U bent hier

Uw parking (professionnels)

a. Gebruik van de parking
b.  Toegangswegen en nooduitgangen
c.  Verkeer
d.  Wegmarkering en bewegwijzering
e.  Maatregelen tegen vervuiling
f.  Verlichting
g.  Bestrating en beheer van regenwater

a.  Gebruik van de parking

Parkeerplaatsen

  • Respecteer het aantal parkeerplaatsen toegestaan in uw milieuvergunning.
  • Respecteer het beoogd gebruik van de parkeerplaatsen zoals toegelaten in uw milieuvergunning.
  • U mag geen voertuigen onderhouden, geen autowrakken opslaan, geen voertuigen wassen met een hogedruksysteem... tenzij uw milieuvergunning dit toestaat.
  • Gebruik de parking uitsluitend voor het parkeren van voertuigen en hun aanhangwagens, tenzij uw milieuvergunning uitdrukkelijk andere gebruiksvormen toestaat.
  • Voor gemengde parkings: respecteer het aandeel plaatsen bestemd voor woningen, kantoren en handelszaken.

Parkeren

  •  Geef duidelijk de parkeer- en laadzones aan met specifieke wegmarkeringen, tenzij uw milieuvergunning op dit punt afwijkt.
  •  Verbied op zichtbare wijze het parkeren buiten de parkeerplaatsen zoals aangeduid op de grond. U kunt ook paaltjes plaatsen om het parkeren tegen te gaan.
  • Verbied het stationeren in de omgeving van de toegangswegen voor hulpdiensten of mogelijke nooduitgangen.

Manœuvre

Voor een bestaande parking

  • U kunt dubbele plaatsen achter elkaar behouden.

Voorwaarde: het manoeuvreren van een voertuig om een parkeerplaats in of uit te rijden mag geen verplaatsing van meer dan één voertuig vereisen.  Deze voorwaarde is niet van toepassing op parkings beheerd door parkeerbedienden. 

Voor een nieuwe parking

  • Voorzie alleen in enkele plaatsen, behalve bij een parking beheerd door parkeerbedienden.
  • Maak zo nodig ‘visgraatplaatsen’ om het manoeuvreren te vergemakkelijken.
  • Als u plaatsen achter elkaar voorziet, vraag dan een afwijking aan en geef de redenen daarvoor op in de toelichting bij de aanvraag voor een milieuvergunning.

Elektrische voertuigen

Voor bestaande parkings

Als uw parking beschikt over laadpunten voor elektrische voertuigen:

Voor nieuwe parkings

  • Rust uw parking uit met minstens één laadpunt voor elektrische voertuigen.
  • Zorg voor de nodige leidingen om de elektrische bedrading door te laten lopen, zodat u in de toekomst één laadpunt per parkeerplaats kunt installeren.
  • Zorg voor een technische ruimte voor de installatie van een elektrische hoogspanningskast om de laadpunten aan te sluiten op het elektriciteitsnet.
  • Plaats een brandblusser van minstens 6 kg in de onmiddellijke nabijheid van de oplaadvoorzieningen. Laat de brandblusser jaarlijks onderhouden.

Fietsparkeerplaatsen

Voor bestaande stallingen

  • Bij elke aanvraag tot verlenging van de milieuvergunning moet u een fietsenstalling voorstellen.
  • Zorg waar mogelijk voor overdekte en tegen de weersinvloeden beschermde plaatsen voor het langdurig stallen van de fiets.

Voor nieuwe stallingen

Plaatsen

  • Zorg voor een voldoende aantal fietsenstallingen in overeenstemming met de activiteit van het terrein. Hou rekening met de mogelijkheid om fietsen van externe bezoekers te stallen. Elk nieuw gebouw moet minstens 2 m² fietsparkeerruimte hebben.
  • Zorg voor een minimale manoeuvreerruimte van 2 m tussen de fietsen enerzijds en vaste obstakels zoals muren anderzijds.
  • Elke fietsparkeerplaats moet voorzien zijn van een steun die geschikt is om de fiets gemakkelijk weg te zetten en vast te maken.
    Die steun:
    • houdt de fiets vast bij het frame;
    • maakt het mogelijk om het frame en een fietswiel met een U-vormig slot aan een vaste steun te bevestigen.
  • Zorg voor overdekte, tegen de weersinvloeden beschermde plaatsen om fietsen langdurig te stallen.
  • Boven elkaar geplaatste stallingsystemen zijn verboden.
    U kunt een gemotiveerde afwijking aanvragen op dit verbod voor:
    • projecten met > 50 fietsen;
    • gebouwen met fietsparkeerplaatsen voor langdurig stallen.

Elektrische fietsen

  • Installeer laadpunten voor elektrische fietsen.

Voor de toegang 

  • Plaats fietsenstallingen in de buurt van ingangen en op het gelijkvloers. Als dit niet mogelijk is, voorzie dan in een toegang via een zachte helling met zo weinig mogelijk treden en deuren.
  • Als de fietsparkeerplaatsen via een lift worden bereikt, moet die een minimale diepte hebben van 2 m.
  • Als de fietsparkeerplaats via een helling van de parking bereikbaar is, mag ze zich hoogstens één verdieping hoger of lager liggen dan de openbare weg en de weg ernaartoe moet veilig toegankelijk zijn voor de fietsers.

Verbod tot opslag

  • Plaats geen vuilniszakken of vuilniscontainers in de parking. 

    Als de Dienst voor Brandbestrijding en Dringende Medische Hulp (DBDMH) ermee akkoord gaat, kunt u een afwijking verkrijgen om afvalcontainers in de parking op te slaan. In dat geval dient u aan volgende voorwaarden te voldoen:

    • de containers hebben een maximumcapaciteit van 1.100 liter;
    • ze zijn bestemd voor huishoudafval, PMD (blauwe container) en papier/karton (gele container);
    • ze hinderen het voetgangers- en autoverkeer niet;
    • ze bevinden zich op duidelijk aangegeven plekken met een grondmarkering;
    • ze bevinden zich op een goed verluchte en propere plek en worden regelmatig schoongemaakt;
    • ze zijn afgesloten om te vermijden dat dieren erin binnendringen.

Top

b. Toegangswegen en nooduitgangen

In- en uitgang

  • Als de toegang uitgerust is met een slagboom of een ander obstakel, voorzie dan indien nodig in een wachtzone, zodat de voertuigen het verkeer op de trottoirs of op de weg niet hinderen, bv. rotonde, verkeerslichten …
  • Plaats spiegels bij slechte zichtbaarheid, voor de veiligheid van de voetgangers op het trottoir.

Voor de nieuwe installaties

  • Plan de toegangswegen op hetzelfde niveau als de trottoirs op de weg.

Noodingangen en -uitgangen 

De normen voor nooduitgangen zijn vastgesteld in het besluit van 19 december 1997. Alle na deze datum opgetrokken gebouwen moeten dus aan die voorschriften voldoen. Voor oudere gebouwen beoordeelt Leefmilieu Brussel, of de gemeente, de situatie geval per geval, in overleg met de dienst Brandweer en Dringende Medische Hulpverlening (DBDMH). Samen bepalen zij de specifieke eisen in de milieuvergunning.

  • Vermijd wild parkeren dicht bij de nooduitgangen door een slagboom of door blokken...
  • Voorzie geen parkeerplaats dicht bij de nooduitgangen of toegangswegen voor hulpdiensten.

Top

c. Verkeer

Voetgangersverkeer

  • Voorzie eventueel in een beschermde voetgangersweg: muurtje, haag...
  • Breng op de grond in antislipmateriaal een markering van de voetgangerszones aan.

Voertuigenverkeer

  • Installeer indien nodig vertragingsmechanismen op lange rechte stroken.
  • Geef de rijrichting aan in de parking, in overeenstemming met het verkeersreglement.
  • Onderhoud de vegetatie op zulke manier dat ze het zicht niet belemmert.

Top

d.  Wegmarkering en bewegwijzering

Wegmarkering

  • Baken de parkeerplaatsen en de laad-/loszones duidelijk af: markering op de grond, paaltjes...
  • Gebruik een verschillende markering voor de verschillende bestemmingen: parkeerplaats, laadzone ...
  • Voorzie een gedifferentieerde grondmarkering om hinderlijk parkeren te vermijden bij de in- en uitgangswegen en bij de nooduitgangen.

Geleidingssysteem

  • Geef duidelijk de rijrichting aan.

Weergave van verbodsbepalingen

  • Belet de toegang van vuilniswagens en containerwagens tussen 22 uur en 7 uur.
  • Belet het parkeren van koelwagens in werking tussen 20 uur en 7 uur.
  • Verbied het gebruik van geluidssignalen of luidsprekers op de parking: gebruik het pictogram:

                  ​

Top

e.  Maatregelen tegen vervuiling

Voor de preventie van vervuiling van de bodem en het grondwater

  • Geef de voorkeur aan doorlaatbare oppervlakken, zoals poreuze bestrating... Deze structuren houden zware metalen - zink, koper, cadmium - vast en de aanwezige micro-organismen breken koolwaterstoffen af.
  • Gebruik geen strooizout op (half)doorlatende oppervlakken of zones verbonden met een infiltratiesysteem.
  • Voor parkings met ondoorlatende bestrating die niet over een afvalwaterzuiveringssysteem beschikken, voorziet u op een zichtbare plek in de parking een reserve met absorberende materialen (zand of zaagsel) om onmiddellijk elk onverwacht lek van olie of brandstof te kunnen behandelen.
    Gebruikt absorberend materiaal is gevaarlijk afval: u moet verplicht een beroep doen op een vergunde operator in het Brussels Hoofstedlijke Gewest om u te ontdoen van gevaarlijk afval.
  • Voor parkings met ondoorlatende bestrating die over een afvalwaterzuiveringssysteem beschikken, onderhoud ze eenmaal per jaar volgens de aanwijzingen van de fabrikant en maak ze leeg indien vereist. Laat slib en de koolwaterstoffen afvoeren door een vergunde operator voor gevaarlijke afvalstoffen in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.

Top

f. Verlichting

Definities

Lumen (lm) is een meeteenheid voor de lichtstroom: de totale hoeveelheid licht die in alle richtingen wordt uitgestraald.
Verlichtingssterkte stemt overeen met de ontvangen lichtstroom per oppervlakte-eenheid. Dit is de hoeveelheid licht die tot de grond gaat.

Die hoeveelheid wordt gemeten in lux (lm/m²). 

Bijvoorbeeld: de verlichting van de zon in de zomer, in het volle gezicht, bedraagt zowat 100.000 lux. Volle maan geeft hooguit 0,2 lux.

Een comfortabele werkplek krijgt enkele honderden lux.

Lichtintensiteit is de hoeveelheid licht die in een bepaalde richting wordt uitgezonden. Die wordt gemeten in candela (Cd) De candela hangt af van de gevoeligheid van het menselijk oog en meet het licht zoals het door het oog wordt waargenomen.

Verlichting

De opgelegde verlichtingssterkte voor uw parking zal afhangen van de omgeving waar die gelegen is en is bedoeld om lichtvervuiling te vermijden.

Algemeen

  • Plaats voldoende verlichting zodat de gebruikers zich vlot kunnen verplaatsen, zichtbaar zijn en gemakkelijk de uitgangen vinden.
  • Voorzie in een horizontaal verlichtingsniveau van max. 15 lm en een verticaal van max. 4 lm aan de uiteinden van de parking (verlichting gemeten op 1,5 m van de grond).

Lichtstroom voor een parking in een gevoelige zone (gelegen in of nabij een Natura 2000-gebied  bijvoorbeeld):

Natura 2000 is een Europees project dat gericht is op het behoud van bedreigde biodiversiteit.
Op basis van twee richtlijnen:

  • Vogels (Richtlijn 79/409/EEG van 2 april 1979)
  • Habitats (Richtlijn 92/43/EEG van 21 mei 1992)

zijn een reeks (half)natuurlijke gebieden die beschermd zijn omdat er bedreigde flora of fauna leeft.
Deze natuurreservaten zijn echter niet gesloten voor het publiek, op voorwaarde dat de activiteiten de bescherming van de aanwezige habitats en soorten niet in gevaar brengen.

 

  • Naar de hemel: lichtstroom van maximaal 16%.
  • Boven de horizonlijn: lichtintensiteit van maximaal 2,5%.
  • Tussen 0° en 10° onder de horizonlijn: lichtintensiteit lager dan 10%.

 

  • Voorzie in een horizontaal verlichtingsniveau van maximaal 6 Lux.
  • Voorzie in een verticaal verlichtingsniveau van maximaal 1 Lux aan de uiteinden van de parking (verlichting gemeten op 1,5 m van de bodem).
    • Tussen 0° en 10° onder de horizonlijn: lichtstroom lager dan 10%.
    • Boven de horizonlijn: geen enkele lichtstroom.

Top

g. Bestrating en beheer van regenwater

Als u een nieuwe parking wilt inrichten of de bestrating van een bestaande parking wilt veranderen, dient u het regenwater te beheren dat op of in de nabijheid van uw parking valt. Het doel is om te komen tot het principe van ‘nullozing’ van regenwater in de riolering.

Het doel is om het risico op overstroming en verontreiniging te beperken en stedelijke warmte-eilanden tegen te gaan.

Beperk de ondoorlatende oppervlakken om de hoeveelheid te beheren regenwater te beperken

Alvorens oplossingen voor te stellen om het regenwater aan de bron te doen vertragen, evapotranspireren en infiltreren, moet men eerst overwegen om de bodem zoveel mogelijk doorlatend te maken om de hoeveelheid water (volume en debiet) te beperken.

Beperk de ondoorlatende oppervlakken of maak ze opnieuw doorlatend.

Laat de oppervlakken waar het gebruik het toelaat in volle grond met begroeiing of leg ze zo aan: omgeving, toegangen, randen, ruimte niet bestemd voor parking. Het is inderdaad best waardevol om een rijkdom als volle grond in de stad te bewaren. Hij vervult talrijke ecosysteemfuncties, waaronder het direct laten infiltreren van regen en het sterk verminderen van afvloeiing.

Maak de oppervlakken waar echt een ‘harde’, kunstmatige bestrating nodig is, halfdoorlatend of doorlatend.

Kies materialen die ervoor zorgen dat het water infiltreert in de bestratingsmassa of in de voegen. Het is belangrijk om een fundering te ontwerpen waar het water kan circuleren en kan worden vastgehouden om langzamer in de onderliggende bodem te infiltreren.

Deze oplossing is ideaal voor grote oppervlakken om neerslag op te slaan en te laten infiltreren in grote oppervlakken. Het vereist niet meer graafwerk dan een klassieke fundering en maakt een goedkoper waterbeheer mogelijk. Daarnaast profiteert u van een verdeling van de infiltratie over grote zones die elkaar kunnen compenseren omdat ze min of meer doorlatend zijn.

Link naar de Gids Duurzame Gebouwen: waterdoorlatende verhardingen.

 

 

Gebruik de groene ruimten van de parking om afvloeiingswater van de ondoorlatende oppervlakken naartoe te leiden

 

Licht uitgeholde groenzones kunnen perfect, naast hun primaire functies (esthetisch, doorgang, ontspanning) ook afvloeiingswater van naburige ondoorlatende oppervlakken opvangen.

Door de inzinking of uitholling in de bodem ontstaat er een vrij volume voor de opslag van zware regenval, waarna de infiltratie langzamer kan verlopen.

Het beplanten van deze uitgegraven zones is zeer voordelig. In de eerste plaats vanuit esthetisch oogpunt, maar vooral om de infiltratie te bevorderen dankzij de wortels die, naarmate ze groeien, het water geleiden en de bodem voortdurend ‘bewerken’ om hem minder compact te maken.

Het kan gebeuren dat een inrichting van dit type de eerste twee jaar slecht presteert, d.i. de tijd die de wortels nodig hebben om ‘hun werk te doen’. Maar daarna zal het systeem met een klassiek tuinonderhoud goed kunnen werken.

Als uw terrein hellend is of een talud vertoont, kunt u dat niveauverschil gebruiken, om niet te moeten graven. Een richel volstaat om een opslagruimte te creëren.

Deze inrichtingen hebben verschillende namen volgens de gewoontes: wadi, regentuin, droge bekkens, holle groene ruimte...

Link naar Gids Duurzame Gebouwen: wadi, regentuinen, droge en natte bekkens, waterpaden, filterstroken...

U kunt uitzonderlijk een gemotiveerde afwijking aanvragen voor de ‘nullozing’  

van regenwater buiten uw parking, als:

  • De bodem verontreinigd is, op voorwaarde dat:
    • de verontreiniging vastgesteld wordt op het gehele betrokken perceel of alleen in de mogelijke infiltratiezones.
      EN dat 
    • de aard van de aan infiltratie onderhevige verontreiniging een extra risico inhoudt voor de bodem of voor het grondwater.
      In dat geval moet u contact opnemen met de Bodemfacilitator en hem de informatie over de bodemanalyse voorleggen. Hij zal de situatie evalueren en nagaan welke zones op uw perceel al dan niet geïnfiltreerd kunnen worden.
  • Uw perceel ligt in zone 2 of 3 voor bescherming van de waterwinning.

Het is zinloos om een afwijking aan te vragen op grond van:

  • de zwakke doorlaatbaarheid van de bodem. Het is immers altijd mogelijk om het infiltratieoppervlak te vergroten of specifieke voorzieningen te gebruiken die de infiltratie in de bodem verbeteren.
  • de nabijheid van grondwater. Het is immers altijd mogelijk om specifieke voorzieningen te treffen om het water aan de oppervlakte te verdelen.
  • de aan- of afwezigheid van een overstromingsgebied. Het beheer per ‘perceel’ moet in alle delen van het Brusselse Gewest worden toegepast. Het beoogt tal van doelstellingen die verder gaan dan overstromingsbeheer. U dient er rekening mee te houden bij het kiezen van inrichtingen, maar ze vormen geen belemmering.
  • de ligging van uw perceel op de kaart van potentiële infiltratiezones in het Gewest. Deze kaart wordt niet beschouwd als een instrument voor het bepalen van de doorlaatbaarheid van de eerste bodemlagen, die betrokken zijn bij de waterhuishouding op het perceel. Het heeft dus geen zin om ernaar te verwijzen.

Als u specifieke vragen hebt of ondersteuning nodig hebt, kunt u uw vragen richten via mail tot de Facilitator Water.

Datum van de update: 17/09/2021