Themafiche 17 – Rationele verlichting in groene ruimten

1. Waarom?

Vervuiling in stedelijke gebieden wordt doorgaans geassocieerd met luchtvervuiling, vervuiling van het oppervlaktewater door koolwaterstoffen, zwerfvuil, ... maar veel minder met lichtoverlast. Deze term verwijst onder andere naar de gevolgen van de alomtegenwoordige nachtverlichting in steden, die de fauna en flora verstoort, de nachtelijke diersoorten verblindt en de populaties van insectensoorten die door het licht worden aangetrokken verzwakt. Licht kan voor de meeste vleermuissoorten ook echte obstakels opwerpen, de plantencycli (vooral de bloei) verstoren, een impact hebben op de gezondheid van de mens (overmatige openbare verlichting die de kamers binnenkomt kan slaapstoornissen veroorzaken), autobestuurders verblinden, een impact hebben op astronomische waarnemingen, enz.

De resulterende lichthalo, in combinatie met de versnippering van het ecologische netwerk en de achteruitgang van de kwaliteit van het milieu, vormt dan ook een extra bron van sterfte voor veel wilde diersoorten.

In eerste instantie werd permanente nachtverlichting geïnstalleerd om de veiligheid te garanderen en het architecturale erfgoed beter te doen uitkomen. Maar in 30 jaar tijd is de uitstoot van licht van buitenaf vertienvoudigd in Italië (bron: Recommandations pour la prévention des émissions lumineuses, OFEV, 2005) en in Frankrijk zou in 15 jaar, tussen 1984 en 1999, het energieverbruik van de openbare verlichting verdubbeld zijn en zouden er een miljoen lichtpunten zijn bijgekomen (bron: Actes rencontres éclairage public, ADEMA, maart 2005). Gelukkig zijn er vandaag efficiëntere technologieën beschikbaar die het energieverbruik aanzienlijk verminderen. We moeten echter blijven strijden tegen overmatige verlichting met het oog op de bescherming van de natuur.

Gezien de negatieve gevolgen van verlichting voor de biodiversiteit en de menselijke gezondheid, moeten we dringend nadenken over de werkelijke behoeften en de middelen die voor openbare verlichting worden ingezet. Enkele basisprincipes maken het nu al mogelijk om de lichtoverlast veroorzaakt door licht dat rechtstreeks naar de hemel wordt uitgestraald of wordt gereflecteerd op de omliggende oppervlakken, aanzienlijk te verminderen. Tussen de 30% en 50% van het uitgestraalde licht zou hierdoor gewoon verloren gaan.

Lichtoverlast is uitgegroeid tot een echte plaag voor het milieu, ten aanzien waarvan aanzienlijke verbeteringen nodig zijn. De overgang naar een rationelere verlichting van de buitenruimten, met name in groene ruimten en in de groene omgeving van gebouwen, is een duurzame aanpak vanwege de economische en ecologische impact en de impact op de gezondheid van de mens.

De kaart hieronder geeft een overzicht van de situatie in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. De lichtoverlast is er zeer sterk en overal aanwezig. Beheerders van Brussels groengebieden hebben dus de mogelijkheid om niet-verlichte toevluchtsoorden te voorzien voor wilde dieren en om de verlichting aan te passen in gebieden waar deze strikt noodzakelijk is.

  • Wit: 0-50 zichtbare sterren (geen planeten) afhankelijk van de omstandigheden. Zeer sterke en alomtegenwoordige lichtvervuiling. Typische situatie voor grote stedelijke centra.
  • Magenta: 50-100 zichtbare sterren: de eerste sterrenbeelden beginnen zichtbaar te worden.
  • Rood: 100-200 sterren: de sterrenbeelden en enkele extra sterren verschijnen.
  • Oranje: 200-250 sterren zichtbaar, in goede omstandigheden: de vervuiling is alomtegenwoordig, maar er zijn ook enkele hoeken van de hemel die donkerder zijn. Typische situatie voor middelgrote voorsteden.
  • Geel: 250-500 sterren: de lichtvervuiling is nog steeds sterk. De Melkweg kan in zeer goede omstandigheden verschijnen.
  • Groen: 500-1000 sterren: rustige buitenwijken in de ruime omgeving. De Melkweg is vaak waarneembaar, maar is nog steeds zeer gevoelig voor atmosferische omstandigheden. Normaliter nemen halo's van lichtvervuiling slechts een deel van de hemel in beslag en stijgen ze tot 40-50° hoogte.
  • Cyaan: 1000-1800 sterren: de Melkweg is meestal zichtbaar (afhankelijk van de weersomstandigheden) maar niet helder (ze is alleen te onderscheiden, zonder meer).
  • Blauw: 1800-3000 sterren: de Melkweg tekent zich vrij duidelijk af ondanks verspreide bronnen van lichtvervuiling die de hemel hier en daar nog steeds verdoezelen. De hemel recht boven de waarnemer is over het algemeen goed tot zeer goed.
  • Nachtblauw: 3000-5000 sterren: goede hemel, de Melkweg is aanwezig en vrij krachtig. Lichthalo's zijn zeer ver weg en verspreid en hebben niet te veel invloed op de kwaliteit van de hemel.
  • Zwart: meer dan 5000 sterren zichtbaar, geen verticale lichtvervuiling meer merkbaar die de kwaliteit van de hemel beïnvloedt. Lichtvervuiling verspreidt zich niet boven de 8° aan de horizon.

2. Hoe?

2.1. Evaluatie van de behoeften

De ideale situatie voor de bescherming van de biodiversiteit in groene ruimtes is de volledige afwezigheid van verlichting. Het gebruik van verlichting moet dus beperkt worden tot die plaatsen waar ze noodzakelijk is voor de doorgang en de veiligheid, en moet de uitzondering worden in plaats van de regel.

De beheerder moet om te beginnen een inschatting maken van de werkelijke verlichtingsbehoefte in de groene ruimten 's nachts. Het is belangrijk om de lichtbronnen verstandig te positioneren, maar ook om de gebruiksperioden ervan te bepalen. De volgende vragen maken het mogelijk om de behoeften van de site te definiëren:

Onthaal van het publiek

  • van het publiek
  • Welke zones zijn toegankelijk voor het publiek?
  • Wanneer is er juist publiek aanwezig?
  • Hoe druk wordt de site bezocht?
  • Is het waarschijnlijk dat er 's nachts personen naar de site komen?

Valorisatie van het cultureel erfgoed

  • Welke interessante punten wil ik met behulp van verlichting beter doen uitkomen?
  • Zijn er gebouwen aanwezig in mijn groene ruimte? Worden ze ‘s avonds of ‘s nachts gebruikt?

Bescherming van het natuurlijk erfgoed

  • Bevinden er zich in mijn groene ruimte interessante natuurgebieden?
  • Heeft mijn groene ruimte een speciale natuurbeschermingsstatus (Natura 2000, reservaat, ...)?
  • Welke soorten bezoeken vaak mijn site en worden waarschijnlijk beïnvloed door het licht?
  • Hoe positioneert mijn site zich ten opzichte van het blauwe en groene netwerk? Welke zijn de potentiële of waargenomen corridors voor de verplaatsingen van wilde dieren?

=> Zie de kaart van het Brusselse ecologische netwerk

Op basis van de antwoorden op deze vragen kan de beheerder de verlichting aanpassen aan de vastgestelde behoeften, waarbij de natuurlijke omgeving zoveel mogelijk beschermd wordt.

Idealiter wordt elk bestaand lichtpunt (of elke reeks soortgelijke punten) beoordeeld op zijn relevantie aan de hand van de genoemde vragen. Verlichting is in elk geval verboden in Natura 2000-gebieden en in natuur- en bosreservaten.

2.2. Verlichtingszones

Nadat de werkelijke verlichtingsbehoeften in de groene ruimte zijn beoordeeld, identificeert de beheerder de installatiepunten waarvoor verlichting onmisbaar is. Dit zijn over het algemeen de belangrijkste wegen en eventueel cultureel erfgoed op de site (beeldhouwwerken, watervlakken, enz.). Ook de verlichting die afkomstig is van gebouwen of die geplaatst is om deze beter te doen uitkomen, moet worden gerationaliseerd.

Deze verlichting moet geval per geval worden onderzocht, waarbij rekening wordt gehouden met elementen zoals het bezoek aan de site ‘s avonds, de te valoriseren gevels en de positie van het element ten opzichte van interessante natuurgebieden en gebieden die als doorgang dienen voor wilde dieren. De beheerder moet er echter op toezien dat deze inrichtingen tot een minimum beperkt blijven en dat de verlichtingsduur in alle gevallen beperkt wordt.

Voor de wegen is een homogene maar minder intense verlichting te verkiezen boven een paar fel verlichte punten. Indien mogelijk wordt het wegdek uitgevoerd met een donkere bekleding om de weerkaatsing van het licht te verminderen. Ook de kleur van de verlichting is belangrijk (zie verder).

2.3. Soort verlichting

Nadat de inplantingspunten zijn geïdentificeerd, moet het verlichtingsmateriaal worden gekozen. In het algemeen zijn de belangrijkste doelstellingen:

  • lichtverliezen buiten de doelzone minimaliseren;
  • licht produceren met een aangepaste intensiteit;
  • licht produceren met een golflengte die het minst schadelijk is voor de biodiversiteit; in het geval van de vleermuizen gaat het om amberkleurig en rood licht zonder uv-straling;
  • verlichting vermijden in natuurgebieden en gebieden waar wilde dieren passeren (beken, hagen, bomen, bosranden, rotsen, enz.).

Wat het lichtverlies naar de hemel betreft, moet de beheerder de voorkeur geven aan straatverlichting waarvan de lichtbundel naar beneden is gericht en beperkt is tot het te verlichten gebied. Bovendien moet de lichtbron zo laag mogelijk worden geplaatst om het zichtveld te beperken. Voor een pad kan een padverlichting van maximaal 1 m hoog voldoende zijn. Ten slotte is verlichting langs onder (tegel in de grond) te vermijden! De ideale situatie blijft de volledige afwezigheid van verlichting waar mogelijk.

Différents types de lampadaires

Dispersion de la lumière par un luminaire

Exemple d'aménagement peu judicieux : lumière très puissante et dirigée dans toutes les directions, chemin partiellement éclairé et zone de passage de la faune (milieu humide) impacté

Het type lampen heeft eveneens een invloed. Tegenwoordig vervangen leds de oude gloeilampen die niet meer op de markt verkrijgbaar zijn. Leds die wit licht verspreiden dat sterk op daglicht lijkt, moeten echter worden vermeden ten gunste van amberkleurige of rode leds die een lagere impact hebben op de biodiversiteit. De lichtsterkte kan beperkt worden tot 10 lux (d.w.z. 10 lumen per m²) en mag in geen geval meer dan 25 lux bedragen. Om de openbare verlichting te rationaliseren, zijn er verschillende soorten armaturen en lampen op de markt beschikbaar. Ze worden door verschillende verenigingen uitvoerig besproken op de website van de vereniging ASCEN, die zich inzet voor een rationalisering van de openbare verlichting.

Lux is de eenheid van verlichting, d.w.z. de dichtheid van de lichtstroom die op een oppervlakte van 1 m² valt. Enkele gebruikelijke waarden in lux:

Als de lichtsterkte op een oppervlak niet uniform is, wordt het best op verschillende punten een rekenkundig gemiddelde gemaakt om de gemiddelde lichtsterkte te bepalen, waarvan hier enkele gebruikelijke waarden, in natuurlijk licht en kunstlicht:

  • Volle middagzon: 100 000 lx
  • Bewolkt weer: 2 000 à 10 000 lx
  • Volle maan: 0,25 lx
  • Kantoor: 400 à 600 lx
  • Woning: 150 à 300 lx
  • Verlichte straat: 20 à 50 lx

Het begrip lichtsterkte houdt dus niet enkel rekening met de bron, maar ook de positie van het verlichte oppervlak.

Om de maatregelen ten gunste van het milieu te versterken, kan de beheerder een beroep doen op verlichting op basis van zonne- of windenergie. Daarnaast kan hij rekening houden met de volgende criteria om de ecologische voetafdruk van zijn systeem tot een minimum te beperken:

  • fotometrisch rendement (reëel nuttig licht op de totale productie);
  • onderhoudsgemak (met name stofdicht en ondoordringbaar voor insecten);
  • compatibiliteit met de meest efficiënte types lampen en dimsystemen;
  • recycleerbare materialen.

Lampadaire solaire

 

Tot slot is het onderhoud van het verlichtingssysteem zeer belangrijk, omdat hierdoor het behoud van een maximale efficiëntie mogelijk is. Dit onderhoud moet net als elke andere ingreep door de beheerder worden gepland en deze planning moet worden opgenomen in het beheerplan van de groene ruimte.

=> Zie themafiche 02 - Beheerplan

Sibelga, de beheerder van de aardgas- en elektriciteitsdistributienetten in Brussel, installeert, beheert en onderhoudt de verlichting voor alle gemeenten, terwijl Brussel Mobiliteit instaat voor de gewestwegen. Gemeenten moeten daarom met deze instanties samenwerken om hun onderhoudsbehoeften te bepalen en te profiteren van hun ervaring op dit gebied.

2.4. Verlichtingsperiode

Het is van essentieel belang om rekening te houden met de gebruiksperioden van de site en het belang ervan in een rationeel inrichtingsplan. Continue verlichting gedurende de hele nacht is moeilijk te rechtvaardigen en er bestaan alternatieven, waardoor tot 30% energie kan worden bespaard.

Hoewel in zones met veel verkeer in de vroege avonduren continue verlichting kan worden voorzien, moet deze na een bepaalde tijd worden beperkt om enkele uren totale duisternis voor de fauna en flora te garanderen. Een goed compromis is om de intensiteit van de verlichting vanaf 22 uur te verminderen door ze te dimmen, en ze volledig uit te schakelen van middernacht tot zonsopgang. Dit kan met een astronomische klok als volgt automatisch worden ingesteld:

  • inschakeling bij zonsondergang;
  • dimmen vanaf 22 uur;
  • uitschakeling tussen middernacht en 6 uur ‘s ochtends;
  • uitschakeling bij zonsopgang.

Een andere mogelijkheid is de installatie van een bewegingsdetectiesysteem (goed afgesteld en gericht) voor voetgangerspaden om de veiligheid van nachtelijke voorbijgangers te waarborgen. Dit systeem is echter onbetrouwbaar in de buurt van bomen, omdat de verlichting bijvoorbeeld kan worden ingeschakeld door bewegende takken. Als ze laag worden geplaatst, kunnen de detectoren ook vernield worden door vandalen. Verder vereist dit systeem een afstandsbediening om te controleren of het goed werkt.

Er zijn ook schemerschakelaars beschikbaar. Ze activeren de verlichting met foto-elektrische cellen die gevoelig zijn voor het omringende natuurlijke licht. Deze systemen kunnen echter midden op de dag inschakelen als de weersomstandigheden de lucht sterk verduisteren.

Een astronomische klok is daarom het meest betrouwbare systeem. Deze maakt het mogelijk om de verlichtingsduur nauwkeurig te programmeren volgens de duur van de nacht en is niet gevoelig voor weersomstandigheden of de vervuiling van een extern inschakelsysteem.

3. Opgedane ervaring

Aangepaste verlichting in het Rood-Klooster

De bij Brusselaars welbekende site van de voormalige priorij van het Rood-Klooster (Oudergem) omvat een reeks vijvers en poelen. De gebouwen die tot op vandaag bewaard zijn gebleven, bevinden zich in het midden van het complex, omgeven door een ringmuur. De toepasselijk genaamde Rood-Kloosterstraat leidt de wandelaars van de Tervuursesteenweg naar de omheiningsmuur.

De gemeente Oudergem, die eigenaar is van een groot deel van deze straat, wenste in samenwerking met Sibelga de verouderde witte of gelige straatverlichting te vervangen. Deze straat, die langs de twee stroomafwaarts van de site gelegen vijvers loopt, maakt echter deel uit van het Natura 2000-gebied. De werken werden in de lente van 2016 uitgevoerd.

Het voordeel van deze nieuwe openbare verlichting is dat de straat nu verlicht is voor de gebruikers, zonder dat de vleermuizen gestoord worden. Dit type verlichting, ontworpen in samenwerking met vleermuisspecialisten, is gebaseerd op een relatief nieuwe technologie die in Nederland werd ontwikkeld. Het is een amberkleurig ledlicht dat de minst schadelijke golflengte lijkt te hebben voor vleermuizen maar ook voor mensen: met deze kleur kan een wandelaar iedereen identificeren die vanuit de tegenovergestelde richting aankomt, zonder verblind te worden. De led-armaturen zijn ook uitgerust met dimmers en worden op afstand beheerd.

=> Meer informatie

 

Nachtelijke omgeving: het voorbeeld van de citadel van Rijsel

De verlichting in het Parc de la Citadelle in Rijsel is vooral aangepast aan de vleermuizen die op insecten jagen in de boszones, boven het grasland en de watervlakken. Het geïnstalleerde type armatuur heeft een speciale interne afscherming (speciale afdekkingen die het licht naar het doel leiden). Deze afscherming richt het licht verticaal en beperkt zo de lichthalo en de verblinding die vervelend zijn voor mens en dier. Het gele licht zonder uv-straling van hogedruknatriumlampen trekt minder insecten aan. Bovendien wordt de verlichting om middernacht volledig uitgeschakeld.

4. Meer weten