U bent hier

Afvalwaterbeheer : uw verplichtingen

Woon- en kantoorgebouwen, eengezinswoningen, bedrijven, scholen, ziekenhuizen ... allemaal hebben ze water nodig.

Dit water wordt geleverd via het openbaar distributienet of via oppervlaktewater, grondwater of regenwater, of het is water van het secundaire circuit, dat wordt gezuiverd en vervolgens opnieuw in circuit gebracht.

Het wordt gebruikt en er ontstaat afvalwater dat geloosd wordt.

Welke soorten afvalwater zijn er?

Er bestaan drie soorten afvalwater:

  • Huishoudelijk afvalwater
    Dit afvalwater is afkomstig van huishoudens of bedrijven met een vergelijkbare samenstelling en omvat alleen:
    • water uit sanitaire installaties;
    • water afkomstig van keukens;
    • water afkomstig van het schoonmaken van gebouwen: woningen, kantoren, theaters, kazernes, kampeerterreinen, gevangenissen, onderwijsinstellingen met of zonder internaat, zwembaden, hotels, restaurants, cafés, kapsalons;
    • water dat wordt gebruikt om de was te doen in huishoudens of in wassalons die uitsluitend door klanten worden gebruikt.
  • Niet-huishoudelijk afvalwater
    Deze groep omvat al het water dat geen huishoudelijk afvalwater is.
  • Koelwater
    Dit is water dat in bedrijven gebruikt wordt voor koeling in open kringloop en dat niet in contact komt met het te koelen materiaal of met het afvalwater van het bedrijf.

Wat zegt de wetgeving?

Normen

De wetgeving maakt onderscheid tussen drie soorten normen op het lozen van afvalwater:

  • Algemene normen voor huishoudelijk afvalwater, niet-huishoudelijk afvalwater en koelwater die voor iedereen gelden.
  • Sectoriële normen voor niet-huishoudelijk afvalwater dat wordt geproduceerd door bepaalde industriële sectoren, zoals industriële wasserijen, voedingsbedrijven, laboratoria enz.
  • Bijzondere normen die kunnen opgelegd worden voor niet-huishoudelijk afvalwater dat door bepaalde bedrijven wordt geproduceerd en dit in functie van de plaatselijke omstandigheden.

In de milieuvergunning worden de lozingsvoorwaarden vastgelegd die gelden afhankelijk van het soort afvalwater en de plaats van lozing.

Controle op de normen

Alle analyses van afvalwater moeten worden uitgevoerd door een erkend laboratorium van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Die analyse kan worden opgelegd door de bevoegde overheid of uitgevoerd als onderdeel van de controles op de naleving van de normen. Ondernemers kunnen ook op eigen initiatief beslissen om hun afvalwater te laten analyseren. In dat geval moeten ook zij een beroep doen op een erkend laboratorium.

Scheiding van afvalwater en regenwater

Voor nieuwe installaties en projecten moet een systeem voor gescheiden afvoer van afvalwater en regenwater worden geïnstalleerd.

Die twee netten kunnen eventueel op elkaar aangesloten worden indien de meetput voor afvalwater vóór het verbindingspunt ligt.

Specifieke meetput per type afvalwater

In alle nieuwe installaties wordt niet-huishoudelijk afvalwater verplicht naar een meetput geleid voordat het in de riolering of in oppervlaktewater wordt geloosd.

Een koolwaterstofafscheider of een bezinkselafscheider kunnen beschouwd worden als een meetput.

  • Meetputten moeten:
    • groot genoeg zijn voor staalname en
    • geplaatst zijn vóór het punt waar het niet-huishoudelijk afvalwater vermengd wordt met het huishoudelijk afvalwater.

Veel bestaande bedrijven hebben geen specifieke meetput per soort afvalwater.

Heel vaak wordt het niet-huishoudelijk afvalwater dat een bestaand bedrijf produceert vermengd met het regenwater en met het huishoudelijk afvalwater van dat bedrijf. In dat geval wordt al het afvalwater beschouwd als niet-huishoudelijk afvalwater.

Wat altijd verboden is

Loos nooit mechanisch gemalen vaste afvalstoffen of water dat dergelijke stoffen bevat:

  • in oppervlaktewater,
  • noch in de openbare riolering,
  • noch in de kunstmatige afvoerwegen voor regenwater, bijvoorbeeld een goot, open greppel, enz.

Waar moet afvalwater geloosd worden?

De manieren om afvalwater te lozen zijn:

  • in de openbare riolering
  • in oppervlaktewater
  • door verspreiding in de bodem

Afvalwater bij voorkeur lozen in openbare riolen

Afvalwater moet bij voorkeur geloosd worden in de openbare riolering. Daarna gaat het naar een verzamelriool en vervolgens naar een van de twee zuiveringsstations van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, die het effluent in oppervlaktewater lozen. Soms moet afvalwater gezuiverd worden voordat het in de riolering wordt geloosd. Bijvoorbeeld afvalwater van een bedrijf dat metalen oppervlakken behandelt.

Afvalwater lozen in oppervlaktewater

Wanneer er geen riolering in de buurt is of wanneer is aangetoond dat aansluiting op een riolering technisch of economisch niet haalbaar is, wordt het afvalwater geloosd in oppervlaktewater. Het afvalwater moet dan gezuiverd worden voordat het wordt geloosd.

  • Instaleer voor de behandeling van huishoudelijk afvalwater een Individuele Behandelingsinstallatie voor Afvalwater (IBA) in plaats van een septische put. IBA’s hebben immers een zuiveringsrendement van 80 tot 90%. Bij septische putten is dat slechts 30%.
    Bestaande septische putten mogen behouden blijven als ze goed worden onderhouden. In nieuwe projecten zijn septische putten verboden.
  • Voor niet-huishoudelijk afvalwater moet u een industrieel waterzuiveringsstation plaatsen, dat garandeert dat aan de lozingsnormen wordt voldaan.

Afvalwater lozen door verspreiding in de bodem

Als er geen riolering of oppervlaktewater in de buurt is, mag het afvalwater in de bodem verspreid worden. In dat geval moet het afvalwater gezuiverd worden voordat het wordt verspreid.

  • Opteer liever voor een horizontaal verspreidingssysteem met draineerbuizen, infiltratiebekken ... dan voor een zinkput.
    Door oppervlakteverspreiding kan de bodem een aanvullende zuiverende rol spelen en zo de verplaatsing van resterende verontreinigende stoffen naar de diepere lagen beperken.
    Een bestaande zinkput is toegestaan op voorwaarde dat het afvalwater eerst wordt behandeld.

Algemene normen

Huishoudelijk afvalwater 

Huishoudelijk afvalwater dat in de riolering wordt geloosd, moet aan de volgende normen voldoen:

 

 

Verboden in de riolering

  • textielvezels,
  • kunststof verpakkingen,
  • organisch of anorganisch huishoudelijk afval,
  • minerale olie, gebruikte olie,  
  • ontvlambare producten, vluchtige oplosmiddelen, verf, geconcentreerde zuren of basen zoals zoutzuur, bijtende soda enz.
  • elke ander stof die het rioolwater giftig of gevaarlijk kan maken,
  • stoffen die met petroleumether geëxtraheerd kunnen worden met een concentratie > 500 mg/l, namelijk koolwaterstoffen: vetten, was, zeep, solventen,benzine, diesel, stookolie enz.

Huishoudelijk afvalwater dat in oppervlaktewater wordt geloosd of door verspreiding in de bodem wordt afgevoerd moet aan de volgende normen voldoen:

  • ziekteverwekkende organismen
het water ontsmetten alvorens het te lozen indien er ziekteverwekkende organismen in gevaarlijke hoeveelheden in aanwezig zijn
  • pH
Tussen 6,5 en 9
  • biologisch zuurstofverbruik (BZV) 

≤ 15 mg/l voor lozingen in het Kanaal en andere oppervlaktewateren,

≤ 30 mg/l voor lozing in de volgende rivieren: Zenne, Woluwe, Roodkloosterbeek, Hollebeek/Leibeek, Molenbeek, Maalbeek, Neerpedebeek, Broekbeek, Linkebeek, Verrewinkelbeek

≤ 50 mg/l als het gaat om afvalwater afkomstig van gebouwen die uitsluitend als woning worden gebruikt en waar minder dan 20 personen zijn gehuisvest
  • ontkleuring van methyleenblauw

De inhoud van een flacon van kleurloos glas van 150 milliliter:

  • gevuld met een pas genomen monster van het geloosde water waaraan 0,4 millimeter van een oplossing van 0,05% methyleenblauw is toegevoegd,
  • afgesloten met slijpstuk,
  • en in het donker opgeslagen bij een temperatuur van ongeveer 20°C,
  mag binnen 3 dagen niet ontkleuren.
  • bezinkbare stoffen: zand, kleine bodemdeeltjes
≤ 0,5 mg/l tijdens een statische bezinking van 2 uur
  • zwevende stoffen = ZS
    Alle met het blote oog waarneembare onoplosbare vaste stoffen stof, modder - die in suspensie in een vloeistof aanwezig zijn.
    Hoe meer het water zulke stoffen bevat, hoe troebeler het is.
≤ 60 mg/l
  • niet-polaire koolwaterstoffen
≤ 3 mg/l
  • olie, vet of andere drijvende stoffen
Geen drijflaag
verboden

Niet-huishoudelijk afvalwater

Niet-huishoudelijk afvalwater dat in de openbare riolering wordt geloosd, moet aan de volgende voorwaarden voldoen:

  • pH
Tussen 6 en 9,5
  • temperatuur
≤ 45° C
  • grootte van de zwevende stoffen
≤ 1 cm
  • gehalte aan zwevende stoffen
1 g/l
  • stoffen die extraheerbaar zijn met petroleumether
< 0,5 g/l
  • geen gassen
  • geen opgeloste, ontvlambare of ontplofbare gassen of producten die de afscheiding van dergelijke gassen kunnen teweegbrengen
  • geen dampen die schadelijk kunnen zijn voor het milieu.
  • geen stoffen

die:

  • gevaar kunnen inhouden voor het onderhoudspersoneel van riolen en zuiveringsstations;
  • leidingen kunnen beschadigen of verstoppen;
  • het oppervlaktewater waarin de openbare riolering geloosd wordt kunnen verontreinigen;
  • door hun structuur de werking van pomp- en zuiveringsstations kan hinderen.

Niet-huishoudelijk afvalwater dat in oppervlaktewater wordt geloosd of door verspreiding wordt afgevoerd, moet aan de volgende voorwaarden voldoen:

  • ziekteverwekkende organismen
het water ontsmetten alvorens het te lozen indien er ziekteverwekkende organismen in gevaarlijke hoeveelheden in aanwezig zijn
  • pH
tussen 6,5 en 9
  • Biologisch zuurstofverbruik = BZV

≤ 15 mg/l voor lozingen in het Kanaal en andere oppervlaktewateren,

≤ 30 mg/l voor lozing in de volgende rivieren: Zenne, Woluwe, Roodkloosterbeek, Hollebeek/Leibeek, Molenbeek, Maalbeek, Neerpedebeek, Broekbeek, Linkebeek, Verrewinkelbeek

≤ 50 mg/l als het gaat om afvalwater afkomstig van gebouwen die uitsluitend als woning worden gebruikt en waar minder dan 20 personen zijn gehuisvest
  • bezinkbare stoffen: zand, kleine bodemdeeltjes
≤ 0,5 mg/l tijdens een statische bezinking van 2 uur
  • zwevende stoffen = ZS
    Alle met het blote oog waarneembare onoplosbare vaste stoffen - stof, modder - die in suspensie in een vloeistof aanwezig zijn.
    Hoe meer het water ervan bevat, hoe troebeler het is.

 

≤ 60 mg/l
  • niet-polaire koolwaterstoffen
≤ 5 mg/l
  • oppervlakteactieve stoffen
≤ 3 mg/l
  • temperatuur
< 30° C
  • olie, vet of andere drijvende stoffen
geen drijflaag
verboden

Koelwater

Koelwater wordt geloosd in oppervlaktewater. Het mag niet in de openbare riolering worden geloosd, tenzij het volume minder dan 100 m3 per dag bedraagt. Dit soort water moet altijd aan de volgende voorwaarden voldoen voordat het geloosd mag worden:

  • ziekteverwekkende organismen
het water ontsmetten alvorens het te lozen indien er ziekteverwekkende organismen in gevaarlijke hoeveelheden in aanwezig zijn
  • pH
tussen 6,5 en 8,5
  • geloosd CZV - opgevangen CZV
(CZV =chemisch zuurstofverbruik)
< 30 mg/l
  • opgeloste zuurstof
≥ 4 mg/l
  • temperatuur
≤ 30° C
  • olie, vet of andere drijvende stoffen
geen drijflaag

verboden

Sectoriële normen

Voor bepaalde industriële sectoren bestaan er naast de algemene normen voor de lozing van niet-huishoudelijk afvalwater ook sectoriële normen.

De sectoriële normen van de sectoren die aanwezig zijn in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest kunt u hier raadplegen:

  • Laboratoria 

    1. Lozing in riolering

    Parameter Na te leven grenswaarde
    ALGEMENE lozingsnormen niet-huishoudelijk afvalwater
    SECTORIËLE lozingsnormen
    Chemisch zuurstofverbruik (CZV) < 2000 mg/l
    Geleidingsvermogen * 5000 µS/cm
    Niet-polaire koolwaterstoffen (C2Cl4-extraheerbaar) < 50 mg/l
    Cadmium < 0,010 mg Cd/l
    Kwik < 0,002 mg Hg/l
    Chroom < 0,5 mg Cr/l
    Koper < 0,5 mg Cu/l
    Lood < 0,5 mg Pb/l
    Nikkel < 0,5 mg Ni/l
    Zink < 3 mg Zn/l
    Vluchtige organohalogeenverbindingen VOX < 0,2 mg/l
    Extraheerbare organohalogeenverbindingen EOX < 0,1 mg Clorg/l

    * Indien er tijdens de monsterneming een waterverzachter geregenereerd wordt, dan is de geleidbaarheidsnorm niet van toepassing.

    2. Lozing in oppervlaktewater 

    Parameter Na te leven grenswaarde
    ALGEMENE lozingsnormen niet-huishoudelijk afvalwater
    SECTORIËLE lozingsnormen
    In aanvulling op de algemene normen:  
    Chemische zuurstofvraag (CZV) < 120 mg/l
    In afwijking op de algemene lozingsnormen:  

    Totaal N

    < 2.000 IE* : geen criterium

    2.000 ≤ IE < 4.000 IE: < 20 mg/l

    ≥ 4.000 IE: < 15 mg/l
    Totaal P

    < 2.000 IE : geen criterium

    2.000 ≤ IE < 100.000 IE: < 2 mg/l

    ≥ 100.000 IE: < 1 mg/l
    Cadmium < 0,010 mg Cd/l
    Kwik < 0,002 mg Hg/l
    Chroom < 0,5 mg Cr/l
    Koper < 0,5 mg Cu/l
    Lood < 0,5 mg Pb/l
    Nikkel < 0,5 mg Ni/l
    Zink < 3 mg Zn/l
    Monoaromatische koolwaterstoffen

    BTEX < 0,1 mg/l

    (som benzeen, tolueen, ethylbenzeen, xyleen)
    Adsorbeerbare organohalogeenverbindingen AOX < 1 mg/l
    Extraheerbare organohalogeenverbindingen EOX < 0,1 mg Clorg/l

    *Eén inwonerequivalent (IE) is de gemiddelde hoeveelheid vervuiling in het afvalwater, die 1 persoon in huis veroorzaakt. Dit komt overeen met de biologisch afbreekbare organische belasting met een biologisch zuurstofverbruik gedurende vijf dagen (BZV5) van 60 g zuurstof per dag. IE wordt o.a. gebruikt om de capaciteit van een waterzuiveringsstation uit te drukken.

    Raadpleeg voor meer informatie de ondernemersgids « Laboratoria ».

  • Wasserijen 

    1. Lozing in riolering

    Parameter Na te leven grenswaarde
    ALGEMENE lozingsnormen niet-huishoudelijk afvalwater
    SECTORIËLE lozingsnormen
    Cadmium < 0,001 mg Cd/l
    Kwik < 0,002 mg Hg/l
    Chroom < 0,5 mg Cr/l
    Koper < 0,5 mg Cu/l
    Lood < 0,5 mg Pb/l
    Nikkel < 0,5 mg Ni/l
    Zink < 2 mg Zn/l
    Vluchtige organohalogeenverbindingen VOX < 5 mg/l
    Zilver < 1 mg/l
    In afwijking op de algemene lozingsnormen:  
    Zuurtegraad 6 < pH < 10,5
    Gehalte zwevende stoffen < 600 mg/l

    2. Lozing in oppervlaktewater 

    Parameter Na te leven grenswaarde
    ALGEMENE lozingsnormen niet-huishoudelijk afvalwater
    SECTORIËLE lozingsnormen
    In afwijking op de algemene lozingsnormen:  
    Biochemische zuurstofvraag in 5 dagen op 20 °C (BZV) 25 mg/l
    Chemische zuurstofvraag (CZV) < 125 mg/l

    Totaal N

    < 2.000 IE*: geen criterium

    2.000 ≤ IE < 4.000: < 20 mg/l

    ≥ 4.000 IE: < 15 mg/l
    Totaal P

    < 2.000 IE*: geen criterium

    2.000 ≤ IE < 100.000: < 2 mg/l

    ≥ 100.000 IE: < 1 mg/l
    Cadmium < 0,001 mg Cd/l
    Kwik < 0,002 mg Hg/l
    Chroom < 0,5 mg Cr/l
    Koper < 0,5 mg Cu/l
    Lood < 0,5 mg Pb/l
    Nikkel < 0,5 mg Ni/l
    Zink < 2 mg Zn/l
    Vluchtige of absorbeerbare organohalogeenverbindingen

    VOX < 0,1 mg/l of

    A0X < 2 mg/l
    Zilver < 0,1 mg/l

    *Eén inwonerequivalent (IE) is de gemiddelde hoeveelheid vervuiling in het afvalwater, die 1 persoon in huis veroorzaakt. Dit komt overeen met de biologisch afbreekbare organische belasting met een biologisch zuurstofverbruik gedurende vijf dagen (BZV5) van 60 g zuurstof per dag. IE wordt o.a. gebruikt om de capaciteit van een waterzuiveringsstation uit te drukken.

    Raadpleeg voor meer informatie de ondernemersgids « Wasserij/ Wassalon ».

  • Vlees- en visverwerkers  

    1. Lozing in riolering

    Parameter Na te leven grenswaarde
    ALGEMENE lozingsnormen niet-huishoudelijk afvalwater
    SECTORIËLE lozingsnormen: idem algemene lozingsvoorwaarden

    2. Lozing in oppervlaktewater 

    Parameter Na te leven grenswaarde
    ALGEMENE lozingsnormen niet-huishoudelijk afvalwater
    SECTORIËLE lozingsnormen
    In aanvulling op de algemene lozingsnormen:
    Chemische zuurstofvraag (CZV)

    lozingsdebiet < 25 m³/dag: < 200 mg/l

    lozingsdebiet > 25 m³/dag:  < 125 mg/l
    In afwijking op de algemene lozingsnormen:  
    Biochemische zuurstofvraag in 5 dagen op 20 °C (BZV)

    lozingsdebiet < 25 m³/dag: < 50 mg/l

    lozingsdebiet > 25 m³/dag: < 25 mg/l 

    Totaal N

    < 2.000 IE*: geen criterium

    2.000 ≤ IE < 4.000: < 20 mg/l

    ≥ 4.000 IE: < 15 mg/l
    Totaal P

    < 2.000 IE*: geen criterium

    2.000 ≤ IE < 100.000: < 2 mg/l

    ≥ 100.000 IE: < 1 mg/l
    Stoffen extraheerbaar met petroleumether

    lozingsdebiet < 50 m³/dag: < 500 mg/l

    lozingsdebiet > 50 m³/dag: < 150 mg/l
    Absorbeerbare organohalogeenverbindingen AOX < 0,1 mg/l

    *Eén inwonerequivalent (IE) is de gemiddelde hoeveelheid vervuiling in het afvalwater, die 1 persoon in huis veroorzaakt. Dit komt overeen met de biologisch afbreekbare organische belasting met een biologisch zuurstofverbruik gedurende vijf dagen (BZV5) van 60 g zuurstof per dag. IE wordt o.a. gebruikt om de capaciteit van een waterzuiveringsstation uit te drukken.

    Raadpleeg voor meer informatie de ondernemersgids « Werkplaats voor de bereiding van levensmiddelen ».
  • Bierbrouwerijen – Mouterijen – Drankconditioneringsbedrijven en bottelarijen  

     1. Lozing in riolering

    Parameter Na te leven grenswaarde
    ALGEMENE lozingsnormen niet-huishoudelijk afvalwater
    SECTORIËLE lozingsnormen
    In aanvulling op de algemene lozingsnormen:  
    Gerst-en moutafval, mout-en hopdraf, gist, kiezelguhr en andere filtreermiddelen, resten van etikettering, capsulering, glas en andere verpakkingsmiddelen Lozing verboden
    In afwijking op de algemene lozingsnormen :  
    Zuurtegraad 6 < pH < 10,5

    2. Lozing in oppervlaktewater 

    Parameter Na te leven grenswaarde
    ALGEMENE lozingsnormen niet-huishoudelijk afvalwater
    SECTORIËLE lozingsnormen
    In aanvulling op de algemene lozingsnormen:  
    Gerst-en moutafval, mout-en hopdraf, gist, kiezelguhr en andere filtreermiddelen, resten van etikettering, capsulering, glas en andere verpakkingsmiddelen Lozing verboden
    Chemische zuurstofvraag (CZV) 200 mg/l
    In afwijking op de algemene lozingsnormen :  
    Biochemische zuurstofvraag in 5 dagen op 20 °C (BZV) < 25 mg/l 
  • Grafische industrie (voor Offset – Flexografie – Zeefdruk) 

    1. Lozing in riolering

    Parameter Na te leven grenswaarde
    ALGEMENE lozingsnormen niet-huishoudelijk afvalwater
    SECTORIËLE lozingsnormen
    Cadmium < 0,1 mg Cd/l
    Chroom < 1 mg Cr/l
    Chroom VI < 0,2 mg Cr/l
    Koper < 1 mg Cu/l
    Lood < 1 mg Pb/l
    Nikkel < 1 mg Ni/l
    Zink < 3 mg Zn/l
    Zilver < 1 mg Ag/l
    Monoaromatische koolwaterstoffen

    BTEX < 1 mg/l

    (som benzeen, tolueen, ethylbenzeen, xyleen)
    Vluchtige organohalogeenverbindingen VOX < 0,1 mg/l

    2. Lozing in oppervlaktewater 

    Parameter Na te leven grenswaarde
    ALGEMENE lozingsnormen niet-huishoudelijk afvalwater
    SECTORIËLE lozingsnormen
    In aanvulling op de algemene normen:
    Chemische zuurstofvraag (CZV) < 120 mg/l
    In afwijking op de algemene lozingsnormen:

     

    Totaal N

    < 2.000 IE* : geen criterium

    2.000 ≤ IE < 4.000 IE: < 20 mg/l

    ≥ 4.000 IE: < 15 mg/l

    Totaal P

    < 2.000 IE : geen criterium

    2.000 ≤ IE < 100.000 IE: < 2 mg/l

    ≥ 100.000 IE: < 1 mg/l
    Cadmium < 0,01 mg Cd/l
    Chroom < 0,5 mg Cr/l
    Chroom VI < 0,1 mg Cr/l
    Koper < 0,5 mg Cu/l
    Lood < 0,5 mg Pb/l
    Nikkel < 0,5 mg Ni/l
    Zink

    < 2 mg Zn/l

    Zilver < 1 mg/l
    Monoaromatische koolwaterstoffen

    BTEX < 1 mg/l

    (som benzeen, tolueen, ethylbenzeen, xyleen)
    Vluchtige organohalogeenverbindingen VOX < 0,1 mg/l

    *Eén inwonerequivalent (IE) is de gemiddelde hoeveelheid vervuiling in het afvalwater, die 1 persoon in huis veroorzaakt. Dit komt overeen met de biologisch afbreekbare organische belasting met een biologisch zuurstofverbruik gedurende vijf dagen (BZV5) van 60 g zuurstof per dag. IE wordt o.a. gebruikt om de capaciteit van een waterzuiveringsstation uit te drukken.

  • Oppervlaktebehandeling metalen  

    1. Lozing in riolering

    Parameter Na te leven grenswaarde
    ALGEMENE lozingsnormen niet-huishoudelijk afvalwater
    SECTORIËLE lozingsnormen
    Cadmium (totaal) < 0,005 mg Cd/l
    Chroom (totaal) < 0,5 mg Cr/l
    Chrome VI (totaal) < 0,2 mg Cr(VI)/l
    Kobalt (totaal) < 0,5 mg Co/l
    koper (totaal) < 0,5 mg Cu/l
    Lood (totaal) < 0,5 mg Pb/l
    Nikkel (totaal) < 0,5 mg Ni/l
    Zink (totaal) < 2 mg Zn/l
    Zilver (totaal) < 0,1 mg/l
    Aluminium (totaal) < 10 mg Al/l
    Ijzer (totaal) < 20 mg Fe/l
    Barium (totaal) < 5 mg Ba/l
    Boor (totaal) < 10 mg B/l
    Tin (totaal) < 2 mg Sn/l
    Cyanide (chloor oxydeerbaar) < 0,5 mg CN/l
    Vluchtige organohalogeenverbindingen VOX < 0,1 mg/l
    Vrije chloor < 0,5 mg Cl2 / l
    Sulfide < 2 mg/l
    Fluoride (totaal) < 50 mg/l
    Fluoride (vrij) < 20 mg/l

    2. Lozing in oppervlaktewater 

    Parameter Na te leven grenswaarde
    ALGEMENE lozingsnormen niet-huishoudelijk afvalwater
    SECTORIËLE lozingsnormen
    In aanvulling op de algemene normen:  
    Chemische zuurstofvraag (CZV) < 200 mg/l
    In afwijking op de algemene lozingsnormen:  
    Biochemische zuurstofvraag in 5 dagen op 20 °C (BZV) 15 mg/l
    Totaal P

    Als geen fosfatatie : < 2 mg/l

    Als fosfatatie : < 15 mg/l
    Stoffen extraheerbaar met petroleumether < 20 mg/l
    Cadmium (totaal) < 0,005 mg Cd/l
    Chroom (totaal) < 0,5 mg Cr/l
    Chroom VI (totaal) < 0,2 mg Cr(VI)/l
    Kobalt (totaal) < 0,5 mg Co/l
    Koper (totaal) < 0,5 mg Cu/l
    Lood (totaal) < 0,5 mg Pb/l
    Nikkel (totaal) < 0,5 mg Ni/l
    Zink (totaal) < 2 mg Zn/l
    Zilver (totaal) < 0,1 mg/l
    Aluminium (totaal) < 3 mg Al/l
    Ijzer (totaal) < 20 mg Fe/l
    Barium (totaal) < 5 mg Ba/l
    Boor (totaal) < 10 mg B/l
    Tin (totaal) < 2 mg Sn/l
    Cyanide (chloor oxydeerbaar) < 0,5 mg CN/l
    Vluchtige organohalogeenverbindingen VOX < 0,1 mg/l
    Vrije chloor < 0,5 mg Cl2 / l
    Sulfide < 0,5 mg/l
    Fluoride (totaal) < 50 mg/l
    Fluoride (vrij) < 20 mg/l
Datum van de update: 27/09/2021