Themafiche 14 – Terugwinning en vermindering van bijproducten van het beheer

Figuur 1 Diverse voorbeelden van terugwinning van snoeihout in Londerzeel
 

1. Waarom?

Het grondgebied van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest is voor bijna 54% bedekt met planten (waarvan 18% publieke ruimte). Dat betekent dat het beheer van de groene ruimten, zowel openbare als privéruimten, grote hoeveelheden bijproducten genereert, die we algemeen kennen als 'groenafval'. De inzameling en verwerking ervan heeft gevolgen voor het budget van de gemeenschap, en dan hebben we het nog niet over de vervuiling die het vervoer ervan veroorzaakt. De productie van dat groenafval verminderen, of het ter plaatse hergebruiken en recycleren, is dus niet alleen praktisch en economisch, maar ook duurzaam.

'Zero waste' groene ruimten bestaan niet, maar ze kunnen wel zodanig worden ontworpen en beheerd dat het volume van bijproducten die vrijkomen bij het beheer wordt beperkt.

Basisprincipes

De ladder van Lansink is een prioriteitenschaal voor het beheer van afval in het algemeen. Ze kan ook worden aangepast aan de bijproducten van het beheer.

  • PREVENTIE: in de eerste plaats moeten we de voorkeur geven aan een ontwerp van de ruimte waarbij de bijproducten van het beheer zo veel mogelijk worden beperkt (minder gazons die regelmatig moeten worden gemaaid en meer bloemenweiden, de juiste planten op de juiste plaats enz.). Daarnaast moet bij de beheermethoden rekening worden gehouden met deze factor: maaiproducten moeten bijvoorbeeld ter plaatse gelaten worden. Deze methoden kunnen een verandering in de praktijken van de beheerders, maar ook een goede communicatie met de gebruikers vereisen.
  • HERGEBRUIK en RECYCLAGE: alternatieve beheerpraktijken aanmoedigen zoals bedekken met stro, vlechten of de valorisatie door dieren die de materialen voor andere doeleinden gebruiken.
  • COMPOSTEREN: het voordeel van composteren is dat we zorgen voor een kwaliteitsvolle bodemverbeteraar en tegelijkertijd materialen opruimen die soms moeilijk anders te verwerken zijn.
  • Verbranden of storten zijn praktijken die in geen geval met bijproducten mogen worden toegepast. Het zijn de minst ecologische praktijken, zeker voor natuurlijke materialen.
     

Figuur 2 Terugwinningscyclus van bijproducten van het beheer van groene ruimten Foto’s: © IVAGO

  • Zie Themafiche nr. 2 'Ecologisch ontwerp van een groene ruimte'
  • Zie Themafiche nr. 7 'Maaien'
  • Zie Themafiche nr. 19 'Communiceren over ecologisch en gedifferentieerd beheer'

2. Hoe?

2.1. Inleiding

Het is niet nodig om onze groene ruimten te transformeren in beton of ze te laten evolueren zonder enige tussenkomst om de hoeveelheid organisch afval te verminderen! Zoals besproken in deel I worden vanaf het ontwerp van de ruimte zelf tot de aanleg van verschillende soorten inrichtingen verschillende processen naar voren geschoven en ondersteund.

  • Vlechtwerk of takkenmuren geven onze parken en tuinen bijvoorbeeld een origineel en eigentijds uitzicht. Deze technieken worden steeds 'hipper' en de meest trendy magazines en tuinarchitecten hebben het erover.
  • Sommige technieken gaan zelfs nog een stap verder dan het verminderen van de hoeveelheden bijproducten, omdat ze ook minder tijd kosten. Ramial Chipped Wood (RCW), dat het transport van takken naar composteercentra tot een minimum beperkt, is daar een mooi voorbeeld van. Een laag houthaksel aan de voet van struiken en bomen beperkt de groei van onkruid en vereist dus minder onkruidbestrijding.
  • Sommige organische materialen zouden nooit als afval mogen worden beschouwd. Waarom zou u bijvoorbeeld bladeren opruimen tussen de struiken in een park, terwijl ze in een bos wel zomaar op de grond liggen?

Het snoeisel van hagen is een bijproduct dat nodig is om compost te structureren, kippen houden van het maaisel van gras en takken kunnen interessant zijn om vlechtwerk of houthaksel van te maken. De natuurlijke cyclus van organisch materiaal en voedingsstoffen in een groene ruimte afronden, wordt op die manier een boeiende uitdaging. Minder bijproducten produceren, betekent ook nadenken over een andere aanleg van de ruimte. Hierbij volgen we het volgende principe: niet strijden TEGEN de natuur maar samenwerken MET de natuur.

Onderstaande tabel geeft een overzicht van de verschillende beheermethoden per materiaal volgens de ladder van Lansink (de nummers verwijzen naar de volgende hoofdstukken):

Lansink  Bheer- of recyclage technieken  Materialen
Maaisel Takken Bladeren Anderen plantaardige producten
A Ontwerp 1.2.1 ; 1.2.1.1 1.3.1 - -
A Keuze van de  planten 1.2.1.2 1.3.1. - -
A Aangepast onderhoud 1.2.1.3 ; 1.2.1.4 ; 1.2.2 1.3.2.1. - -
B Kippen/dieren 1.2.3. - - -
C Creatif gebruik - 1.3.3.1 ; 1.3.3.2 ; 1.3.3.3. 1.4.1. -
C Mulchen 1.2.2. - 1.4.1. 1.4.2
C Versnipperen - 1.3.3.5 1.4.1. 1.4.2
D Composteren 1.5. 1.3.3.5. 1.4.1. 1.4.2.

Mogelijk beheer van materialen volgens verschillende benaderingen (de nummers verwijzen naar de hoofdstukken)

1.2. Het gazon

Alternatieven voor het bijeenbrengen van gras

  • Verander het kort gemaaide gras in een gazon met bloemen en spreid het maaiwerk, of verander het gazon in een bloemenweide en maai 1 tot 2 keer per jaar.
  • Gebruik bij voorkeur mulchmaaiers.
  • Bevorderen van ecologische begrazing in de meest natuurlijke gebieden.
  • Gebruik voor prestigegebieden (korte gazons) automatische maaiers, robots op zonne-energie of op stroom (de kortste grassprieten worden zo beter verteerd door de bodem).
  • Verklein de te maaien oppervlakte door de aanleg van poelen, bosjes, hagen ...

La valorisation après ramassage

  • Composter l’herbe fraîche en mélange avec un volume équivalent de matières ligneuses. Laisser l’herbe sécher et l’incorporer au compost.
  • Utiliser l’herbe fraiche ou séchée comme paillis (2-3 cm/5-8 cm).

Opmerking: sommige inrichtingen (poelen, bosjes, hagen ...) kunnen de hoeveelheid werk doen toenemen.

  • Zie Themafiche nr. 43 'Ecologische begrazing'
  • Zie Themafiche nr. 43 'Ecologische begrazing'

Afhankelijk van het terrein en de klimaatomstandigheden, zou een are (100 m²) naar schatting gemiddeld 200 kg maaigras produceren. Voor een twintigtal maaibeurten per jaar, zou dat 5 uur tijd kosten. Alle hieronder voorgestelde technieken kunnen tegelijkertijd of afwisselend worden gebruikt om het ecologische beheer van het gazon te vergemakkelijken.

1.2.1. Ontwerp van de ruimte

1.2.1.1  Verkleining van de oppervlakte

Het is mogelijk om delen van het gazon om te vormen tot bloemenweiden, bloemperken met struiken of bloemen. Dat zorgt immers voor meer kleur en minder werk. Het is belangrijk om hierbij planten te kiezen die de bodem goed bedekken, om te voorkomen dat onkruid snel groeit en zo het onderhoudswerk te verminderen.

  • Voir fiche thématique n° 4 « Plan de désherbage »
  • Voir la fiche thématique n° 7 « Couverture du sol »

1.2.1.1.1. Bloemperken en poelenParterres et mares

De aanleg van bloemperken met sierplanten zorgt niet alleen voor de verfraaiing van de ruimte en een kleiner maaioppervlak, maar levert ook materiaal op dat nuttig is voor het composteren. Het is ook mogelijk om een waterpartij met een poel of een vijver aan te leggen om de hoeveelheid gras te verminderen en de vogels te laten drinken en baden. In het uitloopgebied kan een semi-natuurlijke of een kunstmatige poel worden aangelegd. Libellen, zoetwaterkevers en amfibieën zullen vanzelf verschijnen.

Een poel is een uitzonderlijke leefomgeving die u urenlang kunt observeren.

  •  Zie themafiche nr. 32 'Natte zones'

1.2.1.1.2 Gazons en bloemenweiden

Het aanleggen en onderhouden van gazons en bloemenweiden zijn concrete acties die de natuur in de stad bevorderen en geschikte habitats bieden voor een gevarieerde flora en fauna. Indien goed ontworpen, spelen ze niet alleen een rol in het behoud van de biodiversiteit, maar vormen ze ook een landschappelijke en economische troef. De vermindering van de hoeveelheid bijproducten kan aanzienlijk zijn. Via een eenvoudig gemaaid pad door de weide kunnen gebruikers zich gemakkelijk verplaatsen.

 

  • Zie Themafiche nr. 'Bloemenweiden'
  • Zie Themafiche nr. 'Bloemengazons'

 

1.2.1.1.3. Bodembedekkende planten

Aan de voet van een boom, in een bloemperk of op moeilijk te onderhouden plaatsen zijn bodembedekkers de meest verstandige keuze. Ze zijn geschikt voor alle soorten bodems en blootstelling en vergen minder onderhoud. Door ze met voldoende tussenruimte te planten, vinden ze hun plaats zonder elkaar te hinderen. Sommige soorten kunnen echter zeer invasief zijn. Het kan dan ook nuttig zijn om een kleine rand te installeren. Nuttige soorten zijn: wederik, kleine tijm, boomhei, kleine maagdenpalm, vetkruid, marjolein, wolfsmelk, geranium, sint-janskruid, dovenetel ...

  • Zie Themafiche nr. 7 'Bodembedekking'

Er zijn tal van bodembedekkende planten beschikbaar om bloemperken te verfraaien en het onderhoud te vergemakkelijken.

1.2.1.2. Langzaam groeiende variëteiten

Sommige grassen (Poaceae) groeien snel en moeten regelmatig gemaaid worden. Bij het zaaien is het daarom beter om te kiezen voor langzaam groeiende grassoorten (zie onderstaande tabel). Er zijn echter andere plantensoorten die grassen die vaak moeten worden gemaaid, kunnen vervangen en waardoor u toch een groen tapijt kunt behouden doorheen de seizoenen. Zo wint u makkelijk één maaibeurt op twee. Het klopt echter dat dit voordeel met de jaren beetje bij beetje verdwijnt omdat het gazon wordt ingenomen door andere grassoorten. Ook bodembedekkers kunnen op bepaalde plaatsen het gras vervangen, bijvoorbeeld onder de bomen (waar gras niet goed groeit), in minder toegankelijke zones, in hellende zones enz. Daar is het maaien immers een stuk moeilijker.

Voor zones die vaak worden betreden

Voor zones die weinig worden betreden
  • Engels raaigras
  • Cynodon dactylon of handjesgras
  • Rietzwenkgras
  • Sport- en spelgazon (Label Rouge)
  • Ontspannings- en pleizergazon (Label Rouge)
  • Ruig schapengras
  • Grasachtig rood zwenkgras
  • Halfkruipend rood zwenkgras

Langzaam groeiende grassoorten volgens het beoogde gebruik

  • Zie Themafiche nr. 23 'Bloemengazons'
  • Zie Themafiche nr. 8 'Bodembedekkende planten'

1.2.2. Beheer van de ruimte

1.2.2.1. Doordacht bemesten

Hoewel het voordeel van bemesten is dat het zorgt voor een mooi groen en dicht gazon, is het nadeel natuurlijk dat het de groei bevordert en dus de maaifrequentie verhoogt. Door jaarlijks een halve centimeter gezeefde compost op het gazon aan te brengen, wordt aan de behoeften van het gazon voldaan. Het 'mulchen' van het gras bevordert bovendien het herstel van voedingsstoffen die door de plant worden opgenomen en houdt zo de vruchtbaarheid van de bodem in stand zonder 'afval' dat moet worden afgevoerd te creëren.

  • Zie Themafiche nr. 5 'Doordacht bemesten'
1.2.2.2. Maaihoogte

Maaien op 8 cm van de grond zorgt ervoor dat de wortels in de diepte kunnen groeien. Dat biedt het gras een betere weerstand tegen droge periodes, vertraagt de groei van het gazon, bevordert het bloeien van verschillende planten op bloemenweiden en verlaagt het risico op ongewenste planten en mos. Maaien op 2 of 3 cm kan alleen voor siergazons in prestigegebieden.

1.2.2.3. Maaien zonder gras te verzamelen

Het is mogelijk om het gras te maaien zonder dat u de resten moet afvoeren. Dat kan via het gebruik van mulchmaaiers die de gemaaide grassprieten niet opnemen. Automatische maaiers zijn nog krachtiger en maaien permanent, met als resultaat een maailengte onder de maairesten.

1.2.2.3.1. Mulchmaaiers

Mulchmaaiers hakken het gemaaide gras fijn en blazen het vervolgens op de grond. Na het maaien is er bijna niets meer over, op voorwaarde dat u enkele tips volgt. Maai niet te kort, doorgaans niet lager dan 4-5 cm, sommigen raden zelfs 8 cm aan (zie boven). Idealiter alleen te gebruiken als het gazon droog is; in geval van vochtigheid zal het maaisel samenklonteren en minder gelijkmatig over het gazon worden verdeeld. Maai regelmatig, meestal zodra de scheuten 1/3 van de uiteindelijke hoogte bereiken (als u bijvoorbeeld wilt maaien tot 5 cm, dan moet u maaien als het gras 7-8 cm hoog is).

Mulchmaaiers hebben tal van voordelen:

beperkte werktijd (u hoeft zelf bijna niets te doen bij het maaien waardoor u 30% tijd wint);

  • geen afval om te verwerken;
  • goede kwaliteit van het werk;
  • minder meststoffen te gebruiken;
  • betere weerstand tegen droogte.

Voor het beste resultaat:

  • verleng de periodes tussen de maaibeurten niet;
  • maai bij droog weer;
  • reinig de maaimachine na gebruik.

Enkele aandachtspunten:

  • Om ervoor te zorgen dat het gemaaide gras goed ontbindt, is een voldoende hoogte vereist (4-5 cm). Door hoger te maaien, wordt ook de mosontwikkeling beperkt. De mosontwikkeling wordt overigens niet beïnvloed door het gebruik van de mulchmaaier.
  • Het gebruik van pesticiden kan een slechte invloed hebben op de ontwikkeling van bodemvernietigende organismen, die ervoor zorgen dat de gemaaide grassprieten worden omgezet in humus. Het gebruik van pesticiden is bovendien streng gereglementeerd!

1.2.2.3.2 Automatische maaiers

Deze machines zijn volledig geautomatiseerd en werken op elektriciteit. Ze bestaan ook voor grote ruimtes tot 3 hectare. Ze hebben weinig kracht nodig dankzij de maaimessen waarmee ze zijn uitgerust en hun maairegelmaat. Ze kunnen ook op hellingen maaien (tot 30 à 35%) en obstakels vermijden. Het gemaaide gras blijft ter plaatse, net als bij mulchmaaiers. Op dit moment zijn deze machines echter niet geschikt voor groene ruimten waar de grasvelden ver uit elkaar liggen of zeer specifieke vormen aannemen.

1.2.2.4. Maaien waarbij het gras wordt verzameld

Maairesten kunnen voornamelijk op vier manieren worden teruggewonnen:

  • gebruik als mulch aan de voet van planten, hagen, bomen of in de moestuin, in een dunne laag vers gras van maximaal 2 tot 3 cm of 5 tot 8 cm droog gras;
  • gebruik in stapels takken om op termijn te gebruiken om op te telen of om een moestuin aan te leggen;
  • gebruik in compost: de resten zijn rijk aan water, voedingsstoffen en bevatten geen fenol of andere producten die de ontbinding zouden kunnen vertragen. Het is dan ook noodzakelijk om ze te mengen met ander organisch materiaal (houtsnippers, stengels van vaste planten die in de zomer werden gesnoeid, dode bladeren van de herfst) om tot een kwaliteitsvolle compost te komen;
  • indien mogelijk, voor de kippen.
     
  • Zie Themafiche nr. 31 'Moestuinen'
  • Zie informatie op de website van Leefmilieu Brussel over composteren
1.2.2.5. Ecologische begrazing

Ecologische begrazing is een bijkomende beheermethode voor gebieden die het moeilijkst bereikbaar zijn voor machines en toch onderhoud vereisen. Deze methode kan het afvoeren van maaisel drastisch verlagen en is bovendien een pedagogische methode. Deze beheermethode is evenwel niet noodzakelijk voordeliger dan maaien bijvoorbeeld. Alle kosten moeten dan ook goed worden geanalyseerd ten opzichte van de doelstellingen vooraleer u deze keuze maakt.

  • Zie Themafiche nr. 43 'Ecologische begrazing’

1.3. Beheer van takken (bomen en struiken)

Terugwinning van takken

  • Gebruik de versnipperde takken om paden aan te leggen of als bodembedekker in bosjes
  • Gebruik als Ramial Chipped Wood (RCW)
  • Gebruik in compost samen met zachte en vochtige groene materialen
  • Gebruik als brandhout
  • Vervoer naar het containerpark

Alternatieve methodes

  • Aanplanting van vrije hagen met beperkte ontwikkeling
  • Doordacht snoeien van bomen en struiken
  • Gebruik als stokjes om op te binden
  • Gebruik voor vlechtwerk
  • Gebruik voor muren
  • Gebruik in stapels als schuilplaats voor dieren

1.3.1. Ontwerp van de ruimte

1.3.1.1. Aanplanting van struiken

Voor zover de context het toelaat, kunnen gesnoeide hagen worden vervangen door struiken, bij voorkeur bloeiende en vrijdragende struiken die weinig of geen onderhoud nodig hebben en dus minder bijproducten opleveren. Alle straathagen zijn echter onderworpen aan snoeiregels (meestal een maximale hoogte van 2 m indien ze 50 cm van de buitengrens van de groene ruimte worden geplant, behalve gemeentelijke uitzonderingen).

  •  Zie Themafiche nr. 25 'Struiklaag'

1.3.2. Beheer van de ruimte

1.3.2.1. Doordacht snoeien

Een slecht uitgevoerde snoeimethode leidt vaak tot krachtigere scheuten op bomen en struiken. Het is daarom belangrijk om doordacht te snoeien en alleen te snoeien als dat nodig is (bijvoorbeeld voor de veiligheid van de gebruikers van de groene ruimten). Door het gedrag van de planten en hun architectuur te observeren, kan doordacht snoeien de groei en de productie van bijproducten beperken.

  • Zie Themafiche nr. 27 'Boomlaag – beheer'

1.3.3. Gebruik van de takken

1.3.3.1. Stok om op te binden

Takken kunnen bijvoorbeeld heel eenvoudig worden gebruikt als stok om nieuwe planten op te binden.

1.3.3.2. 'Levende' wanden en tipi's

Met lange wilgentakken kunt u een plantaardige tipi maken. Zet de takken hiervoor gekruist in een hoek van 45° tegen elkaar. De scheuten die op deze takken zullen groeien, worden gesnoeid als ze naar binnen toe groeien of ze kunnen in de structuur gevlochten worden om de wanden van de tipi te versterken. Om een wand of afsluiting van planten te maken, maakt u de structuur eerst plat op de grond door een of meerdere wilgentakken in een hoek van 45° te kruisen. Bij elke kruising bindt u de takken vervolgens aan elkaar. Zodra de structuur op de grond gebouwd is, kunt u ze rechtzetten in een geul die u in de grond hebt gegraven. De hoogte van uw bouwwerk, bepaalt u pas op het einde. Deze constructies zijn zeer goed zichtbaar en relatief eenvoudig te maken. U kunt hierover een participatieve workshop organiseren met de burgers om hen maximaal te betrekken bij het ontwerp van de groene ruimte.

  • Zie Themafiche nr. 21 'Burgers en verenigingen betrekken'

Met wilgentakken kunt u makkelijk plantaardige tipi's, hutjes of levende wanden maken

1.3.3.3.  Vlechtwerk en takkenwanden

Soepele snoeiresten zijn bijzonder geschikt voor vlechtwerk. Wilg staat hiervoor bekend, maar ook de takken van de hazelaar, de kastanjeboom en andere soorten met rechte takken (en takken die minder snel ontbinden dan wilg) zijn hiervoor geschikt. De uitvoering gebeurt op de volgende manier, bij voorkeur in de winter:

  • Sla paaltjes met een diameter van minstens 6 cm in de grond (naargelang de afmetingen van het vlechtwerk). Deze paaltjes vormen de ondersteuning van de wand. Plaats ze ongeveer 50 cm uit elkaar. Let op: een kleinere tussenruimte maakt het vlechten moeilijker.
  • Vlecht de takken tussen de paaltjes. De takken moeten voldoende soepel zijn zodat ze niet breken.

Verschillende tuinaannemers bieden hun klanten perfect geïntegreerde vlechtconstructies

Een alternatieve methode is het gebruik van takken om muren/muurtjes te bouwen door ze op elkaar te stapelen tussen twee rijen paaltjes. Dankzij dit systeem kunt u de gesnoeide takken bewaren zonder ze te moeten versnipperen of vervoeren. De afsluitingen die u op die manier verkrijgt, kunnen dienen om ruimten af te sluiten, om het zicht te beperken of aan te passen, om paadjes aan te leggen, om de wind tegen te houden, om klimplanten op te laten groeien of als schuilplaats voor verschillende diersoorten. Onderaan de muur doen de ontbindende organismen hun werk: ze verdichten de takken en maken zo plaats voor de volgende lading.

  • Zie Themafiche nr. 29 'Klimplanten'
  • Zie Technische aanbevelingen Gebouwen & Biodiversiteit 'Klimop'
  • Zie Themafiche nr. 13 'Schuilplaatsen en passages voor fauna'

Sla twee rijen paaltjes of stokken in de grond op 30 tot 80 cm van elkaar, volgens de gewenste dikte van de muur. Plaats ze in de lengte 50 cm tot 1 meter uit elkaar naargelang de lengte van de takken die u ertussen gaat leggen. Nadat u de takken hebt toegevoegd, kunt u de bovenkant van de paaltjes of stokken met elkaar verbinden om te vermijden dat ze uit elkaar gaan.

Takkenwanden om de ruimte af te bakenen, de bijenkorven te beschermen of om de wind tegen te houden

1.3.3.4. Brandhout

Een andere oplossing is het hout verzagen om houtblokken te bekomen die u kunt gebruiken voor de kachel (vanaf 5 cm diameter). Stapel dit brandhout op in een hoekje van het park zodat het gedurende twee jaar kan drogen. Op die manier vormt het ook een schuilplaats voor kortschildkevers, loopkevers, glimwormen, roodborstjes, padden en egels.

1.3.3.5. Houthaksel

Houthaksel is het resultaat van takken die u in een hakselaar hebt fijngemalen om houtschilfers te bekomen. Idealiter hakt u enkel pas afgesneden en nog 'groene' takken fijn. Langer dan een maand na het snoeien, worden de takken immers dood hout dat zijn vochtigheid en bepaalde nuttige voedingselementen heeft verloren én de hakselaar kan beschadigen. Ruw geschat zal het versnipperen het volume van de takken 5 tot 10 keer verkleinen (afhankelijk van de variëteit, de grootte van de takken enz.). Houthaksel heeft een aantal interessante troeven (in bepaalde omstandigheden): het past mooi in het landschap, het is soepel en geruisloos, het houdt de bodem doorlaatbaar en beperkt waterplassen. Houthaksel kan voor meerdere doeleinden worden gebruikt:

  • als bodembedekking;
  • om paden aan te leggen;
  • om een veilige ondergrond te creëren in speeltuinen;
  • als bruin materiaal in de compost: versnipper hiervoor de takken met een diameter van meer dan 8 mm. Houthaksel kan alleen composteren, maar moet dan overvloedig worden bevochtigd (200 tot 300 liter water per m³ houthaksel) of gedurende 24 uur weken in een waterkuip (een vervelend maar doeltreffend werkje). Idealiter gebruikt u het houthaksel dus samen met grasmaaisel of andere bijproducten;
  • Ramial Chipped Wood (RCW): de fijne en pas versnipperde takken kunnen ook worden gebruikt als bodemverbeteraar door in de herfst een kleine hoeveelheid (1 tot 3 cm) uit te strooien op percelen die in de lente zullen worden bewerkt. Let wel op dat u geen stikstofgebrek veroorzaakt.
     
  • Zie Themafiche nr. 7 'Bodembedekking
  • Zie Themafiche nr. 39 'Bedekkingen en doorlaatbaarheid'
  • Zie Themafiche nr. 40 'Speeltuinen'
  • Zie pagina's op de website van Leefmilieu Brussel over composteren
  • Zie brochure 'Composteren om mijn afval te verminderen - Praktische gids'

1.4. Beheer van de andere bijproducten

1.4.1. Bladeren en naalden

Net als versnipperde takken kunnen dode bladeren worden gebruikt voor het mulchen van de bodem of als structurerend materiaal voor de compost, of zelfs als grondstof voor het maken van bladcompost. In dat geval worden ze idealiter verzameld met de maaier, die de taaiste bladeren in stukken hakt en ze zo zonder enig ander materiaal opstapelt. De natuur zal haar werk doen en na 2 tot 3 jaar krijgt u een fantastische potgrond. Naalden van coniferen zijn taaier en ontbinden alleen als ze goed bevochtigd worden. Ze vormen echter een interessante mulch omdat er tussen deze naalden weinig onkruid groeit.

  • Zie Themafiche nr. 7 'Bodembedekking'

Bladeren kunnen ook als basis dienen voor de bouw van plantaardige 'muren' in de tuin. Ze worden opgestapeld tussen fijnmazige betonijzers (5 x 5 cm). Uiteraard houden deze muren geen aarde vast zoals bij de schanskorven, maar het principe is hetzelfde.

In een plantaardige muur kunt u grote hoeveelheden dode bladeren opslaan

1.4.2. Andere bijproducten

Verwelkte bloemen, droge stengels, verlepte groenten, onkruid ... Deze bijproducten zorgen soms voor een grote hoeveelheid organisch materiaal, dat u voornamelijk verzamelt bij het jaarlijkse onderhoud van bloemperken, de moestuin enz. Meestal gebeurt dat in het voorjaar.

Net als maaisel en takken kan dit mengsel van verschillende materialen worden gebruikt als compost of mulch of zelfs voor de kippen als het om groen en vers materiaal gaat.

1.5. Le composteren

Compost is een mengsel van organisch materiaal dat onder invloed van micro-organismen ontbindt tot een stabiel product dat lijkt op potgrond. Om het materiaal goed te laten ontbinden, moeten drie gouden regels worden nageleefd: een goed evenwicht tussen bruin/groen, water en lucht.

De materialenmix is cruciaal voor een goede compost. Enerzijds is er het bruin, hard en droog materiaal, zoals verhakselde takken, houtsnippers, stro, dode bladeren, karton, droge stengels enz. Dat materiaal zorgt voor structuur en verluchting maar ontbindt traag. Anderzijds is er het groen, week en vochtig materiaal, zoals grasmaaisel, groene bladeren, onkruid, afval van groenten en fruit enz. Dit materiaal verteert sneller maar geeft geurtjes af. De kunst van het composteren is een goede mengeling te maken (in plaats van in lagen te werken) met 1/3 van de eerste groep en 2/3 van de tweede groep (in volume). Het resultaat zal nog beter zijn als u een mengeling maakt met de helft van de eerste groep en de helft van de tweede groep, maar bruin materiaal is vaak moeilijker te vinden dan groen materiaal.

Vocht is cruciaal voor het overleven en het werk van de ontbindende organismen. Bij het begin zou de compost naar schatting 65% vocht nodig hebben, wat vergelijkbaar is met een uitgewrongen spons ... Voeg het water tegelijk met de materialen toe. Het heeft geen zin om de compostbak eerst te vullen en daarna met water te begieten.

Tot slot is verluchting een belangrijke factor om te composteren zonder nare geurtjes. Probeer de composthoop daarom tijdens de ontbinding wat om te keren. Daarnaast is de toevoeging van structurerend materiaal (bruin materiaal) essentieel voor een goede verluchting en om verstikking van de materialen te vermijden.

  

Een composthoop, een compostvat of een compostbak: het belangrijkste is de mengeling van materialen vochtig te houden en te verluchten

Een stap verder

1.6. Ervaringen

Gemeente Elsene: compost Faiderpark

In 2012 legde de vzw Worms op vraag van de gemeente een wijkcompost aan in het kleine Faiderpark. Deze wijkcompost wordt volledig beheerd door de inwoners van de wijk. De gemeente zorgt voor houtsnippers als bruin materiaal en de bewoners zorgen voor vochtig materiaal. De compost wordt omgekeerd zodra de eerste bak vol is, d.w.z. ongeveer twee keer per jaar. De deelnemers kunnen de compost gebruiken als meststof voor hun tuin of plantenbakken.

Info: https://compostfaider.wordpress.com/

 

Gemeente Schaarbeek: Compost Albert (Operatie Fosfor)

Met dit project wil de gemeente Schaarbeek de wijkcompost aanvullen met het groenafval dat afkomstig is van het beheer van de parken. Deze compost werkt dus in twee fases: de gemeente levert het nodige droge materiaal aan voor het composteren en de buurtbewoners voegen er hun tuinafval en voedingsresten aan toe. De dienst Groene Ruimtes maakt vervolgens gebruik van de meststoffen die hierbij worden gegenereerd. En ook de buurtbewoners krijgen hun deel!

Info: Gemeentelijke dienst Openbare Netheid & Groene Ruimtes – 0800 939 88 – netheid@schaarbeek.be

 

Gemeente Jette: Hoekje Grond

In Jette worden de bijproducten van het gemeentelijke beheer van de groene ruimten gecomposteerd (300 m³/jaar) en kunnen gezinnen hun organisch afval naar de compostplaats brengen. Dat compost wordt gebruikt als meststof voor de serres en planten van de gemeente. Tot slot is er ook nog 'Hoekje Grond', een ruimte van 2,15 ha met moestuinpercelen die de inwoners kunnen gebruiken. Er worden ook compostpremies toegekend

en is er begeleiding voor zeven wijkcomposten.

Info: gemeentelijke dienst Beplantingen – 02 478 22 99 – beplantingen@jette.irisnet.be

Operatie Fosfor

Onderzoeksproject naar innovatieve oplossingen voor het beheer van organisch afval.

Meer info: https://www.operation-phosphore.brussels/

1.7. Nuttige documenten

Documenten :

  • Pauwels, I., Compostez et recyclez !, Racine, Belgique, 2016, 125 p. (Frans).
  • Divo, A. et Jault, F., Gestion différenciée écologique des paysages, parcs et jardins. Aménagement urbain et biodiversité, 2015, Edition Le moniteur, 152 p., France (Frans).
  • Noël, B., Mise en œuvre de la technique du Bois Raméal Fragmenté (BRF) en agriculture wallonne (.PDF) (Frans).
  • Plante & Cité, Aménager et gérer avec frugalité : préserver les ressources en faisant mieux avec moins, 2017. Publicatie te bestellen bij Plante & Cité (Frans).

Websites :

  • VLACO : Vlaamse organisatie die composteren en tuinrecyclage bevordert. Website met veel nuttige informatie : https://www.vlaco.be/thuiskringlopen
  • Comité Jean Pain : website van het Comité Jean Pain in Londerzeel. Alle technieken worden in de tuin voorgesteld en er worden opleidingen georganiseerd : www.comitejeanpain.be