Themafiche 44 - Ecobegrazing

In het begin van de 20e eeuw werden de parken van Woluwe, Laken en Koekelberg beheerd door kuddes © Coll. CIVA, Brussel

 

 

Een tiental grazende Ouessantschapen op de oevers van de Zenne in het noorden van Brussel

1. Waarom?

1.1. Wat is ecobegrazing?

Begrazing is het laten grazen van plantenetende dieren (koeien, schapen, ganzen, konijnen...). 'Ecobegrazing' is extensief, in tegenstelling tot intensieve begrazing. Het aantal dieren in een begrazingsgebied is beperkt en er wordt gestreefd naar de bevordering van de biologische diversiteit met zo weinig mogelijk negatieve gevolgen voor het milieu.

Deze beheerstechniek is interessant voor grote grasvlakten die weinig worden gebruikt, voor moeilijk toegankelijke zones (sloten, hellingen, bermen enz.) en om invasieve exoten te bestrijden. In het begin van de 20e eeuw liepen er in verschillende Brusselse parken (Woluwe, Laken en Koekelberg) nog heel wat schaapskuddes rond!

1.2. Wat zijn de voordelen van ecobegrazing in ecologisch beheer?

 

  • Geen productie van groenafval: geen groenafval dat ter plaatse moet worden beheerd of afgevoerd.
  • Geen geluidsoverlast: mechanische machines (grasmaaiers...) maken veel meer lawaai dan dieren.
  • Betere koolstofbalans: de methaanemissie van de dieren is lager dan die van gemaaide vegetatie die blijft liggen of wordt gecomposteerd, en er is geen emissie van fossiele CO2 door machines.
  • Belang voor de diversiteit van de milieus en de biodiversiteit: ontwikkeling van een graslaag met een veel grotere floradiversiteit dan bij maaien, wat een homogener effect op het perceel heeft (+ 32% volgens de 'Guide de gestion écologique des espaces publics et privés' van Planté & cité). De uitwerpselen van de dieren kunnen microhabitats vormen, vooral voor coprofage dieren. De floradiversiteit trekt een reeks honing verzamelende insecten aan, die op hun beurt een prooi vormen voor vogels en vleermuizen. Aangezien de begrazing niet uniform is, ontstaan er 'weigeringszones' (minder begraasd), waar rupsen en poppen van insecten die een volledige gedaanteverwisseling ondergaan onderdak vinden. Ze kunnen er overwinteren op de grond of in het verwelkte gras. De volledige biologische diversiteit wordt dus bevorderd.
  • Belang voor het beheer van invasieve exoten: omdat bepaalde herbivoren deze planten graag eten, kan onderhoud door middel van ecobegrazing worden gekoppeld aan de bestrijding van invasieve exoten.
  • Sociale waarde: een instrument voor communicatie met het publiek, vooral kinderen, die de aanwezigheid van dieren vaak op prijs stellen.
  • Kostenbesparing: geen aankoop en onderhoud van apparatuur. Afhankelijk van het gekozen ras kan er echter een initiële investering nodig zijn om een schuilplaats te bouwen en een omheining te plaatsen.
  • Tijdsbesparing voor de beheerders: de percelen worden het grootste deel van de tijd door de dieren onderhouden.
  • Mogelijke steun voor lokale stadslandbouw: het is mogelijk een doelstelling van ecologisch beheer te combineren met een doelstelling van lokale landbouwproductie.
  • Instandhouding van landrassen: instandhouding van rassen die niet interessant zijn voor de conventionele veeteelt, en de mogelijkheid om deze rassen bij het grote publiek bekend te maken.

 

Het ecosysteem van begraasd grasland: Begrazing heeft een positieve of negatieve invloed op bepaalde plantensoorten: leeuwentand, madeliefjes, boterbloemen, zuring, distels enz.

Sommige planten zijn goed bestand tegen vertrappeling, zoals paardenbloemen, grote weegbree, kruipende boterbloem of witte klaver, wat hen bevoordeeld bij begrazing.

De ontlasting (urine en uitwerpselen) verrijkt de grond met stikstof, wat planten als brandnetel, kliskruid, vogelmuur, zuring enz. bevordert.

Grasland wordt druk bezocht door bestuivers, waaronder vlinders die er nectar komen zuigen en hun eieren leggen, maar ook fytofage en coprofage insecten.

Vogels houden van grasland dat omringd is door heggen of waar struweel, struikgewas, bomenrijen, beboste gebieden, fruitbomen enz. in de buurt aanwezig zijn, zodat zij er hun hele cyclus kunnen uitvoeren (inclusief nestelen).

2. Hoe ?

2.1. Methodologie voor een ecobegrazingproject

Technische analyse

  • De ecologisch begraasbare locaties vaststellen
  • Bepalen welke soorten geschikt zijn voor die locaties
  • Een begrazingsplan opstellen
  • De bezetting bepalen
  • De benodigde voorzieningen/infrastructuur bepalen en kiezen

Economische analyse

  • Een raming maken van alle kosten (investering in werking) volgens de mogelijke beheermethoden (zie de paragraaf over kosten hieronder)

Operationele analyse

  • De nodige partner(s) kiezen en de contracten opstellen
  • Een communicatieplan opstellen als de locatie door het publiek wordt bezocht
  • Een bewakings-/toezichtsplan voor de dieren opstellen
  • Een lijst van noodsituaties maken en de interventieprocedures vastleggen

2.2. Voor een beperkte maar gepaste veebezetting zorgen

Te veel dieren zouden een te grote druk uitoefenen op de vegetatie, die dan haar levenscyclus niet kan voltooien. Als er daarentegen te weinig dieren zijn, kan er zich houtachtige vegetatie ontwikkelen, wat niet gewenst is in een gebied dat men open wil houden.

2.2.1. Hoe kan men de gepaste veebezetting berekenen?

Dit hangt in de eerste plaats af van het te bereiken doel, vervolgens van de oppervlakte, de diersoort en zijn voedselbehoeften, de aanwezige vegetatie, de hoeveelheid beschikbare voedselbronnen en de rijkdom van het trofische niveau van de bodem aan voedingsstoffen.

2.2.1.1. De GVE-methode

Volgens deze methode wordt de bezetting berekend in GVE's of 'grootvee-eenheden'. Die eenheid komt overeen met een melkkoe van 600 kg die 3000 liter melk per jaar produceert. De geschikte veebezetting voor extensieve begrazing ligt tussen 0,1 en 0,5 GVE per hectare per jaar. De evolutie van de begraasde grond moet regelmatig worden geëvalueerd om bij te sturen als de veebezetting te groot of te klein blijkt te zijn.

GVE per ras:

  • volwassen koe (minstens 2 jaar oud en 600 kg) = 1 GVE;
  • koe van 6 maanden tot 2 jaar oud = 0,6 GVE;
  • paard of pony van meer dan 6 maanden en 450 kg = 1 GVE;
  • schaap of geit ouder dan 6 maanden = 0,15 GVE;
  • gans of eend = 0,014 GVE.

Berekening van de GVE's:

Aantal benodigde dieren = [bezetting/ha/jaar x oppervlakte (in ha) / GVE van de gewenste dieren] x [365 / aantal begrazingsdagen/jaar].

De bezetting/ha/jaar is een referentiewaarde die is vastgesteld voor extensieve begrazing:

  • droge grond en arme grond: 0,5 GVE/ha;
  • natte grond: 0,25 GVE/ha;
  • rijke grond: 1 GVE/ha.

Opmerking: in natuurreservaten en in de biologische landbouw is de maximumgrens 2 GVE/ha/jaar.

2.2.1.2. De methode van de begrazingseenheden

Deze methode is meer gebaseerd op beheerdoelstellingen dan de GVE-methode.

  Zwartbles (mouton) Ardense voskop (schaap)

Soay

(schaap)

Ouessant

(schaap)

Galloway

(koe)

Limousin

(koe)
BE: aantal dieren dat de vegetatie consumeert die wordt geproduceerd door een conventioneel grasland van een ha 16 26 63 104 2,27 1,68
Doel-BE: begrazing het hele jaar door op matig rijke grond 0,2 0,2 0,2 0,2 0,2 0,2
Doel-BE: begrazing het hele jaar door op matig rijke grond 3,2 5,2 12,6 20,8 0,454 0,336
Doel-BE: extensieve begrazingsperiode 0,5 0,5 0,5 0,5 0,5 0,5
Doel-BE: normale begrazingsperiode 1 1 1 1 1 1
Doel-BE: intensieve begrazingsperiode 2 2 2 2 2 2
% dat moet worden gegeten in één begrazingsperiode tijdens het groeiseizoen voor het onderhoud van het terrein 65 65 65 65  65 65
% dat moet worden gegeten in één begrazingsperiode tijdens het groeiseizoen voor het onderhoud van het terrein 80 80 80 80 80 80
% dat moet worden gegeten in één begrazingsperiode buiten het groeiseizoen voor een maximale begrazing 95-98 95-98 95-98 95-98 95-98 95-98

BE = begrazingseenheid per ras, d.w.z. de hoeveelheid vegetatie die men in één begrazingsperiode laat eten (het hele jaar door of in specifieke periodes).

Er wordt dus een onderscheid gemaakt tussen het volume begraasde vegetatie in een bepaalde tijd (BE) en de begrazingsdruk. Wat het volume begraasde vegetatie betreft, komen 18 schapen van 1 BE gedurende 14 dagen overeen met 36 schapen gedurende 7 dagen of 72 schapen gedurende 3,5 dag. De druk op de vegetatie is echter verschillend: als die hoog is (72 schapen gedurende 3,5 dag), heeft de kleine fauna geen tijd om zich te verplaatsen, is er meer kans op conflicten tussen de dieren en op stress, is het maaien minder efficiënt en wordt de bodem meer vertrappeld. Als de druk laag is, eten de dieren alleen wat ze het lekkerst vinden, bijvoorbeeld vette grassen die zeer snel groeien. Dit kan leiden tot veranderingen in de vegetatiesamenstelling van de locatie en een effect hebben op de bijbehorende fauna. Er moet dus worden gezocht naar het juiste evenwicht in de druk op de vegetatie, in overeenstemming met de beheerdoelstellingen.

2.3. Keuze van de soorten en rassen

Om het juiste ras voor een locatie te kiezen, moet met verschillende factoren rekening worden gehouden:

  • de weerstand van de dieren (sanitaire aspecten en weerbestendigheid);
  • de prijs van de dieren en de verzorgingskosten;
  • de noodzaak om al dan niet schuilplaatsen te bouwen;
  • het type voeding dat beschikbaar is op de locatie;
  • het soort bemesting dat voor de locatie gewenst is;
  • de manier van grazen van elk ras;
  • het risico op diefstal;
  • de grootte van de te begrazen percelen (zie de berekening van de gepaste bezetting).

Landrassen, zoals Gallowaykoeien en hooglanders, Fjord- en Konikpaarden, Mergellandschapen, Ardense voskoppen en Soayschapen of ezels zijn over het algemeen beter bestand tegen ziekten, parasieten en het weer. Ze hebben dus minder verzorging nodig en kunnen het hele jaar door buiten blijven.

In het algemeen zijn koeien en paarden geschikt voor grote oppervlaktes en vlak tot heuvelachtig terrein. Sommige doen het goed in vochtige zones (vooral Gallowaykoeien). Schapen en geiten zijn daarentegen geschikt voor zowel kleine als grote oppervlaktes en ruiger terrein, maar niet voor vochtige zones.

De ezels van Leefmilieu Brussel op het Engelandplateau

 

Paarden hebben het voordeel dat ze houtachtige vegetatie kunnen eten, net als geiten (als ze op hun achterpoten gaan staan, kunnen ze vegetatie tot ongeveer 2 m hoog bereiken). Het kan dus een goed idee zijn om in eerste instantie voor deze dieren te kiezen, en vervolgens schapen op het terrein te zetten. Fjordpony's (Noorse pony's) kunnen worden ingezet langs waterwegen omdat ze de oevers niet vernielen. Paarden hebben het voordeel ten opzichte van schapen en runderen dat ze hun ontlasting op één plaats concentreren, wat de bodemverrijking over het hele perceel beperkt.

Soayschapen hoeven normaal niet gevoederd te worden in de winter en hebben ook geen schuilplaats nodig.

Geiten blijken zeer nuttig te zijn in de strijd tegen Japanse duizendknoop (zie het voorbeeld van de Yvette in Frankrijk onder Ervaringen) en Fjordpony's tegen reuzenbalsemien.

2.4. Kosten

De aanschafkosten variëren naar gelang van de soort, het ras en de leeftijd van het dier (ramingen): 

  • ezel van 8 maanden = € 500;
  • volwassen ezel = meer dan € 1000;
  • rund = € 800;
  • Schotse vaars = € 850;
  • lam = € 850;
  • Soayschaap = € 100.

Ook met andere kosten moet rekening worden gehouden.

  • Infrastructuur zoals omheiningen, schuilplaatsen...: afhankelijk van het soort gewenste schuilplaats kunnen de kosten variëren van 200 euro voor een eenvoudige schuilplaats tot 6.000 euro voor een grote schuilplaats. Een omheining (type Ursus) kan geschat worden op (per strekkende meter):
    • 1m20 hoog: € 35/m1
    • 1m40 hoog: € 41/m1
      Voor geiten moet een omheining van ten minste 1,80 m voorzien worden.
  • Materiaal: aanhangwagen...
  • Diergeneeskundige zorg: op basis van 3 bezoeken/jaar tegen 100 à 150 euro per dier. Landrassen hebben doorgaans minder verzorging nodig.
  • Speciale verzorging voor het beslaan van paarden: 3 bezoeken per jaar tegen 100 euro per dier.
  • Mogelijke onvoorziene gebeurtenissen.

2.5. Keuze van geschikte locaties voor ecobegrazing

De meeste locaties zonder bos zijn geschikt voor ecobegrazing:

  • gazons (afhankelijk van het gebruik dat ervan wordt gemaakt);
  • hooiweiden (a priori is elke hooiweide een goede kandidaat, maar het is aanbevolen de dichtheid en de rijkdom van de flora te bestuderen om te beoordelen of begrazing de beste optie is en er niet te veel floradiversiteit verloren zou gaan);
  • braakland (afhankelijk van de wens om de bestaande vegetatie te wijzigen);
  • langs wegen of waterlopen (rondtrekkende begrazing);
  • boomgaarden.

De keuze van de locaties kan ook afhangen van de doelstellingen. Als men bijvoorbeeld het beheer van de locatie wil combineren met een economische productiedoelstelling (zie punt 2.6.1.), zullen de oppervlakte, de afstand tussen de ecologisch begraasde locaties, de toegankelijkheid, enz. essentiële factoren zijn waarmee rekening moet worden gehouden voor het economisch welslagen van het project.

2.6. Beheer

2.6.1. Keuze van de beheerformule

 

  • Volledig beheer door de eigenaar/beheerder van de locatie = eigen beheer: dit impliceert de aankoop van het vee, de installatie van de infrastructuur (omheining, drinkbak, eventuele schuilplaats, dierengeneeskundige zorgen, eventuele kosten voor de hoefsmid, transport...). De beheerder heeft zijn eigen 'boerderij' en neemt een herder in dienst.
  • Volledige uitbesteding: een dienstencontract met een gespecialiseerd extern bedrijf dat voor alles zorgt. Het voordeel is dat het bedrijf over al het materiaal beschikt, met name voor het vervoer, en, a priori, over de deskundigheid om het te gebruiken ras te kiezen.
  • Overeenkomst met een plaatselijke veehouder: een overeenkomst voor grondgebruik met een veehouder die zijn eigen veestapel heeft. In dit geval gaat de aanpak gepaard met een doelstelling van lokale (en biologische) stadslandbouw die aansluit bij de gewestelijke Good Food-strategie: productie van melk, kaas, wol, vlees. Een knelpunt kan hier de verplaatsing van de dieren van de ene plaats naar de andere zijn. Maar dit kan feestelijk worden ingekleed door het publiek uit te nodigen om de verplaatsingen bij te wonen, zoals bij de transhumance van de schapen van Chant des Cailles in Watermaal-Bosvoorde.
    De overeenkomst moet het soort beheer vastleggen, de keuze van het ras, de exacte grenzen van de ter beschikking gestelde percelen, de eerbiediging van het welzijn van de dieren, hoelang de percelen ter beschikking worden gesteld en in welke begrazingsperiode(s), wat verboden is (preventieve medische behandelingen), wie verantwoordelijk is voor het onderhoud van de infrastructuur, de regels in geval van diefstal of verwonding van de dieren enz. Er mogen geen grijze zones bestaan in de verdeling van de rollen en verantwoordelijkheden tussen de eigenaar of beheerder van de locatie en de veehouder.

Ecologisch hoeden (waarbij een herder met zijn kudde rondtrekt) heeft het voordeel dat er geen infrastructuur zoals omheiningen nodig is, en dat de ontlasting wordt verspreid, waardoor de bodem minder verrijkt wordt. Het nadeel is dat er voortdurend een herder aanwezig moet zijn (in dit geval kan de activiteit echter werkgelegenheid creëren).

Voor onderaanneming komen ook gespecialiseerde verenigingen of bedrijven in aanmerking.
Ten slotte kan de beheerder van de locatie er al dan niet voor kiezen om de ecobegrazing te koppelen aan landbouwproductie (vlees/wol/melk/kaas). 

2.6.2. Toezicht

Bij gebrek aan een vaste herder moeten de dieren naar schatting ten minste 3 keer per week worden bezocht. Het is belangrijk ervoor te zorgen dat de begrazing niet tot overbegrazing leidt, dat er niet te veel weigeringsgebieden ontstaan enz. Het kan nodig zijn het begrazingsplan aan te passen afhankelijk van de ontwikkeling van de locatie (dichtheid en type van het vee, duur van hun verblijf op de percelen enz.).

2.6.3. Beheer van de locatie met ecobegrazing

Als de dieren het hele jaar door op hetzelfde perceel grazen, wordt dat bij voorkeur verdeeld in deelpercelen om een rotatie van de dieren mogelijk te maken. Zo is het bijvoorbeeld mogelijk om het publiek toegang te geven tot de niet-begraasde deelpercelen, of de begrazing te koppelen aan specifieke doelstellingen met betrekking tot de hoeveelheid te verwijderen vegetatie. Ecobegrazing kan ook worden gecombineerd met maaien in de zomer (begrazing > dieren afvoeren > maaien > dieren terugbrengen).

De installatie van een schuilplaats maakt het mogelijk de mest te centraliseren, die het negatieve effect kan hebben van een te sterk verrijkte bodem, waarvan eerder de stikstofminnende soorten zoals brandnetels, distels en zuring profiteren. Deze mest kan dan gemakkelijker worden verwijderd om overmatige aanvoer van voedingsstoffen te voorkomen en worden gebruikt in bloembedden (zie kosten voor de bouw van schuilplaatsen).

Er kan ook worden gekozen voor gemengde begrazing (verschillende rassen) om weigeringsgebieden te vermijden. Afhankelijk van hun gewoonten, hun eetlust enz. weigeren sommige rassen namelijk om bepaalde gebieden te begrazen.

2.7. Aandachtspunten

 

  • Geen pesticiden gebruiken: het gebruik ervan is sinds januari 2019 verboden in de openbare ruimte in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, tenzij met een vrijstelling. Ze zouden schadelijk zijn voor de gezondheid van de grazende dieren.
  • Geen meststoffen gebruiken: meststoffen hebben een ongunstige invloed op de diversiteit van de flora en dus indirect op de entomologische fauna. Zo nodig mag gebruik gemaakt worden van kalkhoudende meststoffen om de zuurtegraad van de grond te beperken.
  • Zo weinig mogelijk geneesmiddelen gebruiken: alle geneesmiddelen die aan de dieren worden toegediend (vooral antiparasitaire middelen) kunnen de bodem verontreinigen via de uitwerpselen. Die verontreiniging is schadelijk voor de kleine bodemfauna (insecten, wormen, enz.) en hun predatoren, en kan het water verontreinigen. Het gebruik ervan moet daarom strikt worden beperkt tot gediagnosticeerde medische problemen en er moet zoveel mogelijk gebruik gemaakt worden van producten die in het milieu snel worden afgebroken.
  • Voor water zorgen: als er geen natuurlijke waterbron is, moet men voor water voor de dieren zorgen.

 

2.8. Communicatie met het publiek

Het publiek staat doorgaans positief tegenover begrazing door dieren. Toch blijft voorafgaande voorlichting noodzakelijk, met name om emotionele reacties te voorkomen door een gebrek aan kennis over de natuurlijke behoeften van de dieren. Er zijn twee zeer belangrijke punten: uitleggen dat landrassen ongeacht de weersomstandigheden buiten kunnen blijven en dat voederen verboden is. Er moet op zijn minst een duidelijk verklarend bord worden geplaatst.

Boodschappen die moeten worden gebruikt in de communicatie met het publiek:

 

  • Hoe de dieren bijdragen aan een ecologisch beheer: ze bevorderen de biodiversiteit en er moeten minder lawaaierige en vervuilende machines worden gebruikt. Als de toegang voor het publiek wordt beperkt omdat wordt overgeschakeld op ecobegrazing, is het des te belangrijker de redenen voor deze keuze uit te leggen. Het gebied kan toegankelijk blijven, met draaihekken of andere voorzieningen, maar zal hoe dan ook minder bruikbaar zijn voor het publiek (al was het maar vanwege de uitwerpselen).
  • De kenmerken van elk ras: Soayschapen verliezen hun wol op natuurlijke wijze. In dit geval is het belangrijk aan het publiek uit te leggen dat dit een natuurlijk proces is en dat er geen sprake is van dierenmishandeling.
  • De dieren niet voederen: de rassen zijn gekozen op basis van de vegetatie die op het begraasde terrein aanwezig is. Deze is in principe geschikt voor de dieren zonder dat ze extra voer nodig hebben. Voederen is dus nutteloos of zelfs schadelijk voor het dier, omdat het tot onevenwichtige voeding of overvoeding kan leiden.
  • Loslopende honden: het is ook belangrijk het publiek te informeren over de problemen en risico's die door loslopende honden worden veroorzaakt.
  • De dieren een naam geven: dit kan de acceptatie vergemakkelijken en ze vertrouwd maken bij het publiek, dat er meer aandacht aan zal schenken.

 

'Brigitte', op het Engelandplateau

 

  • Bezoeken of activiteiten organiseren met de bewakers of verenigingen, of zelfs met de veehouder of de herder: zo kunnen de beheerprincipes en de behoeften van de dieren rechtstreeks worden uitgelegd en kan bij het stedelijke publiek een band met de natuur worden geschept. Het publiek kan ook worden uitgenodigd voor de verplaatsing van de dieren of voor de inhuldiging van hun installatie op een nieuw perceel. Er kunnen ook activiteiten worden georganiseerd met de scholen in de buurt. In Cergy-pontoise heeft men zelfs geëxperimenteerd met dierentherapie.

3. Ervaringen

Bretoense schapen aan de oevers van de Zenne

In afwachting dat een deel van de Zenne wordt opengelegd in het noorden van Brussel (in de onmiddellijke nabijheid van het afvalwaterzuiveringsstation) moet een strook grond van ongeveer 20 meter breed en 500 meter lang boven de overwelving onderhouden worden. Leefmilieu Brussel heeft ervoor gekozen daar een kudde van een tiental Ouessantschapen te laten grazen. Sinds 2014 onderhouden zij de plek op een ecologische, stille en 'brandstofzuinige' manier!

Met het experiment wil men nagaan of dit type beheer toepasbaar is in een dichtbevolkte stedelijke omgeving, door de evolutie van de vegetatie te volgen en tegelijk de verspreiding van invasieve planten, zoals Japanse duizendknoop, te beperken.

De schapen worden ter beschikking gesteld, verzorgd en gevoed door een jong bedrijf dat actief is op het gebied van ecobegrazing. Het Ouessantschaap is te klein is om voor wol of vlees te worden gebruikt. Het werd speciaal gekozen omdat het goed bestand is tegen barre omstandigheden (sterke blootstelling aan wind en zon) en elk type weer.

 

Ook in het bos ...

In het Zoniënwoud, op een steenworp afstand, doen de beheerders van het Vlaamse deel van het massief aan traditionele ecobegrazing met indrukwekkende maar vreedzame Schotse hooglanders op de oude renbaan van Groenendaal.

 

En aan de bosrand

In het Rood-Klooster in Oudergem grazen 5 Ardense voskoppen op de zonnige hellingen aan de rand van het bos en in het omliggende kreupelhout.

 

Bermbeheer door Infrabel

Sinds 2018 experimenteert Infrabel met ecobegrazing voor het beheer van zijn bermen (vaak overwoekerd door duizendknoop en vlinderstruik), met 85 schapen en 15 geiten. De geiten verlagen de hoge vegetatie en maken deze zo toegankelijk voor de schapen. In Mechelen is een testfase van drie jaar gestart, op een oppervlakte van 2,5 ha. De initiële investering voor de dieren bedroeg 1.000 euro, wat minder kost dan het personeel dat nodig zou zijn voor het manuele onderhoud van de bermen, die moeilijk toegankelijk zijn voor machines. De omheining kostte 30.000 euro. Infrabel schat dat de investering binnen 3 jaar terugverdiend zal zijn.

Begrazing op het Engelandplateau

Op het Engelandplateau heeft Leefmilieu Brussel ervoor gekozen het terrein in 4 percelen te verdelen. Slechts één perceel tegelijk wordt door de ezels begraasd en is op dat moment ontoegankelijk voor het publiek, d.w.z. ongeveer één jaar per perceel (afhankelijk van het beschikbare voedsel en de oppervlakte). Men is van plan de dichtheid te verhogen omdat het effect op de vegetatie onvoldoende is.

Schapenfokproject in Brussel

http://www.dhnet.be/regions/bruxelles/le-mouton-fait-son-grand-retour-a-bruxelles-5afc5daccd70c60ea705f294

Inrichting van weiden in het departementale park van Sausset, een Natura 2000-gebied met meerdere entiteiten in Seine-Saint-Denis

In 2013 werden ongeveer 15 geiten van het ras 'chèvre des fossés' geplaatst om een gebied van 3 ha te begrazen. De begrazingstijd bedraagt 6 maanden (van april tot november).

De initiële investering voor de infrastructuur (omheining en drinkbakken) bedroeg 10.000 euro incl. btw.

De dieren kosten 5664 euro incl. btw voor 6 maanden.

Naast de initiële investering kost de ecobegrazing 1.800 euro incl. btw per hectare per jaar, in plaats van 8.300 euro voor maaien en struiken rooien.

Daardoor werd al vanaf het tweede jaar bespaard.

Soayschapen in Frasnes-lez-Anvaing

Uit een berekening over 10 jaar bleek het verschil in kosten tussen mechanisch maaien en begrazing:

10 x 1.250 = 12.500 euro voor mechanisch maaien.

Aankoop van de kudde (600 euro) + 10 x jaarlijkse verzorging = 1.600 euro.

https://www.youtube.com/watch?v=OFlM_RwaIkw&t=51s

Geiten van het ras 'chèvre de fossé' en Japanse duizendknoop, terrein van 5.000 m² langs de Yvette (Frankrijk)

Er waren drie begrazingsperioden gepland: april en mei (wanneer de planten het stadium van 2/3 blad bereiken), juli en oktober (hergroei).

Na één jaar was al 20% van de inheemse planten teruggekeerd, het jaar daarop 50%, vervolgens 80%, 95% en ten slotte 99% na 5 jaar.

In plaats van één enkele plant, de Japanse duizendknoop, zien we een twintigtal inheemse planten geleidelijk weer opkomen.

Geiten houden van hoge vegetatie, die zij bereiken door op hun achterpoten te gaan staan, iets wat schapen niet doen.

Wimille en zijn Boulonnaisschapen

Investering: 200 euro voor een schuilplaats, 1.600 euro voor een omheining en 98 werkuren voor de installatie.

15 schapen voor 1,72 ha.

Lasne en zijn schapen

Begrazing van een boomgaard met schapen. Op dit terrein leven hazelwormen. Deze vorm van beheer heeft het voordeel dat het voor hen minder gevaarlijk is dan maaien.