Zonnekaart Brussel : FAQ

1. ALGEMENE VRAGEN

  • 1.1. Wat is het doel van de zonnekaart ? 

    De zonnekaart geeft een eerste inschatting van het bruikbaar zonnepotentieel op de daken van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Anders gezegd, “Is er voldoende zonlicht om zonnepanelen op mijn dak te plaatsen?”

    De kaart is vooral een communicatie- en sensibiliseringsmiddel, en heeft geen enkel commercieel doel. De kaart verschaft informatie teneinde in te schatten wat de financiële, energetische en milieu-impact kunnen zijn. De kaart evalueert bijvoorbeeld niet de stabiliteit van uw dak of uw gebouw, of de reeds bestaande installaties.

    De zonnekaart geeft geen 100% juiste gegevens. Hij is gebaseerd op een berekening via beschikbare gegevens en wijst automatisch een score toe op basis van een aantal voorgeprogrammeerde keuzes. Het is belangrijk dat u het resultaat zorgvuldig beoordeelt en verfijnt met een installateur.

  • 1.2. Wie kan de zonnekaart gebruiken ? 

    Iedereen kan de zonnekaart gebruiken. De enige beperking in de simulaties is dat de gesimuleerde systemen beperkt zijn tot 12 kWp vermogen voor fotovoltaïsche zonne-energie (of 96 m² aan zonnepanelen) en 5 m² voor de zonneboiler.

    Waarom deze limiet? Omdat boven een vermogen van 12 kWp het verplicht is om bijkomende investeringen te doen om uw verbinding aan te passen aan het netwerk. Om de extra kosten van deze bijkomende investeringen rendabel te maken, zou een installatie een vermogen moeten hebben van minstens 30 à 35 kWp (meer dan 240 m² aan zonnepanelen), wat zelden mogelijk is bij een privéwoning en wat in het algemeen gepaard gaat met een elektriciteitsverbruik dat hoger is dan een huishoudelijk verbruik.

    Deze limiet van 12 kWp wordt behouden, zelfs als er op het kadastrale perceel een veel grotere oppervlakte met een goed zonnepotentieel bestaat.

  • 1.3. Op welke browsers werkt de zonnekaart ? 

    De zonnekaart werkt op alle recente browsers (Chrome, Firefox, Safari en Edge) en op recente smartphones en tablets (jonger dan 5 jaar) van het type Android en Iphone.

    In Internet Explorer kunnen sommige functies en schermen mogelijk onjuist worden weergegeven.

  • 1.4. Hoe de zonnekaart gebruiken ? 

    De zonnekaart is bereikbaar via de link www.zonnekaart.brussels.

    Nadien hebt u twee navigatie-opties:

    • U kunt een adres invoeren en op "zoeken" klikken.
    • U kunt u verplaatsen op de luchtfoto, inzoomen en op een gebouw klikken.

    Na enkele berekeningen ontvangt u de standaardresultaten, die u desgewenst kunt aanpassen en herrekenen met uw persoonlijke gegevens.

    U hebt ook toegang tot de lijsten met installateurs. U kunt het simulatierapport afdrukken en verschillende tips krijgen om uw energieverbruik te verbeteren.

  • 1.5. Wat berekent de zonnekaart ?  
    De zonnekaart geeft resultaten per kadastraal perceel. Het is daarom mogelijk dat u gemeenschappelijke resultaten krijgt voor verschillende huisnummers of zelfs verschillende straten, omdat de gebouwen zich bevinden op hetzelfde perceel.

    De berekeningen van het dakoppervlak worden gemaakt met behulp van de driedimensionale gegevens van het Centrum voor Informatica van het Brusselse Gewest  (CIBG), gegevens die ook UrbIS-3D, worden genoemd, en die alleen de oppervlaktes gebruiken die afkomstig zijn van de "daklaag".

    Voor elk dak van elk kadastraal perceel in Brussel berekent de zonnekaart 2 zaken:

     => Eerst berekent de kaart de zonnestraling die elk dak gedurende een jaar ontvangt. Daarbij wordt rekening gehouden met de helling en oriëntatie van dit dak, maar ook met de schaduw van de aangrenzende gebouwen (muren, daken). De berekening van de schaduw is beperkt tot de elementen die aanwezig zijn in de 3D-gegevenslaag. De schaduwen van bijvoorbeeld schoorstenen of bomen worden niet in aanmerking genomen. De berekeningen worden gemaakt aan de hand van de gemiddelde geobserveerde weergegevens in Brussel gedurende 20 jaar, van 1991 tot en met 2010.

    =>  Ten tweede berekent de zonnekaart de oppervlaktes aan zonnepanelen die geïnstalleerd kunnen worden op deze daken. Daarbij wordt rekening gehouden met een schatting aan obstakels zoals dakvensters of schoorstenen.

    De zonnekaart kan de staat van het dak niet inschatten, en spreekt zich ook niet uit over de stevigheid om 25 jaar lang een zonnepaneelinstallatie te dragen.

    De zonnekaart kan niet precies weten waar de panelen geplaatst moeten worden, noch wat de potentiële strategie is om bestaande schaduwen te minimaliseren. Dit is de taak van een installateur.

  • 1.6. Wat betekenen de 3 cirkels ? 

    De drie cirkels bieden een complementaire en verschillende visie op hetzelfde kadastraal perceel.
    => In de eerste cirkel staat de luchtfoto van het geselecteerde kadastraal perceel.

    => In de tweede cirkel staat een plattegrond met de indeling van de dakoppervlaktes op basis van hun zonnepotentieel (via de weergegevens van de voorbije 20 jaar).

    => De derde cirkel geeft een 3D-beeld (UrbIS-3D-gegevens) van de gebouwen op het kadastrale perceel (en die van enkele naburige percelen) met hier ook de indeling van de dakoppervlaktes op basis van hun zonnepotentieel.

  • 1.7. Wat betekenen de 3 kleuren van de daken ? 

    De dakoppervlaktes zijn geclassificeerd in 3 categorieën:

    • De groene categorie « Uitstekend potentieel », groepeert de oppervlaktes die theoretisch veel zon krijgen. Ze krijgen meer dan 900 kWh/m²/jaar aan zonnestraling.
    • De gele categorie « Goed potentieel », zijn de oppervlaktes die nog redelijk wat zon krijgen. Ze krijgen tussen 700 en 900 kWh/m²/jaar aan zonnestraling.
    • De blauwe categorie « Zwak potentieel », groepeert de oppervlaktes die een te zwakke zonnestraling krijgen (minder dan 700 kWh/m²/jaar) om op een rendabele manier zonnepanelen te installeren. Een dak kan als blauw geclassificeerd worden omwille van zijn oriëntatie en helling (bijvoorbeeld noord-georiënteerd en een helling van 35°), maar ook omwille van een sterke schaduw.
      (Deze inschattingen zijn gebaseerd op de performantie van panelen van het polykristallijne type)

    De zonnekaart sluit de oppervlaktes van de blauwe daken uit om de uitrusting aan zonnepanelen te ramen, want de zonnestraling is er nog te zwak om voldoende energetische en financiële winst te hebben, rekening houdend met de gekende technologieën.

  • 1.8. Welke type zonnepanelen worden berekend ? 

    De zonnekaart realiseert berekeningen voor twee verschillende zonnetechnologieën:  

    => een fotovoltaïsche zonne-installatie die elektriciteit produceert 
    => een thermische zonne-installatie die warm water produceert (zonneboiler). 

    Deze berekeningen worden afzonderlijk gedaan. Het is mogelijk dat een kadastraal perceel eigenlijk geen voldoende goede en grote dakoppervlakte heeft om de 2 systemen simultaan te installeren.

    Als de geschatte beschikbare oppervlakte voor de plaatsing van zonnepanelen kleiner is dan  5 m² of als de zonnestraling niet voldoende is (slechte oriëntatie of te veel schaduw), is het volgens de zonnekaart niet mogelijk is om zonnepanelen te installeren. In dat geval bieden zich talrijke alternatieven aan: u kan dan een warmtepomp installeren, hernieuwbare energie aankopen, zonnepanelen zetten op het dak van uw buurman… Die info vindt u op de website van Leefmilieu Brussel.

  • 1.9. Mijn dak is wazig, hoe kan ik de simulatie krijgen ? 

    In het kader van de wettelijke verplichtingen voor de producenten van cartografische gegevens, heeft het Centrum voor Informatica voor het Brusselse Gewest (CIBG) sommige delen van de luchtfoto’s (orthofotoplannen UrbIS) moeten vervagen. Het betreft vooral militaire zones. Het wazige gedeelte rijkt tot 50 meter rondom de militaire zones.

    Dit verandert niets aan de berekeningen (zie Wat berekent de zonnekaart ?). U heeft altijd toegang tot de simulatie met behulp van de voorziene navigatiemodi (zie Hoe de zonnekaart gebruiken?).

  • 1.10. Is schaduw op mijn dak een obstakel ? 

    Indien het hele jaar door een deel van uw dak in de schaduw is, dan is dat inderdaad een obstakel. Schaduw is geen groot obstakel indien die enkel op bepaalde tijden in de winter ('s ochtends en aan het einde van de dag) aanwezig is.

    In de winter speelt de schaduw ook een belangrijke rol omdat de zon laag staat, wat betekent dat die ons niet veel energie oplevert. Zelfs met een grote schaduw, zal het verlies aan productie nog beperkt zijn.

     

    Een goede graadmeter is uw dak op 21 december 's middags. Het gedeelte dat dan in de zon staat, is zonder noemenswaardige verliezen bruikbaar.

    In België realiseert een fotovoltaïsche installatie meer dan 2/3de van zijn jaarlijkse productie in 6 maanden (van midden maart tot midden september) en minder dan 1/3de van zijn jaarlijkse productie in de andere 6 maanden (zie afbeelding hieronder).

    Zelfs met 30% schaduwverliezen in de winter, zal een installatie nog steeds meer dan 90% van de optimale productie produceren gedurende het jaar.

    Afb.1: Verdeling van de jaarlijkse productie van een fotovoltaïsche installatie in Brussel gedurende 10 jaar

    Afb.1: Verdeling van de jaarlijkse productie van een fotovoltaïsche installatie in Brussel gedurende 10 jaar

  • 1.11 Waarom moet ik aandacht hebben voor de schaduw die op mijn fotovoltaïsche installatie wordt geworpen ? 

    Eén fotovoltaïsche cel creëert slechts een klein vermogen (spanning). Om een groot elektrisch vermogen te genereren, moeten vele cellen achter elkaar in serie worden geplaatst. Het uitgangsvermogen (spanning) van de ene cel is de ingangsspanning van de volgende.

    Net als bij de opeenvolgende treden van een trap, maakt de opeenvolging van cellen binnen een paneel, en vervolgens de onderlinge opeenvolging van de panelen, een groot uitgangs-vermogen mogelijk.

    Als in zulk een keten één cel volledig beschaduwd wordt, blokkeert de productie. De totale productie is daarom afhankelijk van de productie van de minst verlichte cel.

    Paneelfabrikanten hebben hiervoor "bypass" –-constructies gemaakt die de impact van schaduw beperken en dit probleem oplossen. Op die manier zijn er meerdere series van onafhankelijke cellen op éénzelfde paneel.

    Zoals te zien is in de volgende afbeelding, maakt de manier waarop de panelen worden geplaatst (in portret of in landschap) met betrekking tot de schaduw, het mogelijk om de impact hiervan te verminderen.

    Voorbeelden van gedeeltelijke schaduw die het 					                         Voorbeelden van  vermogen van een zonnepaneel met 50% verminderen.                         totale schaduw

    Afb.2 Voorbeelden van dedeeltelijke schaduw die het vermogen va neen zonnepaneel met 50% verminderen. Voorbeelden van taotale schaduw van een rij zonnecellen die de zonnestroom tot 0 verminderen.

    Op dezelfde manier dient uw installateur bij het onderling verbinden van de panelen rekening te houden met de schaduwen in de ochtend en in de avond.

     

    Een goede analyse van de manier waarop de panelen geplaatst worden (portret of landschap) en hun onderlinge verbinding maakt een optimaal beheer van schaduw mogelijk.

    Vermijd echter het plaatsen van panelen in beschaduwde zones over de middag in december.

  • 1.12 Ik heb een plat dak, hoe plaats ik hier zonnepanelen op? 

    Op een plat dak is het mogelijk om zonnepanelen naar eigen inzicht te plaatsen. Er zijn twee verschillende strategieën mogelijk:

    1. Plaats de panelen zo dat elk van hen het meest produceert, de “productivistische” strategie.
    2. Plaats zo veel mogelijk panelen op de beschikbare dakoppervlakte, de strategie « optimalisering van het dak».

    De « productivistische » strategie

    In Brussel heeft een vast paneel de grootste jaarproductiviteit, indien het naar het zuiden gericht is en een helling heeft van ongeveer 35°.

    Als alle panelen van een plat dak op deze manier zijn geplaatst, is het noodzakelijk om de rijen panelen zo te plaatsen dat in het midden van de winter geen enkele rij schaduw zal werpen op de achterste rij (zie afbeelding) .

    Als gevolg hiervan worden grote delen van het dak niet gebruikt.

    Als alle panelen van een plat dak worden geplaatst in de productivistische strategie, produceren de panelen het best, maar in Brussel is het dak tot maximaal 67% van de totale oppervlakte bezet.

    Bovendien moeten de zo geplaatste panelen worden verzwaard met gewicht, of mechanisch worden verankerd in het dak om te vermijden dat ze wegvliegen.

    De strategie « optimalisering van het dak »

    Deze strategie is erop gericht de grootst mogelijk dakoppervlakte te bezetten met panelen.

    Om dit te doen, worden de rijen collectoren rug aan rug geplaatst, één naar het oosten en één naar het westen gericht. Om niet te veel in productiviteit te verliezen, maken we de helling van deze panelen iets kleiner dan het optimum.

    illustration toit plat 2

    De collectoren zullen individueel minder productief zijn dan in de productivistische strategie (minimaal 89% van het optimum), maar de totale productie op het dak zal groter zijn omdat we het gebruik van het dakoppervlak optimaliseren.

     

    Ook zorgt de combinatie van een lage helling en de rug aan rug plaatsing van de rijen ervoor  dat de windweerstand veel lager is en de onderlinge bevestiging van de rijen panelen laten een gehele of gedeeltelijke plaatsing toe van noodzakelijke ballasten.

     

    Dit is iets minder werk voor de installateur, we voegen minder extra gewicht toe aan het dak en het systeem is structureel veiliger voor harde wind.

     

    Hoe minder duur de panelen zijn, hoe meer interesse er is in de strategie van het optimum ten koste van de productivistische strategie (die evident was toen de panelen erg duur waren).

  • 1.13 Waarom zijn de platte daken gearceerd ? 

    De platte daken zijn gearceerd omdat we niet kunnen voorspellen welk type installatiekeuze er wordt gemaakt (zie het punt voor het plaatsen van platte dakpanelen) en we kunnen de productie van deze oppervlakten niet correct schatten.

  • 1.14. Voorbeelden van enkele gebruikte parameters in de zonnekaart 

2. VRAGEN OVER DE BEREKENINGEN 

  • 2.1. Hoe wordt de beschikbare dakoppervlakte berekend ?  

    De totale bestaande dakoppervlakte wordt bepaald door de som te maken van de dakoppervlaktes aanwezig binnen hetzelfde kadastraal perceel.

    Bij een schuin dak berekent de kaart de reële oppervlakte van het dak en niet de op de grond geprojecteerde oppervlakte.

    De berekening van de beschikbare oppervlaktes gebeurt door het verwijderen van de obstakels op het dak, zoals dakvensters, dakkapellen, terrassen, bestaande schoorstenen of liften, en alles wat een hindernis kan betekenen voor het uitrusten van het dak met zonne-of thermische panelen.

    Er zijn twee verschillende manieren om rekening te houden met deze obstakels op het dak:

    • Standaard vermindert de zonnekaart alle totale dakoppervlaktes met 18%. Dit percentage is statistisch bepaald op basis van beeldherkenning vanuit de lucht. Het gaat om een gemiddelde uit een steekproef onder Brusselse gebouwen.
    • U kunt manueel de reële obstakels van uw dak aangeven door het aantal dakvensters, schoorstenen, dakkapellen, terrassen,… te selecteren. 

    Elk obstakel komt overeen met een gemiddeld aantal m² (in werkelijkheid zijn er veel variaties mogelijk), gedefinieerd volgens een studie op een representatief aantal daken gerealiseerd door het Brussels Hoofdstedelijk Gewest in de zomer van 2018:

    Dakvenster (Velux) 1,4m²
    Schoorsteen 1m²
    Dakkapel 5,4 m²
    Lichtkoepel (raam van een plat dak) 4,3 m²
    Gebruikt terras 27 m²
    Andere 3,5 m²
  • 2.2. Verandert de afwijking met de luchtfoto de berekening ? 

    De luchtfoto’s worden gebruikt om het u mogelijk te maken het gebouw dat u zoekt, beter te kunnen identificeren en visueel terug te vinden.

    Er kan een afwijking bestaan tussen de ligging van de daken en de luchtfoto. Deze afwijking is veroorzaakt door een verschillende computerbewerking tussen de luchtfoto’s en de UrbIS-3D-gegevens (zie Wat berekent de zonnekaart in het algemeen ?).

    Deze afwijking verandert niets aan de berekeningen, die uitsluitend worden uitgevoerd op basis van de UrbIS-3D-gegevens.

  • 2.3. Verandert de afwezigheid van muren in 3 dimensies de berekening ? 

    De zonnekaart berekent enkel het zonnepotentieel voor de oppervlaktes van de daklaag van de UrbIS-3D-gegevens. De visuele afwezigheid van muren verandert hier niets aan.

    De zonnekaart gebruikt de andere oppervlaktes (zoals muren) wel om de schaduwen te berekenen en het best de driedimensionale visie van de geselecteerde gebouwen te illustreren.

    Er kunnen kleine afwijkingen in de basisgegevens verschijnen, wat verklaart waarom in sommige driedimensionale visies de huismuren kunnen ontbreken. Deze worden echter wel meegerekend in de schaduwberekening.

  • 2.4. Welke panelen worden gesimuleerd ? 

    De zonnekaart beperkt de afmetingen van fotovoltaïsche panelen tot 96 m², wat overeenstemt met een vermogen van 12 kWc voor fotovoltaïsche panelen met een laag rendement.

    Voor de zonneboilers biedt de zonnekaart de ‘standaard kit’ aan van 5m² panelen (2 panelen) en een opslagboiler van 300 liter.

    Er zijn twee groepen fotovoltaïsche panelen : de monokristallijne en de polykristallijne panelen. Deze 2 groepen zijn gebaseerd op het gebruik van hetzelfde productie-element : kristallijn silicium, een metalen halfgeleider die licht omzet in elektriciteit.

    De polykristallijne hebben een blauwe kleur en er is een zichtbare kristallijne structuur. Ze hebben het kleinste rendement (van 5 tot 13%). Hun cellen hebben vierkante hoeken.

    De monokristallijne hebben een donkerdere kleur en lijken uniform. Ze hebben meestal een beter rendement, tussen 16 en 20% als we spreken over eenvoudig of hoog rendementsmonokristallijn. Hun cellen hebben meestal afgeknotte hoeken.

    Aangezien de meeste fotovoltaïsche panelen dezelfde grootte hebben, namelijk 1,6 m², of 1 m op 1,6 m, betekent dit dat u minder panelen moet plaatsen als ze een hoger rendement halen.

    Het verschil in kristallen (poly, mono of mono hoog rendement) is niet gelinkt met de kwaliteit; een paneel met een laag rendement kan dezelfde kwaliteit hebben als een paneel met een hoog rendement. 

    We stellen vaak vast dat, als de daken klein zijn, er voorrang wordt gegeven aan panelen met een hoog rendement om de productiviteit van het dak te maximaliseren, maar dat is geen verplichting.

  • 2.5. De reglementering spreekt over een grens van 10 kVA en de kaart over 12 kWp. Wat betekent dit ? 

    Er zijn 2 verschillende types vermogen wanneer we spreken over fotovoltaïsche zonnepanelen :

    • Het nominaal vermogen van de panelen; Pzon in onderstaand schema. Die is uitgedrukt in kiloWattpiek of kWp.
    • Het vermogen van de omvormer (die de gelijkstroom van de collectoren omzet in wisselstroom), Pomvormer in onderstaand schema. Daar spreken we van kiloVolt-Ampère of kVA

    De technische normen zijn van toepassing op de omvormer. Zijn vermogen is verplicht beperkt tot 10 kVA. Door het Belgisch klimaat en het energieverlies door de omzetting van gelijkstroom in wisselstroom, is er aan de uitgang van de omvormer systematisch een lager vermogen dan het totale nominale vermogen van de collectoren.

    De reglementaire vermogensgrens van de omvormer van 10 kVA stemt daarom overeen met een technische nominale vermogensgrens van de panelen van 12 kWp. Met andere woorden: met een totaal vermogen van 12 kWp op het niveau van de panelen voldoet de installatie aan de wettelijke limiet van 10 kVA bij de aansluiting op het elektriciteitsnet.

  • 2.6. Hoe wordt de CO2-besparing berekend ? 

    Voor de fotovoltaïsche zonnetechnologie wordt de CO2-besparing berekend op basis van de geschatte elektriciteitsproductie. Voor elk geproduceerd kWh aan elektriciteit wordt een besparing van 456 gram CO2 in rekening gebracht. Deze hoeveelheid vertegenwoordigt de hoeveelheid aardgas geproduceerd door een elektriciteitscentrale, die dankzij de elektriciteitsproductie door fotovoltaïsche panelen wordt bespaard.

    Voor de zonneboiler wordt de CO2-besparing berekend op basis van het type aanvullende (niet-zonne-) energie die wordt bespaard. Dit kan elektriciteit zijn in het geval van een elektrische boiler, of stookolie of aardgas in het geval van een verwarmingsketel.

    De besparing op 10 jaar wordt berekend door het optellen van de besparing van de productie gedurende 10 jaar en het aftrekken van de geschatte hoeveelheid CO2 die geproduceerd werd tijdens de fabricatie en het transport van de zonnepanelen, de CO2-impact.

    Voor een fotovoltaïsch systeem wordt die CO2-impact geraamd op ongeveer 1250 kg CO2 per geïnstalleerde kWp. Voor een systeem van 5 kWp komt dit overeen met 6.250 kg CO2. Voor een zonneboiler wordt de CO2-impact geraamd op 3500 kg.

  • 2.7. Hoe wordt mijn financiële winst berekend ? 

    De financiële winst wordt berekend voor een periode van 10 jaar en is gelijk aan het verschil tussen de uitgaven en de inkomsten met inbegrip van factoren zoals de inflatie en de index op de evolutie van de energieprijzen.

    Op 10 jaar wordt het volgende in rekening genomen :

    Uitgaven :

    • De aankoop van het materiaal (zonnepanelen, en eventueel een batterij).
    • De kost voor de afgenomen elektriciteit van het net (voor installaties vanaf 6 kWp, en vanaf 2020 voor alle installaties).
    • In voorkomend geval, de kost van de lening.

    Inkomsten:

    • De inkomsten uit de productiesteun, ook groenestroomcertificaten genoemd. Deze worden gedurende 10 jaar verstrekt.
    • De inkomsten gelinkt aan de verbruikssteun, via het compensatiesysteem (zie Mijn teller draait “terug", verandert dit mijn zonne-autonomie?), die een besparing op de elektriciteitsrekening betekent. Na de 10 jaar die berekend werden, zult u verder kunnen genieten van deze inkomsten; een installatie houdt het 25 à 30 jaar uit.
    • De inkomsten gelinkt aan de eventuele verkoop van de overtollig geproduceerde elektriciteit. Na de 10 jaar die berekend werden, zult u verder kunnen genieten van deze inkomsten; een installatie houdt het 25 à 30 jaar uit.
  • 2.8. Hoe zien mijn opbrengsten eruit na 10 jaar? 

    Fotovoltaïsche panelen hebben vandaag een levensduur van 25 tot 30 jaar. Dit betekent dat de opbrengsten veel verder gaan dan 10 jaar. Er mogen echter ook een aantal uitgaven worden verwacht.

    Hier is een overzicht van de uitgaven en inkomsten die NIET op de zonnekaart worden vermeld, maar die reëel zijn en dus ter informatie worden vermeld.

    Uitgaven:

    • De waarschijnlijke vervanging van de omvormer rond het 15e jaar (ongeveer € 1.250);
    • Mogelijke kosten voor de elektrische monitoring van de installatie en/of uw verbruik (maximaal € 30 per jaar).

    Merk op dat, behalve in zeer speciale gevallen (veel vogeluitwerpselen bijvoorbeeld), de panelen niet hoeven te worden gereinigd. Regen en smeltwater hebben immers een reinigende werking.

    Inkomsten:

    • De financiële besparing gekoppeld aan de besparing op fossiele brandstoffen (aardgas, stookolie) als u besluit om uw water op te warmen met de elektriciteit van uw panelen;
    • Een mogelijke stijging van de doorverkoopprijs voor uw overschot aan geproduceerde elektriciteit.
  • 2.9. Hoe wordt de terugverdientijd berekend? 

    De terugverdientijd die wordt berekend is de geactualiseerde terugverdientijd. Het houdt met andere woorden rekening met de inflatie en de geschatte energieprijsindexeringen. Dit zijn zaken die bij een eenvoudige terugverdientijd niet in rekening worden gebracht.

    In het geval van een aankoop met eigen fondsen (standaardberekening) worden in de berekening de totale initiële uitgaven voor de verwerving van het systeem opgenomen en vergeleken met de totale jaarlijkse inkomsten (besparingen op de elektriciteitsfactuur en inkomsten uit de verkoop van groenestroomcertificaten).

    In het geval van een aankoop via een lening wordt bij de berekening rekening gehouden met de maandelijkse renteaflossingen. Als de jaarlijkse inkomsten hoger zijn dan de uitgaven (wat mogelijk is bij een lage rente of een lange looptijd van de lening), zou de terugverdientijd nul kunnen zijn.

    De besparing op de factuur wordt berekend door ervan uit te gaan dat in 2020 de compensatie (of het principe van "terugdraaiende teller") stopt voor installaties met een vermogen van minder dan 6 kWp.

    Voor installaties van meer dan 6 kWp (die geen compensatie genieten) wordt een verkoopprijs geteld van € 0,03 per kWh die in het net wordt geïnjecteerd. Deze extra inkomsten komen bovenop de besparing op de factuur en de verkoop van groenestroomcertificaten.

3. GEBRUIKSVRAGEN

  • 3.1. Hoe gebruik ik het gedeelte "Obstakels op mijn dak" ? 

    De bij de installatie van zonnepanelen op het dak aanwezige obstakels worden standaard geschat op 18% van het dakoppervlak. Dit percentage is statistisch bepaald op basis van beeldherkenning vanuit de lucht. Het gaat om een gemiddelde uit een steekproef onder Brusselse gebouwen.

    Als u de waarde wilt aanpassen omdat u denkt dat u minder of meer obstakels hebt, kunt u de knoppen in het gedeelte "Obstakels op het dak” gebruiken en een of meer soorten obstakels toevoegen of verwijderen door op "+" of "-" te klikken.
     

    Om de standaard obstakelwaarde te verwijderen (als er bijvoorbeeld helemaal geen schaduw is op uw daken), moet u een obstakel toevoegen (door op het pictogram te klikken) en dit vervolgens verwijderen (door op " -" te klikken).

    Als de beschikbare dakoppervlakte zeer groot blijft (meer dan 96 m²), zal de toevoeging van obstakels geen impact hebben op het voorgestelde aantal zonnepanelen, omdat de installaties beperkt worden tot 96 m2 (Zie 1.2. Wie kan de zonnekaart gebruiken?)

  • 3.2. Hoe kies ik tussen de drie fotovoltaïsche technologieën? 

    Er zijn 3 zonnepaneeltechnologieën die vooral verschillen qua efficiëntie van de omzetting van zonne-energie in elektriciteit:

    • De technologie met het hoogste rendement (monokristallijn met hoog rendement) vereist minder panelen (minder ruimte) en is het duurst.
    • De technologie met het laagste rendement (polykristallijn) vereist meer panelen (meer ruimte) en is de goedkoopste.
    • Daartussenin zit de monokristallijntechnologie.

    Kies op basis van de beschikbare ruimte en het budget.

    Hieronder staan de referentiewaarden waarmee rekening wordt gehouden bij de berekening. Dit zijn niet de reële waarden (specifiek paneelmerk) die uw installateur u mogelijk kan verschaffen. De grootte en complexiteit van uw installatie kan ook een (aanzienlijk) prijsverschil met zich meebrengen.

    Technologie Omzettingsrendement Aankoopprijs in euro/kWp
    Monokristallijn 15,5% 1.415 €
    Monokristallijn met hoog rendement 22% 1.509 €
    Polykristallijn 13% 1.320 €

    Het is gebruikelijk om hoogrendementspanelen te installeren op kleine daken. Als het dak echter redelijk groot is (meer dan 100 m²) wordt vaak de voorkeur gegeven aan minder dure collectoren (met minder rendement), zoals polykristallijne collectoren.

    Opgemerkt moet dat het verschil in rendement niets te maken heeft met een verschil in kwaliteit. In alle rendementscategorieën zijn er collectoren van uitstekende kwaliteit.

  • 3.3. Hoe kan ik mijn eigen energieverbruik aanpassen? 

    Als u geen idee hebt van uw verbruik, selecteer dan een consumentenprofiel dat het meest op u lijkt. Dit zijn statistische profielen. Het is mogelijk dat uw verbruik er helemaal anders uitziet. Weet u exact het aantal elektrische kWh dat u verbruikt? Neem dan het verbruik dat er het beste bij past. U vindt uw jaarlijks verbruik terug op de jaarafrekening die u van uw elektriciteitsleverancier hebt ontvangen. 

  • 3.4. Ik wil meer dan 12 kWp installeren. Wat moet ik doen? 

    Als u meer dan 12 kWp wilt installeren, bijvoorbeeld als u echt veel plaats hebt op uw dak, dan kunt u rechtstreeks contact opnemen met een installateur of de Facilitator Duurzame Gebouwen (0800 85 775 of facilitator@leefmilieu.brussels). De voorwaarden voor de aansluiting op het elektriciteitsnet, evenals de niveaus van productiesteun via de toekenning van groenestroomcertificaten, verschillen van een huishoudelijke installatie.

  • 3.5. Hoe maak ik een pdf-bestand van het verslag? 

    Klik op deze knop om een pdf te maken van het verslag: 

    Naargelang de pagina waar u bent, krijgt u de berekeningen met de standaardwaarden, of de gepersonaliseerde berekening

  • 3.6. Waarom kan ik de autoconsumptie doen variëren? 

    Autoconsumptie (of zonneautonomie) is de elektriciteit die u zelf produceert én zelf verbruikt.
    Het is interessant om uw autoconsumptie te vergroten omdat u hierdoor meer winst gaat halen uit uw panelen.

    Door ervoor te zorgen dat de energie die u verbruikt rechtstreeks van uw zonnepanelen komt (goedkopere energie) en door overtollige zonnestroom te gebruiken om uw water te verwarmen en zo brandstof te besparen (gas, olie), zal uw totale energiefactuur over 25 jaar aanzienlijk dalen.

    Opslag van overtollige zonne-energie in chemische batterijen wordt ook vermeld, ook al is economisch nog onaantrekkelijk; het is nog goedkoper om elektriciteit van het net te gebruiken dan een batterij aan te kopen.

    Uw autoconsumptie bevindt zich tussen 0 en 100%:

    • Als alle elektriciteit die u verbruikt rechtstreeks van zonnepanelen komt, dan hebt u een autonomie van 100%.
    • Als u enkel 's nachts energie verbruikt, dan komt de verbruikte elektriciteit volledig van het elektriciteitsnet (zonnepanelen produceren 's nachts geen elektriciteit) en is uw autonomie 0%.

    Gemiddeld gezien zult u een autonomie bereiken van 30% als u niets specifieks onderneemt. Dit betekent dat 30% van uw verbruik rechtstreeks kan worden gedekt door de productie van zonnepanelen. De resterende 70% wordt afgenomen van het elektriciteitsnet.

  • 3.7. Verandert mijn "terugdraaiende teller" mijn zonneautonomie?

    Het principe van de "terugdraaiende teller" (of "jaarlijkse compensatie") is het principe waarbij de hoeveelheid elektriciteit die u op het elektriciteitsnet zet, afgetrokken wordt van de elektriciteit die u van het net haalt (zonder onder nul te gaan). U betaalt dus enkel het verschil. Dat geldt voor installaties van minder dan 6 kWp.

    Dit systeem is gebaseerd op een administratieve afhandeling. Het feit dat u van deze jaarlijkse compensatie geniet, is dus een financiële steun, maar heeft geen invloed op uw echte autonomie.

    Als u een installatie hebt met een vermogen tussen 6 en 12 kWp, komt u niet in aanmerking voor deze steun. Het is dus aan u om uw verbruik en productie af te stemmen met het oog op zo groot mogelijke energie- en financiële opbrengsten (zie vraag
    Hoe kan ik mijn autoconsumptie vergroten?).

    Voor installaties met een vermogen van minder dan 6 kWp (of 5 kVa) wordt het principe van jaarlijkse compensatie naar verwachting in 2020 afgeschaft. Dit betekent dat de steun dan ophoudt te bestaan en dat alle eigenaars van zonnepanelen in Brussel er dan belang bij hebben om hun autonomie zoveel mogelijk te vergroten.

  • 3.8. Hoe kan ik mijn autoconsumptie vergroten? 

    Uw autoconsumptie of zonneautonomie vergroten kan via één van de volgende acties:

    1) Ik verminder mijn verbruik:
    Hoe lager uw energieverbruik, hoe vaker de zonne-energieproductie genoeg zal zijn, zelfs op niet zo heldere dagen. Hiermee kunt u uw autonomie met 1 tot 3 % per jaar doen toenemen.

    2) Ik verbruik overdag:
    U kunt vaatwassers en wasmachines overdag laten draaien of elektrische fiets- of autobatterijen tijdens de dag opladen. Veel apparaten kunnen daarvoor geprogrammeerd worden. Hierdoor kunt u uw autonomie vergroten met 1 tot 3 % per jaar.

    3) Ik laat mijn water overdag opwarmen:
    Als u een grote zonne-energieproductie en een laag elektriciteitsverbruik hebt, kunt u overdag warm water voor huishoudelijk gebruik produceren.
      => Als u beschikt over een thermodynamische boiler (ook wel warmtepomp voor sanitair warm water genoemd): voeg er een timer aan toe om deze overdag te laten werken.
      => Als u beschikt over een elektrische boiler: voeg er een "intelligent" regelsysteem aan toe dat de overtollige elektriciteitsproductie automatisch doorstuurt naar de boiler.
    Zo kunt u uw autonomie nog eens doen toenemen met 14 tot 20 % per jaar.

    4) Ik plaats batterijen:
    De laatste oplossing is een batterij toevoegen om overtollige elektriciteit op te slaan. Een bijkomende investering (die we schatten op 5.000 tot 10.000 euro) is noodzakelijk en is momenteel nog te duur om rendabel te zijn. Hierdoor kunt u uw zonneautonomie verhogen met 5 tot 9 % per jaar.

    Deze acties worden u achtereenvolgens voorgesteld, gaande van de eenvoudigste en goedkoopste tot de meest complexe (aankoop van apparatuur) en soms zelfs te duur om echt aanbeveling te verdienen (batterijen). In totaal is het mogelijk om uw zonneautonomie (autoconsumptie) op te trekken van 30% (standaard, zonder iets bijzonders te doen) tot ongeveer 65%.

    In België is een hoger percentage moeilijk, gezien de seizoenen die we kennen. Het is een illusie om te denken, in ieder geval in de winter, dat u volledig onafhankelijk kunt zijn van het elektriciteitsnet en een zonneautonomie van 100% kunt bereiken.

  • 3.9. Wat gebeurt er met de elektriciteit die ik produceer maar niet verbruik?

    Als u niet geniet van de jaarlijkse compensatie (Zie 3.7. Verandert mijn "terugdraaiende teller" mijn zonneautonomie?), kunt u de elektriciteit die u op het net zet verkopen aan een elektriciteitsleverancier. Het eenvoudigst is degene bij wie u klant bent.

    Bij de berekeningen in deze zonnekaart gaan we ervan uit dat u deze elektriciteit verkoopt aan € 0,03/kWh. De zo berekende waarden worden in aanmerking genomen bij de algemene berekening van de economische rentabiliteit van de installatie.

    Er zijn geen belastingen voor deze geïnjecteerde elektriciteit, en zulk een belasting is ook niet gepland.

  • 3.10. Hoe kan ik mijn warmwaterverbruik aanpassen? 

    Als u geen idee hebt van uw verbruik, kies dan een consumentenprofiel dat het meeste op u lijkt. Dit zijn statistische profielen, het is mogelijk dat uw verbruik er helemaal anders uitziet. Als u weet hoeveel warm water u verbruikt per dag, vul dan het profiel in dat dit cijfer het meest benadert. 

  • 3.11. Hoe keer ik terug naar de standaardsimulatie? 

    Een van de doelstellingen van zonnekaart is de voor uw optimale combinatie te vinden door met de parameters ervan te spelen.
    U kunt echter op elk moment terugkeren naar de standaardconfiguratie, degene die de zonnekaart voor u berekent, door op de volgende link te klikken:

  • 3.12. Hoe kan ik een lening krijgen? 

    De Brusselse groene lening biedt een zeer interessante leenoplossing voor de meeste Brusselaars. De Brusselse groene lening kan worden aangevraagd voor de aanschaf van zonnepanelen en van een zonneboiler. Meer informatie over dit onderwerp vindt u via www.leefmilieu.brussels/brusselsegroenelening.

    Banken bieden ook oplossingen.

  • 3.13. Waarom kan ik tussen verschillende btw-tarieven kiezen? 

    Voor gebouwen ouder dan 10 jaar geldt voor renovatiewerken (waarvan de installatie van zonnepanelen deel uitmaakt) een verlaagd btw-tarief van 6% in plaats van 21% voor jongere gebouwen.
    Het btw-tarief van 0% komt overeen met een investeerder die btw-plichtig is vanwege zijn beroepsactiviteit (vennootschap, zelfstandige).