U bent hier

Preventie van risico’s (professionnels)

a. Bescherming tegen de zon en de hitte
b. Voorzichtig overgieten en reageren in geval van een lek

De volgende regels zijn van toepassing ongeacht de plaats van opslag (in een specifiek lokaal, in een veiligheidskast, in de werkplaats …).

a. Bescherming tegen de zon en de hitte

  • Scherm alle ontvlambare vloeistoffen af van zonnestraling of straling van om het even welke warmtebron.

Indien u toegelaten hoeveelheden bewaart in de werkplaats of een ander lokaal dat niet specifiek voor opslag is bestemd: 

  • Sla ontvlambare producten op ver van installaties die warmte, vonken of vlammen produceren. 

Top

b. Voorzichtig overgieten en reageren in geval van een lek

  • Hevel de producten voorzichtig over boven een opvangbak/inkuiping wanneer u de recipiënten opvult. 

    Een opvangbak of inkuiping is een systeem dat het mogelijk maakt vaten, jerrycans en andere recipiënten die gevaarlijke vloeistoffen bevatten, veilig op te bergen. Het doel is de vloeistoffen die per ongeluk wegvloeien op te vangen, en te vermijden dat ze zich buiten de bak verspreiden. De opvankbak of de inkuiping moet ondoorlatend zijn en bestaan uit materialen die bestand zijn tegen de producten die ze bevat.

     

    Bron : www.hellopro.fr

     Zet de recipiënten die vloeibare gevaarlijke stoffen bevatten in een opvangbak/inkuiping waarvan de inhoud minstens gelijk is aan het hoogste cijfer:

    Buiten een waterwinningsgebied of een beschermingszone:

    • het waterinhoudsvermogen van het grootste recipiënt aanwezig in de opvangbak/inkuiping;
    • 25% van het waterinhoudsvermogen van alle in de opvangbak/inkuiping geplaatste recipiënten voor:
      • ontvlambare vloeistoffen (gevarenaanduiding H224, H225 of H226);
      • zeer giftige vloeistoffen met gevarencategorieën 1 of 2 (gevarenaanduidingen H300, H310 of H330);
      • explosieve vloeistoffen (gevarenaanduidingen H200, H201, H202, H 203, H204 of H205).
    • 10% van het waterinhoudsvermogen van alle in de opvangbak/inkuiping geplaatste recipiënten voor de andere gevaarlijke vloeistoffen.

    Voor de opslag van ontvlambare vloeistoffen (gevarenaanduidingen H224, H225 of H226) mag het waterinhoudsvermogen worden teruggebracht tot 10% op voorwaarde dat er een automatische brandbestrijdingsinstallatie voorzien is en onder voorbehoud van de strengere voorschriften die door de Brusselse Hoofdstedelijke Dienst voor Brandweer en Dringende Medische Hulp (DBDMH) worden opgelegd.

    In een waterwinningsgebied of een beschermingszone:

    Voor opslagplaatsen gelegen in een waterwinningsgebied of beschermingszone moet de capaciteit van de opvangbak/inkuiping minstens gelijk zijn aan het totale waterinhoudsvermogen van alle in de opvangbak/inkuiping geplaatste recipiënten.

     In bepaalde gevallen kan een lokaal ingericht worden zodat het dienst kan doen als inkuiping. Gemeenschappelijke muren kunnen echter niet beschouwd worden als een wand.

  • Vermijd te allen tijde dat het product in de riool terechtkomt!
  • In de opslagruimte moet altijd een emmer met inert absorptiemateriaal staan.
  • Indien u opmerkt dat er een vloeistof is gelekt of gemorst, dient u er onmiddellijk inert absorptiemateriaal over uit te spreiden.
  • Inert absorptiemateriaal waarmee een gevaarlijke vloeistof werd geabsorbeerd, mag nooit in de vuilnisbak worden gegooid: het is een gevaarlijke afvalstof.
  • Doe een beroep op een vergunde operator voor gevaarlijke afvalstoffen in het Brusssels Hoofdstedelijk Gewest om u ervan te ontdoen.

Top

Datum van de update: 18/10/2021