minstens 8 meter van de ramen van de aangrenzende woningen of van elke ventilatieopening verwijderd zijn

    U kan een afwijking aanvragen.

    Bij uw aanvraag moet u bewijzen:

    • dat het geen hinder veroorzaakt;
    • dat het gebaseerd is op een Belgische of internationale norm of een code van goede praktijken.
  • De uitstoot van de verbrandingsgassen mag de buren geen overlast bezorgen. 

Top

d. Meters

  • De hoofdmeters voor gas en elektriciteit mogen niet in de stookruimte staan. 

Top

e. Bijzondere voorwaarden voor de installaties van minstens 1 MW, d.w.z de middelgrote stookinstallaties

  • U moet de grenswaarden naleven voor de uitstoot van stikstofoxiden (NOx) en koolstofmonoxiden (CO) voor de installaties die gas en stookolie gebruiken.
  • Voor de bestaande installaties moet u:
    • een monsterneming en analyse uitvoeren of
    • uiterlijk 27 februari 2019 een contract afsluiten met een erkend laboratorium.
  • Voor de bestaande installaties moet u een monsterneming en analyse uitvoeren binnen de vier maanden die volgen op de toekenning van de vergunning of de datum van inwerkingstelling van de installatie. De laatste datum moet in aanmerking worden genomen.

Top

f. Bijzondere voorwaarden voor grote ruimten (fabriekshallen)

Indien de plafondhoogte minstens 6 meter bedraagt en er een luchtgelaagdheid is (temperatuurverschillen van meer dan 1°C per meter):

  • Installeer een recirculatieventilator of geïntegreerde aërothermen (verwarming en ventilator). Centraliseer de regeling door een kamerthermostaat. 

Top

g. Thermische isolatie

Indien uw verwarmingsketel niet onderworpen is aan de eisen van EPB tijdens de indienststelling, gelieve de volgende aanbevelingen te respecteren:

  • De warmtedistributieleidingen en de kranen in  niet verwarmde ruimten moeten thermisch geïsoleerd worden.

Top

Datum van de update: 15/02/2019