Themafiche 30 – Hoogstammige boomgaarden

 

Hoogstammige boomgaarden zijn zeer zeldzaam geworden, ten koste van de fauna die hierin leeft

1. Waarom ?

Hoogstammige boomgaarden in landelijke streken beslaan vandaag nog slechts een marginaal deel van hun oorspronkelijke oppervlakte in Wallonië (tussen 1950 en 2000 is 99% van de oppervlakte verloren gegaan). Wat dan te zeggen van de stedelijke gebieden? De verstedelijking, de standaardisering en industrialisering van de fruitteelt, de intensivering van de landbouw door de komst van intensieve boomgaarden, de rooicampagnes en zelfs gewoon het opgeven van oude boomgaarden liggen aan de basis van hun verdwijning. Toch zijn ze van cruciaal belang voor de biodiversiteit en het evenwicht van de landschappen en agro-pastorale ecosystemen.

Hoogstammige boomgaarden, nu omgedoopt tot ecoboomgaarden of voorheen weideboomgaarden omdat ze vaak in weiden worden geplant, bieden talloze voordelen, zowel voor de natuur als voor de landbouw en het landschap:

  • de aanwezigheid van holtes die geschikt zijn voor talrijke vogels, insecten en vleermuizen, vaak waardevolle bondgenoten voor de landbouw;
  • een overvloedige bloei die veel bestuivers voedt en dus ook hun predatoren;
  • overtollig fruit dat als voedsel dient voor de vogelfauna;
  • bijdrage tot een gediversifieerde habitat (vaak gekoppeld aan levende heggen en graslanden);
  • verbetering van de landschappen door hun vormen, kleuren en bloemen en als structurerend element.

Bovendien zijn hoogstammige fruitbomen ook sterker en ziekteresistenter (in vergelijking met laagstammige bomen) en dragen ze bij tot de vorming van landschappelijke gehelen van zeer hoge esthetische kwaliteit. Wandelen in een bloeiende boomgaard in het voorjaar of op het moment van de fruitoogst helpt de mens ontegenzeggelijk om weer in contact te komen met de natuur en de seizoenen, om tot rust te komen en te herbronnen. Boomgaarden zijn ook een zeer efficiënt pedagogisch instrument en een zeer krachtige factor van burgerbetrokkenheid. Door burgers uit te nodigen om bij te dragen aan het beheer van een boomgaard, versterkt men de dialoog met hen en zullen ze zich met de ruimte vereenzelvigen en deze beter respecteren.

Hoewel we de aanwezigheid van fruitbomen vooral associëren met weide- of landelijke boomgaarden, kunnen we ze ook elders aantreffen: in tuinen, langs de kant van de weg, maar ook als alleenstaande boom.

Het belang van de aanleg of het onderhoud van boomgaarden in Brussel beantwoordt aan de volgende uitdagingen:

  • de restanten van de landbouw in de stad behouden;
  • de beschikbaarheid van habitats en voedsel voor sommige in het wild levende dieren vergroten;
  • de mogelijkheid benutten die boomgaarden (zelfs een paar bomen) bieden om de omgeving van gebouwen te vergroenen;
  • een collectieve groentetuin aanvullen/verrijken;
  • lokaal voedsel produceren;
  • het landschappelijke en culturele erfgoed verbeteren (bv. boomgaarden met Schaarbeekse krieken).

 

Onder de insecten die holten en rottend hout opzoeken en het stuifmeel van de bloemen van de boomgaard verzamelen, is de gouden tor een van de meest opmerkelijke en spectaculaire soorten (

2. Hoe ?

2.1. Keuze van de site

Een boomgaard kan niet om het even waar worden aangelegd. Om een zekere levensduur te garanderen (sommige fruitbomen kunnen tot 100 jaar oud worden), is het noodzakelijk om op de volgende punten te letten:

  • zones die te winderig zijn en gevoelig voor late vorst vermijden;
  • situaties vermijden waarin de bodem te nat of te droog is;
  • de installatie vermijden in bepaalde natuurlijke omgevingen van biologisch belang, zoals schrale weiden (weiden gelegen op een bodem die arm is aan voedingsstoffen, vaak met een hogere botanische rijkdom); 
  • de voorkeur geven aan plaatsen met goede bezonning, idealiter gericht op het zuiden of zuidwesten;
  • ervoor zorgen dat de bodem diep genoeg en van goede kwaliteit is (zo nodig kalk en organisch materiaal toevoegen);
  • de boomgaard indien mogelijk koppelen aan groentetuinen (bv. in de nabijheid of aan de rand van percelen).

Het is ook belangrijk om van meet af aan na te denken over het onderhoud van de kruidachtige bodembedekking van de boomgaard. Een weideboomgaard kan worden onderhouden door maaien en hooiproductie, of door dieren te laten grazen. Het gebruik van rustieke rassen zoals de Ardense voskop kan ook perfect aansluiten bij de ecologische aanpak. Zelfs op een kleine oppervlakte (minder dan een hectare) kan men gebruikmaken van ecobegrazing, hetzij door de aanwezigheidsperiode van de dieren te beperken volgens de beschikbare bedekking, hetzij door kleinere dieren te gebruiken. Als de boomgaard een paar are beslaat, kan men mechanisch of handmatig maaien (zorg ervoor dat de voet van de bomen goed beschermd is).

 Zie ook de fiche over ecobegrazing

2.2. Soorten en variëteiten

Appel-, peren-, kersen- en pruimenbomen zijn de meest geplante fruitbomen in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Afhankelijk van de bodemgesteldheid en de blootstelling is het mogelijk om vorstgevoeligere fruitbomen zoals perzik en abrikoos te planten. Oude soorten zoals de mispelboom en de kweepeerboom kunnen ook in een boomgaard in ere worden hersteld.

De kwaliteit van de vruchten (smaak, uiterlijk, enz.) en het doel ervan zijn belangrijke parameters bij de keuze van de variëteiten. Ook andere criteria moeten in aanmerking worden genomen:

  • bloei- en rijpingsperiodes;
  • bevruchtingsmethode: kruisbestuiving (vereist de aanplant van compatibele rassen) of zelfbestuiving;
  • resistentie tegen ziekten (het Waals Centrum voor Landbouwkundig Onderzoek werkt al vele jaren aan resistente rassen - in het Frans);
  • afwisseling: sommige variëteiten hebben een onregelmatige productiviteit: het ene jaar een goede productie, het volgende jaar vrijwel geen fruit; het is dus noodzakelijk om de variëteiten te diversifiëren;
  • bewaring en valorisatie van de vruchten (vroege rassen hebben een kortere houdbaarheid).

Afhankelijk van de locatie en de microklimatologische omstandigheden maakt de stedelijke omgeving een diversificatie van de fruitbomen mogelijk met de aanplant van vijgenbomen of actinidia (kiwi's en kiwibessen – klimplanten), wijnstokken, enz. Als de beschikbare ruimte beperkt is, kunnen de weinige hoogstammige bomen aangevuld worden met aanplantingen van kleine fruitbomen: zwarte bes, aalbes, framboos, braambes, bosbes, enz. Ook hier is er een grote verscheidenheid aan soorten en smaken. Dit type aanleg kan zelfs worden opengesteld voor verbruik ter plaatse (zo nodig met beperking van de hoeveelheden per persoon).

2.3. Aanplanting

Specifieke aandachtspunten voor de aanplant van hoogstammige fruitbomen

 

Specifieke aandachtspunten voor de aanplant van hoogstammige fruitbomen

  • Vooraf de grond loswerken in de plantkuilen tot 30 cm diepte, idealiter 3 maanden van tevoren; dit is vooral nodig wanneer de grond sterk verdicht is, er moet gevreesd worden voor schade door woelmuizen, bodemverbetering noodzakelijk is en de biologische kwaliteit van de site laag is.
  • Aanplanten in november-december, behalve in periodes van vorst, sneeuw of hevige regenval.
  • Eventueel de planten in een wachtbed zetten en de wortels niet blootstellen aan vorst en/of wind en/of zonlicht.
  • De planten klaarmaken (beschadigde delen afsnijden en onevenwichtige takken snoeien) en, bij aanplant met naakte wortels, deze weken in een vochtig mengsel van grond en compost (pralineren) vóór het planten.
  • Neem een vrij grote plantput: een vierkant van 1 m breed en 0,8 m diep.
  • Plaats de opbindstok voor de heersende wind alvorens de plant in de grond te steken en gebruik een stijve rubberen band (geen touw of ijzerdraad die de boom zouden beschadigen).
  • Omring de wortels met een gaas met een maaswijdte van 1,5 cm om de schade door kleine zoogdieren te beperken (afhankelijk van de context).
  • Geef de wortels een mengsel van compost en grond van de site om het aanslaan te optimaliseren.
  • Plaats een doeltreffende bescherming in het geval van begrazing of mogelijke schade door herten (in de buurt van beboste zones).
  • Plaats zo nodig zitstokken voor roofvogels en kraaiachtigen, zo vergemakkelijkt u de bestrijding van ongedierte (muizen, woelmuizen) en voorkomt u tegelijk het breken van nog zwakke takken in fruitbomen.
  • Boomdichtheid: plant in verspringende rijen met een afstand van 10 m tussen de bomen en tussen de rijen, met een maximale plantdichtheid van 100 bomen per hectare.
  • Verdeel de bomen zo dat het onderhoud en de aantrekkelijkheid van het landschap worden bevorderd.
  • Groepeer de rassen volgens het tijdstip van de oogst.

2.4. De omgeving van de boomgaard verzorgen

De diversiteit van de habitats in de buurt van de boomgaard is van essentieel belang, denk meer bepaald aan habitats zoals levende heggen van inheemse soorten die ook de heersende winden kunnen beperken en koudeperiodes helpen bestrijden.

2.5. Onderhoud

De meeste fruitbomen worden tussen februari en maart gesnoeid. Bij jonge bomen voert men vormsnoei uit gevolgd door onderhoudssnoei, waarbij het brutaal snoeien van grote takken wordt vermeden. Deze snoeioperaties hebben verschillende doelstellingen:

  • evenwichtige bomen creëren;
  • het ontstaan van laterale vruchttakken bevorderen;
  • zorgen voor een goede luchtcirculatie en voldoende licht in de kroon;
  • dode en overtollige takken verwijderen;
  • eventuele wonden helen.

Technische fiche (Certifruit) over het snoeien van appelbomen "in verticale as"  : http://certifruit.be/wp-content/uploads/2014/10/Travaux_TailleAxe.pdf - in het Frans

Bij deze onderhoudswerkzaamheden moet men rekening houden met de biodiversiteit, bijvoorbeeld door enkele dode takken en zeker de aanwezige holten te behouden. Ook kunnen snoeiproducten (zelfs dode staande of liggende stammen) ter plaatse worden gelaten om geleidelijk een stapel takken te vormen die door de wilde fauna als schuilplaats zal worden gebruikt.

Voor het snoeien van fruitbomen moet u zich de techniek eigen maken. Hiervoor zijn tal van opleidingen beschikbaar. Er wordt aanbevolen dat eenzelfde persoon over langere tijd de evolutie van een boomgaard volgt, om rekening te houden met de reactie van de bomen van jaar tot jaar.

Mogelijke ziekten en parasieten kunnen worden behandeld met een arsenaal van verschillende biologische bestrijdingsmethoden (zonder pesticiden).

Het restaureren van oude boomgaarden is ook zeer belangrijk, gewoon om ze in staat te stellen zich gedurende lange tijd te handhaven. Na een algemene diagnose gaat men over tot een transformatiesnoei om de kroon te verluchten en de boom weer in evenwicht te brengen. Na de snoei reageert de boom met talrijke waterloten. Daarom moet een boom tijdens de renovatie 3-4 jaar worden gevolgd om de takken die een nieuwe kroon zullen vormen, correct te selecteren.

Het evenwicht tussen de leeftijden is ook belangrijk om de ecologische rol van een boomgaard te maximaliseren. Men kan bijvoorbeeld streven naar de volgende verdeling (door een oude boomgaard te restaureren of nieuwe oppervlakken gespreid in de tijd aan te planten):

  • 15% bomen van minder dan 30 jaar;
  • 20% bomen van 30 tot 60 jaar;
  • 40% bomen van meer dan 60 jaar;
  • 25% afstervende of dode bomen.

2.6. Kosten voor het planten en onderhouden van een hoogstammige boomgaard

De aanplant van een fruitboom met inbegrip van alle benodigdheden en werken wordt geschat op 50 euro/boom (waarvan de helft voor de prijs van de plant).

De gemiddelde onderhoudskosten voor een periode van 10 jaar bedragen 5.000 euro incl. btw/ha (bron: Coppée en Noiret, 2001).

 

Het plukken van appels kan leiden tot collectieve projecten zoals sapproductie

3. meer weten

3.1 Opgedane ervaring

  • In Gerpinne bevindt zich een conservatoire boomgaard (waar oude variëteiten worden verzameld), “Namèche” genaamd, met een oppervlakte van 1,5 ha. Om de controle en het beheer van de site te verzekeren, heeft de gemeente, die eigenaar is van de site, een beroep gedaan op de burgers. Gegroepeerd in een vereniging, “La Belle Douce Pensée”, staan de burgers in voor het volledige beheer van de site, het onderhoud, de oogst en de verwerking van de vruchten. Hierdoor is de tussenkomst van de gemeente vandaag zeer beperkt, ondanks de omvang van de site die een zeer belangrijke rol speelt in het lokale ecologische netwerk. De dynamiek van de "boomgaard" blijft leven in deze gemeente, zoals blijkt uit de oprichting van een nieuwe conservatoire boomgaard die bijna 98 variëteiten groepeert. https://www.gerpinnes.be/loisirs/tourisme/les-sites-naturels-a-decouvrir/le-verger-nameche - in het Frans
  • In Viroinval heeft men een originele toepassing gevonden voor het gebruik van fruitbomen. Het gaan om opgebonden fruitbomen die gebruikt worden om de muren van de begraafplaatsen te vergroenen en het karakter van deze ruimtes te verzachten. Op 8 plaatsen in de gemeente zijn 120 bomen van 25 variëteiten geplant. Dit project kadert ook in een nieuwe methode om de begraafplaatsen te beheren, waardoor ook deze sites een rol kunnen spelen in het ecologische netwerk.
    http://www.parcsnaturelsdewallonie.be/wp-content/uploads/2017/02/Biodibap_Parc_naturel_Viroin_Hermeton.pdf - in het Frans
  • De stad Namen heeft op 35 are een tuin met klein fruit aangelegd om de bevolking bewust te maken van de diversiteit en de kwaliteit van de mogelijke producties, zelfs op een beperkte ruimte en, waarom niet, in een privétuin. Bezoekers kunnen de variëteiten ontdekken, de vruchten proeven en vergelijken voordat ze ook thuis kleine fruitbomen planten. De originaliteit van de tuin trekt zelfs van ver bezoekers aan.
    https://www.namur.be/fr/annuaire/jardin-des-petits-fruits - in het Frans

3.2. Nuttige documenten